Home

100 miljoen jaar oude wesp had een achterlijf als een Pac-Man-grijper

Een parasitaire wesp met een achterlijf als een vleesetende plant. Het klinkt als een monsterachtig wezen uit een folkloreverhaal, maar het is een uitgestorven beestje dat onderzoekers hebben gevonden in een stuk barnsteen.

Toen Deense en Chinese wetenschappers voor het eerst door de microscoop naar het nog onbekende lid van de zogenaamde superfamilie goudwespachtigen tuurden, sloegen ze steil achterover van verbazing. Wat ze hadden aangezien voor een grote luchtbel in het barnsteen, bleek een onderdeel van het achterlijf te zijn. Na het bekijken van meerdere exemplaren zagen de onderzoekers iets wat sterk lijkt op de vangbladeren van de vleesetende venusvliegenvanger.

In de Noije Bum-mijn in Myanmar, een waar barnsteenwalhalla, verzamelden de wetenschappers stukken versteende hars, oftewel barnsteen. Zo’n 100 miljoen jaar geleden waren de wespen in de nog vloeibare hars vast komen te zitten.

Insecten, spinnen en zelfs kleine boomkikkers kunnen ten prooi vallen aan dit stroperige, kleverige goedje. Door blootstelling aan druk en warmte is de hars in de loop van miljoenen jaren gefossiliseerd, waardoor ingesloten beestjes uitstekend bewaard zijn gebleven – een buitenkans voor paleontologen.

Behalve een microscoop gebruikten de onderzoekers ook CT-scans om de uitgestorven beestjes te bestuderen. Door goed te kijken naar de onderdelen en de vorm het achterlijf concludeerden ze dat dat een soort grijporgaan moest zijn.

Het grijporgaan – dat wel wat wegheeft van een PacMan-happertje of de piranha-plant uit Super Mario – heeft aan het uiteinde opvallend lange haren. Mogelijk gebruikte de wesp die om een potentieel doelwit te detecteren.

Geen prooi maar een gastheer

Maar met de gevoelige haartjes spoorde de wesp geen prooi op, vermoeden de onderzoekers, maar een gastheer. De wesp was een zogeheten parasitoïde, een organisme dat niet alleen eitjes legde op een ander insect, maar dat uiteindelijk ook aan zijn eind hielp.

Aan de binnenkant is de grijper bekleed met een soort borstel van zachte, naar binnen gerichte stekeltjes. Dat duidt erop dat de wesp er niet op uit was om het slachtoffer te doden, maar alleen om het goed vast te houden. Harde stekels, zoals bij een bidsprinkhaan, zouden een prooi immers doorboren. En aan een dode gastheer heeft een parasiet niets.

De onderzoekers bestudeerden ook de angel van de wesp. Met dat flexibele steekorgaan kon de wesp een slachtoffer makkelijk prikken en verlammen om er de eitjes te kunnen plaatsen. Toch heeft die vernuftige combinatie van angel en grijpachterwerk deze familie van wespen niet voor uitsterven kunnen behoeden.

Vanwege zijn monsterachtige uiterlijk doopten de wetenschappers het beestje Sirenobethylus charybdis. Het eerste deel van de naam verwijst naar sirenia oftewel zeekoeien, omdat de staart van de wesp ze aan die dieren doet denken. En Charybdis is het ijzingwekkende zeemonster uit de Griekse mythologie, dat draaikolken veroorzaakte door immense hoeveelheden zeewater op te zuigen en weer uit te spugen.

‘Een spannende studie’, reageert Jan Wieringa, insectenexpert bij Naturalis in Leiden en niet betrokken bij het onderzoek naar de bijzondere uitgestorven wesp. Hij kan zich wel vinden in de analyse van de onderzoekers, al merkt hij op dat het lastig is om op basis van fossielen te bepalen wat de wesp precies deed met dat venusvliegenvanger-achtige achterlijf. ‘Als je écht zeker wilt weten hoe de wesp dat vangapparaat gebruikte, moet je een exemplaar met een gastheer in het barnsteen zien te vinden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next