Home

Finnen krijgen paraatheid met de paplepel ingegoten en dienen nu als rolmodellen voor heel Europa

Sinds 1961 organiseert Finland jaarlijks een prestigieuze veiligheidstraining van een maand voor tweehonderd geselecteerde Finnen die ieder voor zich hoge posities bekleden in bedrijfsleven, defensie, media, politiek of onderwijs. ‘We delen een lange grens met Rusland, dat maakt ons kwetsbaar.’

is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.

Tientallen kippenboerderijen in Oost-Finland zijn geraakt door een agressieve vorm van de vogelgriep en tot overmaat van ramp is er ook een nucleair incident gemeld bij een kerncentrale. In de hoofdstad Helsinki is de top van het ministerie van Volksgezondheid bijeen om noodmaatregelen te bespreken. Anne Portaankorva, de tweede assistent van de minister, haast zich de crisisruimte in, waar haar collega’s druk overleggen.

Aan het hoofd van de met papieren bedekte tafel zit de minister, die vertelt dat EU-landen eisen dat Finland ferm optreedt tegen verspreiding van de vogelziekte. De staat zal massaal kippen moeten ruimen. ‘We moeten de mensen uitleggen waarom radicale maatregelen nodig zijn. Ik heb al wat laten lekken aan de publieke omroep’, zegt de bewindsvrouw, terwijl assisent Portaankorva naar een excel-schema tuurt.

Oké, de ‘minister’ is niet echt de minister en Portaankorva geen echte assistent. Ook de twee rampen teisteren Finland niet echt, het betreft een oefenscenario voor de deelnemers van de Finse Nationale Defensiecursus, een veiligheidstraining voor een selecte groep hooggeplaatsten uit bedrijfsleven, defensie, media, politiek en onderwijs.

Jaarlijks worden tweehonderd Finnen gedurende een maand uit hun functie geplukt om bijgespijkerd te worden over de Finse weerbaarheid. Het programma bestaat uit colleges, rollenspellen en bezoeken aan legerbases, waar de deelnemers ook een paar nachten slapen.

Finland organiseert deze elitetraining sinds 1961. De Volkskrant mocht een dagje meelopen met cursus nummer 251, in een monumentaal pand van de Defensie-academie in Helsinki, ingericht met kleine en grotere vergaderkamers.

Militaire uniformen en zakenpakken

In de grootste kamer, met een foto van een breed lachende president Alexander Stubb aan de muur, zitten de deelnemers keurig verdeeld aan ronde tafels, met voor hen een beveiligde leenlaptop. Aan hun kleding is te zien hoe divers deze groep is: militaire uniformen, zakenpakken en gympen, alles komt voorbij.

‘We hebben allemaal een andere achtergrond en dat zie je terug tijdens oefeningen. Iedereen draagt andere kennis en inzichten bij’, zegt de 58-jarige Portaankorva, in het echte leven rector onderzoek aan de universiteit van Helsinki.

Deelname is prestigieus, mede vanwege het soms ondoorzichtige selectieproces. Zo weet Tommi Juusela (51), directeur van de John Nurminen-stichting, die de staat van de Oostzee wil verbeteren, niet hoe hij is geselecteerd. ‘Ik zie het als een groot voorrecht. Er zijn zoveel mensen die mee zouden willen doen terwijl er maar plek is voor een klein aantal.’

Het programma vandaag: een college over de militaire en de maatschappelijke dienstplicht, een briefing over het autonome eiland Åland en een werkbezoek aan de haven van Helsinki, een belangrijk logistiek knooppunt en daarmee ook een veiligheidsrisico. En natuurlijk de rampenoefening over de vogelgriep.

Meer begrip voor andere disciplines

Juusela, die tijdens de simulatie een medewerker is bij Buitenlandse Zaken, zegt veel te leren van dit soort oefeningen. ‘Ik begrijp nu beter wie wat beslist in crisistijd’, zegt hij. Portaankorva zegt vooral wat op te steken van de andere deelnemers. ‘Ik ben opgeleid als dokter en weet veel van de zorg. Maar nu begrijp ik ook hoe mensen van de kant van de regering en de media dingen zien.’

Minder duidelijk is welke praktische kennis de twee straks meenemen. Juusela zegt dat hij nu meer weet over ‘andere spelers in de Oostzee en de rol die zijn organisatie kan spelen’. Portaankorva zegt dat ze nu een beter beeld heeft van internationale veiligheidskwesties en hoe een balans te zoeken tussen veiligheid en vrijheid van academisch onderzoek.

Het klinkt allemaal wat vaag, maar dat is niet erg, zegt de in uniform gestoken kolonel Jussi Kosonen, die de defensiecursus leidt. De cursus draait niet om overlevingstechnieken of andere praktische vaardigheden. Het gaat vooral om kennis van dreigingen en hoe Finland is voorbereid.

Anders naar het nieuws kijken

‘Wie de training heeft gedaan, kijkt anders naar het nieuws dan voorheen, omdat ze veiligheidskwesties meteen herkennen’, aldus Kosonen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van de studenten om te ontdekken wat in hun organisatie gedaan moet worden.’

Kosonen wijst op het geluid van de koffiedrinkende cursisten buiten de vergaderzaal. ‘Hoor je dat? Deze cursus draait ook om netwerken, want samenwerken is essentieel voor de weerbaarheid van de samenleving. Daarom is er ook veel tijd om elkaar te leren kennen. Alle deelnemers worden lid van een alumnivereniging, die ook weer lezingen en debatten organiseert. Ons motto is: de cursus is nooit afgelopen.’

De kolonel spreekt in zinnen die zo uit een handboek over paraatheid hadden kunnen komen. Niet toevallig bestaat er inderdaad een Finse handleiding Totale Veiligheid. Daarin staan zinnen als: ‘De veiligheidsversterkende houding van individuen vormt de basis van de totale veiligheid.’ En: ‘Wederzijds vertrouwen is een cruciaal element in het in stand houden van de samenleving.’

Finnen lachen hier nooit om

Je kunt erom lachen, maar dat doen Finnen nooit. De ideeën over paraatheid stammen uit de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen Finland werd binnengevallen door de Russen en het land 10 procent van zijn grondgebied kwijtraakte aan Moskou.

Daar kwam de dreiging van een nucleair conflict bij. ‘Het besef ontstond dat weerbaarheid niet alleen een militaire kwestie is, maar een zaak van de hele samenleving’, aldus Kosonen.

Er is waarschijnlijk geen land ter wereld die dat idee zo ver heeft doorgevoerd als Finland. Het 5,5 miljoen inwoners tellende land heeft 250 duizend oproepbare reservisten, talloze schuilkelders en een weerbaarheidsorganisatie (Nesa) die samen met bedrijven nood- en reservevoorraden aanhoudt.

Daarnaast overleggen grote bedrijven van 27 sectoren over dreigingen en mogelijke oplossingen.

Dikke stalen deur

‘Hier is ie’, zegt Olli-Pekka Piipponen, voor de dikke stalen deur van de schuilkelder in het gebouw van S-Bank, een van de grootste banken van Finland.

Piipponen is directeur operationele risicobeheersing en doet daarom elke zes weken mee aan het veiligheidsoverleg met collega’s van alle grote Finse financiële instellingen. De gesprekken, georganiseerd door de Finse overheid maar voorgezeten door iemand uit het bedrijfsleven, gaan over veiligheidsdreigingen en hoe die te lijf te gaan.

Cyberdreiging staat vaak op de agenda, want volgens Piipponen van S-Bank is dat het grootste risico voor zijn bank. Recentelijk werd de sabotage van datakabels in de Oostzee besproken. ‘Het wegvallen van kabels kan voor grote problemen zorgen, helemaal als je zo geïsoleerd ligt als Finland. We delen een lange grens met Rusland, 1.300 kilometer. Dat maakt ons kwetsbaar. Wellicht moeten er extra kabels komen.’ De oorlog in Oekraïne is ook besproken. ‘Het is leerzaam om te kijken hoe het betalingssysteem werd geraakt toen de oorlog uitbrak. Gingen de Oekraïners massaal over op contant geld of bleven ze apps gebruiken? Aan de hand daarvan kijken we wat er in Finland zou gebeuren als de oorlog uitbreekt.’

Finse tips voor EU-strategie

De Finse weerbaarheidsaanpak maakt furore, zeker sinds de Russische inval in Oekraïne. De Europese Commissie lanceerde woensdag een paraatheidsstrategie, waarin onder meer staat dat burgers en overheden noodvoorraden moeten aanleggen. Het rapport is mede gebaseerd op een vorig jaar verschenen rapport van de Finse oud-president Sauli Niinistö.

Finland is ook een voorbeeld voor Nederland. Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) wil dat burgers beter voorbereid zijn op crises. Zo moeten ze weten wanneer en waar ze moeten schuilen.

Ook wil hij dat burgers zich 72 uur moeten kunnen redden als bijvoorbeeld de stroom uitvalt. Op de website denkvooruit.nl staan lijstjes met wat burgers in huis moeten halen, zoals houdbaar voedsel, flessen water en een radio die werkt op batterijen. In Finland en Zweden bestaan dit soort adviezen al langer.

In Nederland wordt nog weleens smalend gedaan over zoveel voorbereiding. Zo noemde oud-hoogleraar Maarten van Rossem het inslaan van noodvoedsel nutteloos en het advies bangmakerij. Daar moet alumnus Charly Salonius-Pasternak van het Finse instituut van Internationale Zaken, die zelf ook lesgeeft op de cursus, op zijn beurt weer om lachen.

Goed voor de mentaliteit

‘Deze training is niet alleen nuttig in het geval van oorlog’, onderstreept Salonius-Pasternak, ‘maar ook voor een hele trits andere crises, zoals stroomuitval, haperende kerncentrales of een grote storm. En het is goed voor de mentaliteit. Mensen reageren beter op crises als ze voorbereid zijn, en zeker wanneer ze die voorbereiding samen met anderen hebben gedaan.’

Of Nederland naast het noodpakket ook andere Finse methoden gaat kopiëren, zoals de Defensiecursus, valt nog te bezien. Elk land heeft zijn eigen veiligheidscultuur, schreef Van Weel. Volgens Salonius-Pasternak is het concept eveneens geschikt voor andere landen.

Wel denkt hij dat de training in andere landen wat ingekort moet worden. ‘Ik vermoed dat het een tijd duurt voordat ceo’s en andere leidinggevenden de waarde inzien van de cursus en bereid zijn bijna een maand op cursus te gaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next