Om de drukte bij rechtbanken te verminderen, wil het Openbaar Ministerie meer mensen zelf straffen. Critici vrezen een afbraak van het rechtssysteem. Woensdag spraken Tweede Kamerleden over het plan met experts, de Hoge Raad gaat onderzoek doen. Hoe wenselijk is de ingreep van het OM? Vijf vragen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Mag het Openbaar Ministerie zomaar straffen opleggen en waarom wil het dat meer gaan doen?
De normale gang van zaken: het Openbaar Ministerie (OM) doet onderzoek en klaagt aan, waarna het aan de rechter is om een oordeel uit te spreken. Met een zogeheten strafbeschikking mag het OM sinds 2008 een bepaalde groep verdachten zelf bestraffen. Daaraan zitten wel twee beperkingen: het mag alleen in zaken waarvoor tot maximaal 6 jaar gevangenisstraf staat, en het OM mag zelf geen gevangenisstraf uitspreken. Wel mag het OM taakstraffen, geldboetes, rijontzeggingen en contactverboden opleggen.
Het OM maakte eerder dit jaar bekend meer gebruik te willen maken van die zogeheten strafbeschikking. Doel is meer misdrijven te bestraffen dan nu gebeurt, schreef het OM afgelopen week in een verklaring. Ook moeten rechters ontzorgd worden, omdat zij zich in mindere mate hoeven te buigen over de kleinere strafzaken. Complexere zaken – denk aan huiselijk geweld en geweld tegen politieagenten – zullen altijd worden overgelaten aan een rechter, aldus het OM.
Volgens de openbaar aanklager ontlopen veel criminelen nu hun straf omdat de ‘rechtspraakketen is vastgelopen’. Veel lichte vergrijpen, zoals winkeldiefstal, worden als gevolg van overbelasting geseponeerd. Dat komt doordat er al jaren simpelweg te weinig rechters zijn om alle zaken te behandelen.
Meer daders worden bestraft, terwijl de rechtbanken minder werk hebben. Wat is de kritiek dan?
Het grootste pijnpunt is principieel: de rechter buigt zich niet over de strafzaak. Daarmee wordt het recht op een eerlijk proces mogelijk niet nageleefd, omdat het OM dan zowel aanklager als strafoplegger is. Dat stelt bijvoorbeeld emeritus hoogleraar sanctierecht Henny Sackers. ‘Daders kunnen alsnog naar de rechter stappen als zij het niet eens zijn met de straf die het OM oplegt, maar dat weten zij niet altijd.’
Ook de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, is kritisch over de strafbeschikking van het OM. Veel omschrijvingen van ten laste gelegde feiten laten ‘aan duidelijkheid te wensen over’, stelde de Hoge Raad in 2022.
Die geeft als voorbeeld dat een ‘eenvoudige diefstal kan worden gepresenteerd als diefstal door middel van braak, terwijl de braak niet bewezen is’. De procureur-generaal bij de Raad laat woensdag weten een nieuw onderzoek te openen naar de manier waarop het OM strafbeschikkingen inzet.
Sackers benadrukt dat een rechter dergelijke misstanden veelal weet te voorkomen. ‘Een rechter houdt rekening met de omstandigheden van de pleger van een misdrijf. Dat is maatwerk en daar is geen ruimte voor als het OM zelf een straf oplegt.’
Het OM zegt ook een bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen van het cellentekort. Is dat een terecht pluspunt?
Niet volgens hoogleraar sanctierecht aan de Universiteit Leiden Pauline Schuyt: ‘Het OM zegt onder meer hiermee het cellenprobleem te willen oplossen doordat er minder veroordeelden naar de gevangenis zullen gaan, maar stelt tegelijkertijd dat het alleen gebruik zal maken van de strafbeschikking in zaken waarin ook een rechter geen gevangenisstraf zou opleggen.’ Dat vindt Schuyt tegenstrijdig.
Het kan wel voordelen opleveren op het gebied van ‘vervangende hechtenis’, zegt Schuyt. Sommigen mensen die een boete niet betaald hebben, belanden in de gevangenis. Dat is niet automatisch het geval bij mensen die op basis van een strafbeschikking zijn veroordeeld tot een boete en die niet kunnen betalen.
Hoe kijken andere betrokkenen in het strafrecht naar de plannen van het OM?
Rechters zijn niet blij met de ‘helpende hand’ van het OM. Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, zegt faliekant tegen de ‘koerswijziging’ van het OM te zijn. Tijdens het rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden maakte Naves woensdag duidelijk dat hij vreest dat dit ‘tijdelijke beleid van het OM permanent wordt’. Ook hekelt de voorzitter het feit dat het OM ‘een eigen koers vaart’ door ‘niet van tevoren te hebben overlegd met de rechters en de politie’.
Politievakbond ACP leverde afgelopen weekend eveneens stevige kritiek op het OM. ‘Dit past niet bij ons rechtvaardigheidsgevoel’, zei voorzitter Ramon Meijerink. De Nederlandse Politiebond (NPB), de grootste politievakbond van Nederland, neemt een minder uitgesproken positie in. Vakbondsvoorzitter Nine Kooiman: ‘Dat strafzaken nu regelmatig worden geseponeerd, is ook frustrerend voor agenten en slachtoffers.’ De politieleiding deelt die lezing woensdag.
Hoe denkt de politiek erover?
Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) noemt de beslissing van het OM ‘in algemene zin goed’. ‘Rechters kunnen zich dan richten op de belangrijke zaken en de doorlooptijden verbeteren’, zo verklaart de minister aan persbureau ANP.
In de Kamer is de strafbeschikking al jaren een heikele kwestie. Regeringspartij PVV wil de strafbeschikking van het OM al jaren beperken tot zaken waarvoor een gevangenisstraf staat van maximaal 3 jaar. NSC denkt aan een maximum van 4 jaar. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat er strengere eisen moeten worden gesteld aan de strafbeschikking. Zo is die van mening dat het OM slachtoffers beter moet uitleggen waarom een dader niet voor de rechter komt.
Uit het rondetafelgesprek woensdag blijkt dat Kamerleden vooral praktische vragen hebben over de invulling van de strafbeschikking en geen principiële bezwaren hebben tegen het beleid. Zo vroeg NSC of het OM niet een meer heldere definitie van ‘lichte vergrijpen’ kon geven. VVD-kamerlid Ulysse Ellian begreep niet waarom voorzitter Naves niet blij was met de beslissing van het OM. ‘Waarom spant u zich niet samen met het OM maximaal in om er iets van te maken?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant