Kansengelijkheid in het onderwijs is het stokpaardje van de progressieve partijen. Maar het zijn juist de conservatievere partijen die meer oog hebben voor beter onderwijs.
Progressieve politici zullen de afgelopen tijd met enige verbazing naar onze zuiderburen hebben gekeken. De conservatieve Vlaamse Onderwijsminister Zuhal Demir ging op bezoek bij enkele scholen in kansarme Londense wijken en rapporteerde enthousiast over wat ze zag: gedisciplineerde leerlingen, intensieve kennisoverdracht door leraren en sky high examenresultaten. Het enthousiasme zal progressieven niet hebben verbaasd. Wel dat Demir discipline en kennisoverdracht direct verbond met kansengelijkheid.
Kansengelijkheid was toch een progressief thema?
Wie de onderwijsdebatten in het parlement heeft gevolgd, bevestigt dat. PvdA-GroenLinks voorop en de SP en D66 in het kielzog dienden afgelopen jaren talloze moties in voor onderwijs dat voor meer gelijke kansen zorgt: btw heffen over commerciële examentrainingen (PvdA-GL), bekostiging van organisaties die zich inzetten voor thuiszitters (SP, PvdA-GL) en afschaffing van de vrijwillige ouderbijdrage (PvdA-GL, D66) zijn slechts enkele voorbeelden uit de laatste twee jaar.
‘Onderwijs als gelijkmaker’ staat niet voor niets groot in het laatste verkiezingsprogramma van PvdA-GroenLinks. Kansengelijkheid is het stokpaardje van de progressieve partijen. Maar wat zijn hun plannen waard?
Over de auteur
Tim van der Meulen is lerarenopleider bij Academica University oas
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als er iets duidelijk wordt uit onderwijsonderzoek, dan is het wel dat kansarme leerlingen steengoed onderwijs nodig hebben. Rust in de klas, een kennisrijk curriculum en een leraar die zijn leerlingen zonder uitzondering diepgaande vakkennis bijbrengt. Die, kortom, hoge verwachtingen heeft van al zijn leerlingen. Klinkt vanzelfsprekend? Volgens sommigen vraagt dat om een expertise die alleen te vergelijken is met het werk van een arts in een spoedsituatie tijdens een natuurramp.
Scholen waar alle leraren steengoed lesgeven, krijgen wonderen voor elkaar. De middelbare school Michaela Community School in Londen is daar een voorbeeld van: de leraren van deze school stuwen leerlingen uit een kansarme wijk op tot de absolute top van het land. Hun examenresultaten zijn vergelijkbaar met het prestigieuze maar onbetaalbare Eton, de kraamkamer van de Britse politieke elite.
Dat is nog eens kansengelijkheid bevorderen. In Nederland hebben we zo onze eigen topscholen, zoals het Alfrink College in Deurne dat al jaren op een vergelijkbare manier aan de weg timmert en tot de best scorende 2 procent van de vmbo’s van Nederland behoort.
Wie kansengelijkheid een belangrijke opdracht voor het onderwijs vindt, pleit dus voor een kennisrijk curriculum, versterking van de wetenschappelijke kennis van leraren over lesgeven en duurzame, geaccrediteerde professionalisering. Daar steken de voorstellen van de progressieve partijen bleek bij af.
Natuurlijk zijn gratis schoolmaaltijden belangrijk, is een hoge ouderbijdrage oneerlijk en moeten schoolbesturen goed samenwerken om zorgleerlingen een plek te geven. Maar de focus ligt verkeerd. Echte verbetering moet uiteindelijk komen van de leraar in de klas, niet van de hulpverleners eromheen.
De ironie wil dat juist de conservatievere partijen dat beter in de gaten hebben. In hun laatste verkiezingsprogramma’s bevelen ze aan: meer ‘directe instructie’ (PVV), meer ‘kennisoverdracht’ (FvD) en het gebruik van ‘wetenschappelijk onderbouwde’ lesmethoden (VVD). Recent pleitte Kamerlid Claudia van Zanten (BBB) – toegegeven, samen met Ilana Rooderkerk van D66 – nog voor een ‘verplicht curriculum binnen lerarenopleidingen waarin de nadruk ligt op vakinhoud en didactiek’ en Arend Kisteman (VVD) sprak nog maar eens de wens uit ‘dat scholen met wetenschappelijk onderbouwde les- en leermethodes werken’. Uiteraard ligt een antwoord op de vraag wat goed onderwijs is genuanceerder dan deze partijen voorstellen, maar hun intentie verdient lof.
Dus progressieve partijen zetten zich nadrukkelijk in voor kansengelijkheid maar stellen onderwijsbeleid voor dat daar nauwelijks aan bijdraagt. En conservatieve partijen maken van kansengelijkheid nauwelijks een thema maar doen beleidsvoorstellen die wel tot gelijkere kansen leiden. Volgt u het nog?
Hier ligt een kans voor het onderwijs. Terwijl de politiek op veel terreinen polariseert, kunnen progressieve en conservatieve partijen de handen ineenslaan rondom het thema van kansengelijkheid. Daarom een dubbele aanbeveling.
Conservatieven, ga door op de ingeslagen weg! Een kennisrijk curriculum, meer aandacht voor wetenschappelijke onderbouwing in het onderwijs, aanscherping van het curriculum van lerarenopleidingen, allemaal uitstekende ideeën. Laat onzalige plannen tegen ‘indoctrinatie’ door leraren en ‘genderwaanzin’ varen en zorg ervoor dat het onderwijs niet nog onbestuurbaarder wordt dan het al is met al die onderwijsregio’s, samenwerkingsverbanden en bureaucratische bekostigingsplannen. Binnenkort zijn zo veel organisaties verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs dat niemand meer verantwoordelijk is.
Progressieven, laat je de kaas niet van het brood eten! Kansengelijkheid bereiken we niet met alleen zorgzaamheid voor kansarme kinderen. Juist zij hebben de school nodig om zich aan op te trekken en zullen het hardst van allemaal moeten werken om veel te leren. Daarvoor zijn in de eerste plaats ordelijke klassen, kennisrijke leerplannen en kundige leraren nodig. Richt jullie moties en plannen daarop en laat die ouderbijdrage even voor wat hij is. Die komt wel als we ons ontworsteld hebben aan de onderwijscrisis.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant