Stalen kluisdeuren, metersdik beton, zwaarbewapende marechaussee én een slotgracht: decennialang kwam je niet zomaar binnen in de kluis van De Nederlandsche Bank. Nu de goudvoorraad is verhuisd, zet de bank de deuren in Amsterdam juist wagenwijd open.
is economieverslaggever voor de Volkskrant
De 16-jarige Gijs Peters staat met zijn handen in zijn zakken, legt zijn hoofd in zijn nek en kijkt bewonderend om zich heen. Het is dinsdagochtend en samen met zijn klasgenoten staat hij in de goudkluis van De Nederlandsche Bank (DNB). ‘Indrukwekkend’, vindt Gijs.
Hier, aan het Amsterdamse Frederiksplein, in een ruimte onder de grond, lag nog niet zo lang geleden voor zo’n 12 miljard euro aan goud. Voor het onwaarschijnlijke geval dat het monetaire stelsel in elkaar zou storten en de euro of dollar plotsreling waardeloos zou worden.
Ideaal was het niet, zo’n goudpakhuis midden in het centrum van Amsterdam. Het beveiligingsniveau stond permanent op standje Fort Knox. Het DNB-kantoor was een vesting, compleet met een leger zwaarbewapende marechaussees.
In 2020 verhuisde het goud uit Amsterdam naar Haarlem, waar het tijdelijk werd opgeslagen, om in 2023 definitief te belanden in Zeist, waar het ligt opgeslagen in een splinternieuwe kluis. De rest van het Nederlandse goud is opgeborgen in New York (31 procent), Ottawa (20 procent) en Londen (18 procent).
Het leeghalen van de kluis en de daaropvolgende verbouwing bood de kans om de functie van het DNB-gebouw radicaal te veranderen. Deed de bank eerst alle moeite om mensen op afstand te houden, nu is het publiek juist welkom. Dat hoort bij een centrale bank, zei DNB-president Klaas Knot onlangs. ‘We moeten uitnodigend zijn naar andere mensen. Niet alleen zenden, maar ook luisteren en openstaan voor nieuwe ideeën.’
Een groot contrast met zijn verre voorganger Jelle Zijlstra, die in 1968 bij de opening van het DNB-kantoor het gebouw juist prees om zijn ‘rust’. ‘Er dringen weinig geluiden van de buitenwereld tot je door. Je kunt hier heel rustig arbeiden.’
De vermaarde architect Francine Houben heeft de renovatie – kosten: 320 miljoen euro – enthousiast ter hand genomen. Ze toverde het gesloten bastion om in een alleszins toegankelijk gebouw. Ze liet een van de twee kantoortorens (de ‘Satelliet’) weghalen en creëerde op de vrijgekomen plek een stadstuin, waar je gezinnetjes met kinderwagens vanaf de straat zo naar binnen ziet lopen. Binnen, in het gebouw, kun je koffiedrinken en vijf kranten lezen, waaronder het Financieele Dagblad en The Financial Times.
Ook is de ingang verplaatst. Bezoek komt niet meer binnen vanaf het Westeinde maar via het Frederiksplein en komt dan meteen in de oude goudkluis terecht. De meterslange, drie verdiepingen hoge betonnen ruimte is aan bijna alle kanten opengebroken. De bouwvakkers hadden zaagschijven van 2 meter nodig om door het gewapend beton heen te komen. Nu bevindt zich hier de Nieuwe Schatkamer: een 4.800 vierkante meter groot publiekscentrum dat vanaf deze week is geopend.
De meeste nieuwsgierigen moeten zich behelpen met een gratis audiotour, maar sommige bezoekers hebben meer geluk. Koning Willem-Alexander werd woensdagavond rondgeleid door DNB-president Knot; de schoolklas van Gijs Peters is dinsdagochtend in de bekwame handen van gids Jure Burić (21).
In nog geen twee uur tijd loodst Burić de scholieren door de oude kluis. Met aanstekelijk enthousiasme trakteert de student economie en filosofie de tieners op een crash course economie. Daarbij schuwt hij de ingewikkelde onderwerpen niet. Wat doet een centrale bank precies? En hoe werkt de technologie achter pinbetalingen of crypto?
De klas, vwo-leerlingen van het Montessori Lyceum Amsterdam van rond de 16, luistert geduldig. Toch wekt de goudkluis de meeste interesse. Gijs is geïmponeerd door de kluisdeuren, die een meter dik zijn en die drie verschillende sleutels hebben. Nog spectaculairder: dat de ruimte om de kluis bij onraad geheel onder water kon worden gezet. Gijs: ‘Ik had dat weleens gehoord, maar ik dacht dat het een broodje aap-verhaal was.’
De ogen van de scholieren beginnen te glinsteren als Burić een smakelijke anekdote opdist over Sanjay D., voor zover bekend de enige die ondanks alle beveiligingsmaatregelen de goudkluis wist te plunderen. Als DNB-medewerker roofde hij in 2008 1,25 miljoen euro aan contant geld, waarna hij met de buit vluchtte naar zijn geboorteland India, waar hij vermoedelijk nooit meer hoeft te werken. Burić: ‘Hij is daar set for life.’
Na afloop van de rondleiding moet Burić nog een beetje wennen aan het kennisniveau van zijn publiek. ‘Ik dacht dat iedereen wel wist wat het depositogarantiestelsel was’, zegt hij verbaasd, doelend op de bescherming die DNB aan spaarders biedt wanneer hun bank failliet gaat. ‘Dat blijkt helemaal niet zo te zijn.’
Economiedocent René de Meij (59), die de klas begeleidt, tempert de verwachtingen van de 21-jarige gids. Hij merkt dat zijn leerlingen steeds minder goed op de hoogte zijn van actualiteiten. Ook valt hem op dat ze steeds minder nieuwsgierig zijn naar hoe dingen werken.
Dat deze scholieren nu een keertje in de goudkluis van DNB hebben gestaan, is daarom al winst, vindt de docent. ‘In mijn lessen is zo’n centrale bank iets heel abstracts. Nu staan ze hier en realiseren ze zich: o, DNB bestaat, en zo ziet het hoofdkantoor er dus uit.’
Burić hoort de docent peinzend aan. Dan zegt hij: ‘Ik wil dat ze onthouden dat er iemand is die waakt over de stabiliteit van de Nederlandse economie. En hóe DNB dat allemaal doet, dat kunnen ze later altijd nog een keer opzoeken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant