Home

Het gekke is, als het woord paddentrek eenmaal is gevallen, denk je daarna dat je overal padden ziet

Je denkt pas over kikkers en padden na als ze weer tevoorschijn komen, en dat is nu. En omdat ik op een van natuur bijna geheel verstoken plek leef, denk ik sowieso amper over ze na.

Maar deze week kwamen ze meerdere keren op mijn pad, of eigenlijk kwam ik op het hunne. Of: van wie zijn die paden? Daar kun je eindeloos over nadenken.

Een vriendin met een kleine vijver in haar stadstuin rapporteerde over hele kluwens kikkers die daar nu heftige paringsdansen uitvoeren. Op het Centraal Station in Amsterdam, niet de plek waar je de meeste kikkers of padden zou denken aan te treffen, zag ik een man met een schepnet over het perron lopen, in een officieel geel hesje waarop ‘padden.nu’ stond.

Padden.nu, inderdaad. Heel erg nu. Padden.nu, is, in de woorden van padden.nu zelf: ‘De website voor, over en door paddenwerkgroepen.’ Je hart smelt als je dat leest. Alleen al daarom moet de pad met hand en tand beschermd worden: omdat er anders geen paddenwerkgroepen meer hoeven te bestaan.

Zelf stuitte ik in een Noord-Hollands kustplaatsje op een weg die ’s avonds met een hek was afgezet voor de paddentrek.

De paddentrek, ik ben altijd gek geweest op dat woord, omdat ik er honderden padden bij zie die met knapzakjes op trektocht zijn. ‘Ah, de paddentrek!’, zei ik verheugd tegen de rest van het gezelschap, alsof ik er dagelijks mee van doen had.

Met dat gezelschap was ik op weg naar de auto. Het gekke is, als het woord paddentrek eenmaal is gevallen, denk je daarna dat je overal padden ziet, zeker als het donker is. ‘Oeh!’, riepen we steeds, en dan sprongen we opzij voor iets dat bij nader inzien een blad bleek te zijn, of een takje.

Toen kwam het meest heikele gedeelte van de onderneming: we moesten met die auto over het weggetje wegrijden dat dus was afgezet voor de paddentrek. Met een kleine manoeuvre reden we om het hek eromheen, wat natuurlijk niet de bedoeling was, maar er waren geen andere wegen. We zouden stapvoets rijden, bedachten we, en heel erg uitkijken voor padden en bladeren die op padden leken.

Al gauw scheen er iemand met een zaklantaarn door de autoruit naar binnen, een schim met een geel hesje aan. Het bleek een vrijwilliger te zijn, een meisje van een jaar of 15 dat op dit weggetje als paddennachtwacht fungeerde. Ze vroeg wat we van plan waren en we legden haar uit dat we even over dit weggetje moesten rijden. Het mocht, zei ze, omdat het niet anders kon, en ze scheen in het rond met haar lantaarn. De kust was veilig.

Dat dit meisje bestaat, en de pad, en paddenwerkgroepen: het geeft allemaal hoop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next