Home

In Antonio Scurati’s vierde, weergaloze Mussolini-roman is de Duce dik, ongelukkig en onderdanig aan Hitler

In M – Het uur van de waarheid is de Italiaanse dictator Mussolini een figurant in een oorlog die hij nauwelijks begrijpt. Je hoeft de vorige delen niet te hebben gelezen: Antonio Scurati grijpt je meteen bij de lurven.

‘Heeft u nooit Mussolini’s gezicht gezien? In die tijd was het mager, maar de beenderen in zijn gezicht waren fors. De mond was breed, met volle lippen, de kin groot en rond, de neus fors en glimmend, en de ogen, de ogen waarmee hij me die avond fixeerde, waren groot, diep donker, vol van een vastberaden dreigend licht.’

Dit schreef de Italiaanse diplomaat, oorlogscorrespondent, filmmaker en romancier Curzio Malaparte in Dagboek van een vreemdeling in Parijs (vertaald door Jan van der Haar). Malaparte herinnert zich de middag waarop hij werd ontboden bij de Duce, een middag die hij wachtend voor zijn kantoor doorbracht. Hij moest iets verkeerd gedaan hebben.

‘‘Dus u bent het?’, zei Mussolini nadat hij me lang had gefixeerd, ‘een intelligent man als u verlaagt zich niet tot de boosaardigheid van een portier. Ik hoop dat u me begrijpt.’’

Malaparte begrijpt het niet en vraagt om uitleg: ‘‘Twee dagen geleden hebt u in café Aragno gezegd dat ik altijd lelijke dassen draag.’ Mussolini was duidelijk niet op zijn gemak, en bij die woorden bevoelde hij zijn das.’

Malaparte weet dat hij in ongenade is gevallen. Hij stamelt wat excuses en begint aan zijn aftocht. Zijn carrière is voorbij. Dan draait hij zich om.

‘Mag ik een laatste woord te mijner verdediging richten?’

‘Spreekt u maar’, zei Mussolini opkijkend.

‘Ook vandaag’, zegt Malaparte, ‘draagt u een lelijke das.’

Het begin van het einde

In het vierde deel van Antonio Scurati’s bekroonde, wereldwijd vertaalde en inmiddels verfilmde romanreeks M heeft de Duce een dikke kop gekregen, maar zit hij nog altijd stevig in het zadel. Het is 1940. Het uur van de waarheid is aangebroken: Mussolini stort zijn Italië in de Tweede Wereldoorlog, wat zal leiden tot zijn ondergang.

Je hoeft de vorige delen niet te hebben gelezen. Scurati grijpt je meteen bij de lurven met de laatste vlucht van Italo Balbo, een fascistische held. De piloot en oud-luchtvaartminister haalde ooit de cover van Time Magazine na zijn trans-Atlantische vlucht. In 1940 wordt zijn toestel geraakt door Italiaanse luchtafweer in het luchtruim boven Tobroek. De motoren stoppen ermee. Balbo weet dat hij gaat neerstorten, maar het duurt een eeuwigheid voordat hij crasht in de woestijn. Balbo’s uitgeteerde lichaam kan alleen nog aan zijn kunstgebit herkend worden. Een teken aan de wand voor fascistisch Italië.

Net als in vorige delen van de reeks doet Scurati (Napels, 1969) verslag vanuit het perspectief van een dozijn personages. Na ieder hoofdstuk is bronmateriaal toegevoegd, wat de vaart van het verhaal verrassend genoeg vergroot. Scurati balanceert op de grens tussen een roman en een historisch werk, zonder als schrijver tussen de materie en de lezer in te gaan zitten.

In dit deel wordt duidelijk dat fascistisch Italië nooit een moderne natie was, maar een illusie; de ooit angstaanjagende Mussolini is een figurant in een oorlog die hij amper begrijpt.

Het fascisme is gestoeld op mannelijkheid, en de verheerlijking van geweld, maar juist wanneer de extreemrechtse militaire ideologie tot bloei zou moeten komen, stort het als een kaartenhuis in elkaar. Italië is niet voorbereid op een serieuze oorlog. De Italiaanse tanks zijn kleiner en minder krachtig dan die van de Engelsen of de Russen; de soldaten willen niet vechten, en als ze wel willen vechten, moet dat met geweren uit 1891. Ze zijn geen partij voor de geallieerden.

Een wanhopige Duce

Soms zou je haast vergeten dat dit allemaal echt gebeurd is. Zoals de absurde poging van Mussolini en zijn schoonzoon Galeazzo Ciano om via Albanië Griekenland te veroveren. De veldtocht die ze organiseren buiten medeweten van de Duitse bondgenoot, omdat ze willen laten zien dat Italië ook een afschrikwekkend leger heeft. Een misrekening. De ‘feminiene’ Grieken blijken veel beter bewapend dan het fascistische leger. Daarna volgt een smadelijke aftocht naar Albanië, en – misschien wel het ergste – de vernedering om de Führer alsnog om hulp te moeten vragen.

Geplaagd door onzekerheid heeft Mussolini overwinningen nodig voor Italië. Om te laten zien dat het fascisme ertoe doet op het wereldtoneel, maar ook als geruststelling voor zichzelf. Naarmate de overwinningen uitblijven wordt de Duce wanhopiger, zeker met het oog op de geoliede oorlogsmachine van de Duitse bondgenoot.

Het Italiaanse leger wordt pas effectief als het wordt geleid door Duitse generaals en soldaten, zoals op de Balkan of aan het front in Libië. Pas als de Duitse generaal Erwin Rommel de leiding neemt over de divisies in de woestijn, is het mogelijk om terrein terug te winnen op de Britten.

Als Hitler de Sovjet-Unie binnenvalt om binnen acht weken de Russen van de kaart te vegen, is het voor Mussolini van cruciaal belang dat er ook Italiaanse troepen deelnemen aan Operatie Barbarossa: een overwinning op Rusland mag niet alleen op het conto van Hitler komen te staan.

Een disfunctionele relatie

Wat je gaandeweg ontdekt, is dat Mussolini in feite geen oorlog voert tegen Moskou of Londen. Het enige waar hij voor vecht, is voor zijn machtsverhouding met de Führer. Italië mag nooit een Duitse vazalstaat worden, dat is de angst van Mussolini. De relatie tussen Mussolini en Hitler is een hoogtepunten uit de roman. Het is een disfunctionele relatie, waarbij de een de ander nodig heeft: Mussolini kan geen oorlog voeren zonder Hitler. Andersom is Mussolini voor Hitler onmisbaar voor de stabiliteit in Italië.

Mussolini is de stichter van het fascisme, en al sinds 1922 aan de macht in Italië, ooit een voorbeeld voor Hitler en de NSDAP. Mussolini is de voorloper, maar van enige gelijkwaardigheid tussen de Führer en de Duce is geen sprake. Toch wordt er tijdens de bilaterale ontmoetingen tussen de twee leiders steeds gelijkwaardigheid gesuggereerd.

Scurati schrijft: ‘Benito Mussolini vreesde de vreselijke bondgenoot, maar zit tegenover de liefdevolle echtgenoot. Of misschien echtgenote. Op het hysterische af meevoelend verklaart Hitler dat hij als geen ander zijn spanning heeft meebeleefd en gedeeld, hij verplettert hem onder zijn goedheid, zijn ruimhartigheid, zijn kracht en zijn superioriteit.

‘Terwijl hij de vriendschap en de liefde opnieuw bezegelt, heeft de Führer tranen in zijn ogen. Mussolini, die ze nu wel kent, voelt zich er diep door vernederd en tegelijkertijd bevreesd.’

Naarmate de oorlog vordert, worden de ontmoetingen tussen de leiders van de as steeds absurder – iedereen weet dat het theater is. Schoonzoon Galeazzo Ciano ergert zich dood aan de bijeenkomsten met Hitler, omdat Hitler zo lang aan het woord is en er nooit iets wordt besloten. Ook als Duitsland allang op terugtocht is in Rusland, houdt Hitler nog eindeloze verhandelingen over lebensraum en de overwinning op de bolsjewieken. Rituelen worden de enige vorm van houvast. Hilarisch is het moment dat ze terugvliegen van het Russische front en Mussolini vraagt of hij het vliegtuig mag besturen. De Duitse legertop houdt zijn adem in, als de Führer wordt gevlogen door de Duce.

Mussolini heeft de pech dat hij de junior partner in het bondgenootschap is. Hij kan nergens bijsturen, maar voelt dat hij het ook niet kan maken om zijn Italiaanse troepen terug te trekken uit de gehaktmolen bij Stalingrad.

Tekenen bij het kruisje

Het boek (eveneens kundig als altijd vertaald door Jan van der Haar) biedt inzicht in de dynamiek binnen bondgenootschappen, en zeker over de junior partner. Aanvankelijk voelt de steun van een sterkere bondgenoot veilig, totdat duidelijk wordt dat je overgeleverd bent aan de plannen en de grillen van diezelfde bondgenoot. Wanneer de belangen uiteen beginnen te lopen, is de junior partner nog steeds gedoemd om te tekenen bij het kruisje. Door het gebrek aan evenwicht in de machtsverhoudingen wordt het onmogelijk om dan nog nee te zeggen.

Voorbeelden te over: binnen de huidige Nederlandse regering, of het partnerschap tussen Bush en Blair in Irak. En wat te denken van het partnerschap van de Navo-bondgenoten met een ontketende Donald Trump? Het is onprettig om aan het asymmetrische bondgenootschap vast te houden, maar het is misschien nog moeilijker om er een punt achter te zetten. Meestal werkt zelfbedrog.

Omringd door jaknikkers

Wanneer de opmars bij Stalingrad wordt gestuit, en de as in het defensief wordt gedrukt, verliest Mussolini zijn interesse in de oorlog. Achteloos, bijna uit desinteresse, verklaart hij de oorlog aan Amerika na de aanval op Pearl Harbour.

Mussolini maakt zich zorgen over zijn gezondheid, zondert zich af en raakt meer en meer in zichzelf gekeerd. Net als Napoleon op Sint-Helena speelt hij patience. De Duce is tot de conclusie gekomen dat het Italiaanse volk niet over de juiste genen beschikt om een fatsoenlijk fascistisch leger op de been te brengen. Zijn volk geeft te weinig om oorlog. Italianen willen van het leven genieten en zijn te veel met zichzelf bezig. Italië heeft hem in de steek gelaten. In zijn schurkachtigheid is Mussolini diep tragisch.

Al zijn plezier in het regeren is verdwenen. Regeren maakt eenzaam, zeker als het niet goed gaat: niemand kent het gewicht van de verantwoordelijkheid waar hij onder gebukt gaat. Alle kritische ministers heeft hij ontslagen, maar dat lost niets op. Omringd door een verzameling ongevaarlijke jaknikkers wordt de eenzaamheid van de dictator alleen maar groter.

Wanneer de geallieerden begin 1943 zonder veel tegenstand op Sicilië landen, kiezen zelfs die jaknikkers eieren voor hun geld. In een ijzingwekkende vergadering van de partijtop roepen ze Mussolini ter verantwoording. De Duce wordt afgezet, maar gaat de volgende dag toch naar zijn werk, en moet op pad, om zijn medeleven te betuigen aan slachtoffers van een bombardement in een Romeinse buitenwijk:

‘Als de Duce vervolgens vertrekt voor het bezoek aan de getroffenen, haast Navarra [Mussolini’s kamerheer] zich om zijn bureau op te ruimen. Hij treft er een perfect geschilde, maar onaangeroerde sinaasappel op aan. De schil is verwerkt tot tientallen minuscule vierkantjes, allemaal gelijk, volkomen regelmatig en volkomen overbodig. Het lijkt het werk van een machine. Voor het eerst in twintig jaar heeft Benito Mussolini zijn fruit laten staan.’

Scurati heeft met zijn romanreeks een huiveringwekkend portret van de Duce opgetuigd. Het klinkt evident, maar zo eenvoudig is het niet, om een historisch personage bijna een natuurgetrouw karakter te geven. Bij het lezen van M – Het uur van de waarheid dacht ik vaak terug aan die anekdote van Malaparte en zijn schets van Mussolini: gevoelig en wreed, onzeker en onvoorspelbaar, jaloers en eenzaam. Indrukwekkend en toch een verliezer. Ook in het uur van de waarheid draagt Mussolini een lelijke das.

Antonio Scurati: Het uur van de waarheid. Uit het Italiaans vertaald door Jan van der Haar. Wereldbibliotheek; 640 pagina’s; € 34,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next