Home

En daar draven we weer achter de wolf aan, weg van wezenlijker zaken

Zojuist voor de derde keer de reportage van Yvonne Hofs over het wolvendebat van dinsdag gelezen. Komt een mens van bij. Vermoedelijk zal de Geert Mak van 2100 Hofs’ reportage citeren in de inleiding van zijn boek over de inertie van de jaren 20 en alle ellende die daaruit voortkwam. Kijk, zal 2100-Mak schrijven, ‘het gebeurde voor hun neus, ze zagen het niet, of ze wilden het niet zien. Ze waren te druk met de wolf.’

Het is niet moeilijk je te laten begeesteren door het magisch-realistische karakter van het woeste wolvenproza van Caroline van der Plas, waarin schoolkinderen door uitgestrekte wouden fietsen, waar tussen bomen valse roofdierogen oplichten; het is grote kunst. Volgens Nabokov werd de literatuur niet geboren toen een ‘wolf, wolf!’ roepende jongen kwam aanrennen met een wolf op zijn hielen, maar op de dag dat een ‘wolf, wolf!’ roepende jongen kwam aanrennen zonder dat er een wolf te bekennen was. En het is evenmin lastig te genieten van de botsing tussen de ambtelijke wijze waarop de overheid elk brokje natuur regelt en het brokje in kwestie: in delen van Drenthe schijnen de wolven zich inmiddels aan geen enkel protocol te houden. Ze benaderen mensen, scharrelen door woonwijken, slapen in achtertuinen en springen over wolfwerende hekken. Je zult zien dat ze zich van de voorgestelde wolfvrije zones ook niks gaan aantrekken.

De wolf, een beest is het.

Overigens zal ik niet beweren dat het me koud zou laten als ik zou zien hoe mijn spelende dochter in de tuin een tussen de hortensia’s maffend wild dier aan zijn staart trekt. En ik zou het vermoedelijk evenmin op prijs stellen als er daarna in columns lacherig of misprijzend over werd gedaan. Mogelijk zou ik me aan een opiniestuk wagen, een bezwaarschrift of, nog erger, aan een memoir. Want zo’n ontmoeting biedt kansen. Voor je het weet zit je bij Nieuwsuur en mag je je boek omhooghouden op elk BBB-congres. Liever dan het te schrijven zou ik zo’n boek trouwens gewoon lezen. Bij voorkeur vanuit het perspectief van het dier, en dan van de hand van de grote Koos van Zomeren, die enkele jaren geleden in deze krant pleitte voor mededogen: ‘Stel je voor dat je wolf bent en dat je hier in Nederland moet leven, dat lijkt me verschrikkelijk.’

Een Van Zomeren-roman over een probleemwolf in een wolfvrije zone, met Caroline op z’n hielen, dat zou het beste zijn. Maar we zitten met Dion Graus, die zich zo grondig in andere levende wezens verplaatst dat de mens er vaak bekaaid vanaf komt. In het wolvendebat sprak Graus de wens uit wolventaal te kunnen spreken, zodat hij de dieren bij de grens kon waarschuwen. Keer om, blijf weg. Spijtig dat veel wolven het Nederlands slecht beheersen, anders had hij wat bordjes van minister Faber kunnen lenen. Geëmotioneerd sprak Graus, in lange zinnen, die meanderden door een landschap van grenzeloze dierenliefde langs goddelijke rechtbanken, bevriende bijtgrage honden en diepe inzichten: ‘Mag een wolf potverdikkie voor zijn gezin wat te eten gaan halen, waarom is dat plotseling een roofdier? Da’s toch ook gewoon een dier dat honger heeft? U gaat toch ook niet met een lege maag naar bed?’

‘Tja’, zal 2100-Mak schrijven, als-ie op het wolvendebat terugkijkt. ‘Wáár waren ze druk mee? Op zich is het duidelijk waarom en waarvan incompetente leiders destijds de aandacht afleidden, maar waarom liet de kiezer dat toe? Was het verveling, algehele lamlendigheid? Daarover meer in Hoofdstuk 3: ‘Herfst 2025 – De Moeflonrellen’.’

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next