Specialisatie biedt voordelen, maar veel hangt af van de vraag in hoeverre de zorgsector zich realiseert dat dit voor patiënten geen kleine verandering is.
Minister Agema van Volksgezondheid kan haar borst natmaken. De medisch specialisten, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen die het dinsdag eens werden over verdere, grootschalige concentratie van de gespecialiseerde medische zorg, borduren weliswaar voort op de heersende trend in de zorgsector, maar mogen op flinke tegenwind rekenen vanuit de Tweede Kamer. Daar zijn immers juist de streekziekenhuizen door een belangrijk deel van de Kamer zowat heilig verklaard.
De BBB en Agema’s eigen PVV zullen niet staan te juichen als binnenkort het ene na het andere ziekenhuis in de wat dunner bevolkte regio’s bekendmaakt dat een deel van de zorg wordt uitbesteed aan een ziekenhuis in een andere provincie. Wie de slepende politieke debatten over de afslanking van het ziekenhuis in Heerlen de afgelopen maanden heeft gevolgd, weet wat Agema dan te wachten staat.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Niemand kan overigens zijn overvallen door de trend. De overtuiging dat de kwaliteit van de zorg stijgt door specialisatie, heeft het ministerie al sinds het aantreden van het eerste kabinet-Rutte in 2010 stevig in de greep. Dat begon bij de routinematige zorg. Een chirurg die dagelijks heupoperaties doet, is beter dan zijn collega die dat sporadisch doet, bleek destijds al overtuigend uit onderzoek. Zo ontstonden de ‘heup- en kniestraten’ waar die gewrichten aan de lopende band worden behandeld. Dure apparatuur en kennis worden beter benut, patiënten worden beter geholpen, iedereen blij.
In de praktijk is ook veel hoog gespecialiseerde zorg allang geconcentreerd, om de simpele reden dat er te weinig patiënten én artsen zijn om die zorg in alle ziekenhuizen te bieden. De academische ziekenhuizen ontvangen sinds jaar en dag patiënten met zeldzame aandoeningen uit alle windstreken.
De volgende stap, die nu wordt gezet, gaat nog veel meer mensen raken. Het gaat om behandelingen bij vijf soorten kanker en twee ernstige vaataandoeningen. Tientallen ziekenhuizen raken een deel van hun zorg kwijt, nog steeds vanuit dezelfde grondgedachte: concentratie vergroot de kans op snelle behandeling, verhoogt de kwaliteit van de zorg en verlaagt de kosten.
Dat zal allemaal waar zijn, maar de kans van slagen en de omvang van de politieke weerstand hangen nu in hoge mate af van de vraag in hoeverre de zorgsector zich realiseert dat dit geen kleine ingreep is. Het veelgehoorde ‘ja, patiënten zullen iets verder moeten reizen’ doet geen recht aan de impact die dat heeft op veelal oude, zieke mensen. Het gaat immers niet om één reis, maar soms om wel tientallen reizen per jaar als de nabehandeling ook grotendeels in het operatieziekenhuis moet plaatsvinden.
In de berekeningen over de kostenbesparingen moet bovendien worden meegenomen dat niet alles goedkoper kan. De zorgverzekeraars zullen in ruil voor concentratie wel een zeer laagdrempelig, klantvriendelijk en betaalbaar netwerk van ziekenvervoer moeten optuigen om te voorkomen dat veel patiënten daar volledig in vastlopen. Iedereen die weleens te maken heeft gehad met de situatie, weet dat veel verzekeraars nog lang niet zover zijn.
Zonder gerichte investeringen in de patiëntvriendelijkheid zal het niet gaan. ‘Regel het zelf maar’ is voor zieke, hulpbehoevende mensen niet het juiste antwoord.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant