We gingen naar Parijs om de slinger van Foucault te zien. Die hangt, zo’n 23 kilo zwaar, in het Panthéon aan een 67 meter lang touw om te bewijzen dat de aarde om haar as draait. Altijd leuk om een gouden bal te zien bewegen als een perpetuum mobile, die dus geen perpetuum mobile is.
Het is trouwens een kopie, die daar slingert. Het onvermijdelijke van een touw bestaat eruit dat het altijd een keer breekt. Dat gebeurde lang geleden in de kathedraal van Santiago de Compostella, waar het grootste wierookvat ter wereld (53 kg) na een breuk tot verbazing van de monniken de kerk uitvloog en een pelgrim zwaar verwondde. Het touw van Foucaults slinger brak na een paar verhuizingen in 2010, waardoor de beschadigde bol moest worden vervangen.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bij de slinger van Foucault denkt u misschien aan het gelijknamige meesterwerk van Umberto Eco, een dikke bestseller die door weinigen helemaal is uitgelezen. Eco was gefascineerd door een slinger in zijn woonplaats Bologna, maar tegenwoordig hangen ze overal ter wereld. In 1955 heeft Joseph Luns, onze toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, een door de firma Philips vervaardigde slinger aan de Verenigde Naties cadeau gedaan. In het hoofdkwartier te New York kwam een vergulde bal van 100 kilo in beweging, hangend aan een staaldraad van 25 meter. Het onderstel, ontworpen door Gerrit Rietveld, was voorzien van een persoonlijk door Koningin Juliana bedacht opschrift: ‘Het is een voorrecht deze dag en deze morgen te mogen leven.’
Zo is het maar net, zij het dat het mij niet helemaal duidelijk is waarom dag en morgen als aparte eenheden worden onderscheiden.
Sinds 2020 bevinden zich in het Panthéon ook installaties van Anselm Kiefer. Ze staan rondom de slinger van Foucault, zes in getal. Nadat Kiefer zichzelf als levende kunstenaar in het Panthéon heeft weten te presenteren, is hij overal. Het Van Gogh en het Stedelijk in Amsterdam, waar je momenteel ook werk van Kiefer kunt zien, zijn zo’n beetje de laatste musea ter wereld waar Kiefer tot is doorgedrongen. Naar eigen zeggen zijn Kiefers werken ‘anti-oorlog’, vermoedelijk staan ze daarom in het Panthéon onder monumentale muurschilderingen van veldslagen.
Vervolgens liepen wij naar de ondergrondse catacomben, waar beroemde Fransen rusten. Voltaire stond voor zijn eigen tombe, glimlachend als altijd. Het beeld is precies zo verlicht dat zijn karakteristieke neus in de schaduw op de muur goed uitkomt. Over grote neuzen gesproken: ironisch is het wel dat zelfs Voltaire gecanceld dreigt te worden vanwege vermeende antisemitische en racistische opvattingen – en inderdaad de Vrijdenker van de Verlichting had om bedenkelijke redenen weinig op met Spinoza. Even ernaast ligt trouwens de nieuwste aanwinst van het Panthéon: Joséphine Baker. Helaas zijn haar botten in haar graf te Monaco achtergebleven, wat toch een beetje voelt als verraad.
Omdat alles mode is, namen we daarna een taxi naar het Grand Palais, waar onder de titel Du Coeur à la Main kleren van het Italiaanse luxemerk Dolce & Gabbana tentoon worden gesteld. Op onze tickets stond als tijdslot: 23.59. ‘Dat moet een vergissing zijn’, zei ik, ‘welke stomkop gaat nou om middernacht kleren bekijken?’ Toen we bij het Grand Palais aankwamen, stond er een honderden meters lange rij. Na een klein uur schuifelen kregen we te horen dat wij punctueel om 23.59 werden verwacht. Vroeger waren de Fransen misschien net zo onbeschoft als Nederlanders, maar tegenwoordig zijn ze bijzonder aardig. Toen ik als oudere heer demonstreerde dat ik onze paraplu ook als wandelstok kon gebruiken, mochten we toch naar binnen, waarbij we – door de garderobe te vermijden – ook nog een stuk van het traject wisten af te snijden.
Het is een overweldigende expositie. In een lange file liepen we voetje voor voetje langs de schitterendste kleren en gewaden. Je ziet een uitbundige uitstalling van perfectie, schoonheid, vakmanschap en kitsch, waar ‘artistiek’, ‘passie’ en ‘extravagant’ de steekwoorden zijn: ‘Dromen en sprookjes komen tot leven door naald en draad.’ Zelf zou ik nooit zoiets kopen – de prijs daargelaten – en ik zou er moeite mee hebben wanneer mijn geliefde in zo’n creatie op een feestje zou komen, hoewel ik van dat laatste toch niet helemaal zeker ben.
Wat onmiddellijk opviel, was dat naar schatting 99 procent van de duizenden bezoekers vrouwen waren. Een heel enkele keer kwam ik bij de geborduurde jurken, de opgestikte edelstenen of de bewerkte handtassen weleens een man tegen en dan knikten we tegen elkaar als twee verdwaalde ruimtereizigers. Bijna alle vrouwen keken opgetogen en blij, ongeveer zoals mannen verrukt kunnen raken door het motorgegrom van een racewagen. Wanneer de wereld nog eens ten onder gaat aan een teveel aan kleren en textiel, dan kun je daar toch moeilijk mannen de schuld van geven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns