Aan ons de eer het laatste verboden-toegangsbordje te verwijderen van Rottumerplaat. Het is de gewichtigste klus van de werkweek: het hele onbewoonde eiland rond staan verbodsborden op palen en die moeten worden vervangen. Dit is het meest beschermde, minst toegankelijke natuurgebied van Nederland, met een blijvende aantrekkingskracht op mensen die er meer in zien dan zand en slik. Wij ook: al de eerste avond in het dienstgebouw komt het plan op tafel een vrijstaat te beginnen.
Rottumerplaat werd beroemd door Jan Wolkers en Godfried Bomans die er ieder een week in eenzaamheid verbleven; hun liveverslagen op de radio en wat ze er later over schreven, verhieven het schijnbaar onbewoonde eiland tot mythisch cultuurgoed. Het ging er een beetje van zweven. Sindsdien (1971) staat Rottumerplaat bekend als ‘oernatuur’. Onzin, want het was een werkeiland, gebouwd door Rijkswaterstaat als bruggenhoofd bij het inpolderen van de Waddenzee. Nu ligt het in een vergeten noordoosthoekje van Nederland en verandert het permanent van vorm.
Ideaal voor onze vrijstaat: een plek waar de wereld geen vat op heeft. Alleen al de gedachte is bemoedigend, net als de onmiddellijke gelijkgestemdheid onder vreemden op een verboden eiland; gewoon een troepje mensen op het noordelijkste punt van Nederland.
Vergeten voor te stellen: acht vrijwilligers op werkweek, de enige manier voor gewone burgers om hier te komen. Gebracht door dienstvaartuig Harder waden we de laatste meters naar de oever, en staan dan als vogels bij hoogwater op het strand: postbode, psycholoog, technisch medewerker in de waterbouw, oud-directeur, huisman, schrijver, systeembeheerder, wadloopgids. Gelijkgestemden: iedereen die hier komt wil langer blijven.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Rottumerplaat is publiek bezit, vorig jaar nam Rijkswaterstaat het gezag over van Staatsbosbeheer. Vanwege de andere huisstijl moeten de bruine verbodsborden worden vervangen door alarmgele, al dragen ze dezelfde tekst: wegwezen, kwetsbaar gebied.
Met een Engelse sleutel en een steeksleutel maken we het laatste bruine bord eenvoudig los, maar we aarzelen het gele vast te schroeven – dit is het moment de vrijstaat uit te roepen, met eigen postzegels en een te verkopen internetadres (.rot), een beproefd recept van autonome eilandstaten. Ter bescherming van dit monument, want wat draagt zo’n eiland nou eigenlijk bij in deze tijd van schaarste. Kwetsbaar, inderdaad: natuur is duur en Nederland heeft veel prioriteiten.
Aan alle kanten rukt de buitenwereld winstgevend op: naar het noorden eerst de vaargeul met haar megaschepen, dan de windmolenparken, het eiland Borkum dat als een witte stad oprijst uit zee, de naar ijzer geurende industrie van de Eemshaven met nog meer windmolenparken, de industrie van Delfzijl en, niet te zien maar wel te horen, de schietoefeningen bij Lauwersoog: dof geratel en ontploffingen. Hoog komen de straaljagers over.
Erger nog: er is mobieletelefoonverbinding. Eén streepje, maar genoeg om het wereldnieuws binnen te halen, zodat het net lijkt of Rottumerplaat daar deel van uitmaakt terwijl het omgekeerde het geval moet zijn.
Hier is elk afzonderlijk geluid belangrijk, elke vorm; net als het leven is dit eiland even tijdelijk als eeuwig. De wilgen botten uit, de kleinste vogels van het land (goudhaantje) en de grootste (zeearend) gebruiken het als landingsplaats, net als een eerste beloftevolle vlinder van het seizoen. De zon wrikt de geuren los die liggen opgeslagen voor de winter: vers slib, zout zand, het rotten van een kadaver. Alles hier is van betekenis, grijpt in elkaar zoals het hoort, dat maakt het landschap emotioneel.
Aan de wal worden dingen uit elkaar getrokken omdat het efficiënter is; daar vind je geen chaotisch doorgebroken duinen meer met glinsterende schelpenvelden.
Rottumerplaat kreeg een officieuze topografie: Zuidwesterstrand, Noorderkwelder, Middenbos, Noordrif en de Binnenzee. De witte zandvlakte aan de noordkant wordt het Prins Clausplein genoemd, het is de gewoonte daar met de trekker een rondje te rijden zodat het werkelijk op een verkeersplein lijkt. Ook dit brengt de drukte alweer dichterbij.
Dit schrijven we op ons zelfgemaakte verbodsbord: ‘Vrijstaat Rottumerplaat, 3x bellen, alleen toegang voor gelijkgestemden’. En we hangen het met een lijntje aan de paal – vastschroeven durven we niet.
Aan de horizon verschijnt dienstvaartuig Harder voor de terugreis; we stappen op en zwaaien het eiland uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns