Slachtoffers van een complottheorie over een satanisch pedofielennetwerk, die in de coronatijd postvatte in Bodegraven, voelden zich lange tijd niet gehoord. Dit blijkt uit een wetenschappelijke reconstructie van de affaire. Het was ‘psychische terreur, vergelijkbaar met extreme vormen van stalking’.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.
Nog steeds willen ze er niet met de pers over praten. Niet over de ongefundeerde beschuldigingen die in de coronatijd op internet rondgingen over het satanische pedofielennetwerk waartoe zij zouden behoren. Niet over de bloemen die op de graven van geliefden werden gelegd, omdat die slachtoffer zouden zijn geworden van dat netwerk. En niet over de mensen die ze aan de deur kregen, of die zomaar opbelden met wilde beschuldigingen.
Wel spraken zeven directe en indirecte slachtoffers van een van de grootste complottzaken die Nederland heeft gekend onlangs met onafhankelijke onderzoekers. Tegen hen vertelden ze dat ze zich hadden verbaasd over het trage optreden van de autoriteiten. Dat ze zelf maar in de gaten hielden hoe de verhalen zich online vermenigvuldigden. Hoe ze beveiligingsmaatregelen namen toen de overheid geen sjoege gaf. En hoe frustrerend ze het vonden dat er opeens wél actie werd ondernomen toen ook bekende Nederlanders zoals toenmalig minister Hugo de Jonge en de voormalige RIVM-baas Jaap van Dissel werden bedreigd.
De omgang met slachtoffers moet een volgende keer dus beter, concluderen de vier onderzoekers die het overheidshandelen in de Bodegraafse complotkwestie reconstrueerden in opdracht van onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap van de Politieacademie. In het woensdag te verschijnen rapport Bloemen op de begraafplaats stellen ze dat de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie in de toekomst meer oog moeten hebben voor burgers die onterecht worden beschuldigd door complotdenkers.
Daarnaast trekken ze andere lessen die overheden moeten helpen toekomstige complottheorieën op tijd de kop in te drukken. Want dat er ooit weer zulke verhalen zullen rondzingen, daar twijfelen ze niet aan. Niet voor niets luidt hun eerste les: ‘Dit kan zo wéér gebeuren’.
‘Dergelijke verhalen ontstaan als mensen zich niet gehoord voelen, de overheid wantrouwen en het gevoel hebben dat ze voor gek worden uitgemaakt’, zegt veiligheidspsycholoog Marnix Eysink Smeets, die het rapport opstelde samen met radicaliseringsonderzoeker Hans Moors en twee andere onderzoekers. ‘En dat is sinds corona niet minder geworden.’
Voor wie het niet meer paraat heeft: de ellende in Bodegraven begon in 2019 met een ‘hervonden herinnering’ van een oud-inwoner. Deze Joost Knevel – de onderzoekers noemen in het rapport overigens geen namen – beweerde in de jaren tachtig stelselmatig te zijn misbruikt en gehersenspoeld door een satanisch pedofielennetwerk. Ook stelde hij getuige te zijn geweest van een moord op een meisje. Hij wees ook daders aan.
Dit ongefundeerde verhaal, waarvoor politie en justitie nooit een snipper bewijs vonden, kreeg tractie tijdens de coronapandemie, toen het werd opgepikt door notoire complotdenkers als Micha Kat. Nadat het verhaal online verder had kunnen rijpen, waarbij het driftig werd vermengd met coronacomplotten, ontstond begin 2021 ook reuring in de echte wereld. Kat en consorten riepen volgelingen op naar een begraafplaats in Bodegraven te gaan, wat zij prompt deden. Tientallen mensen legden bloemen en kaarten op de graven van vermeende slachtoffers.
De complotdenkers wisten hun volgers te bereiken via Telegram-groepen en dagelijkse nieuwsuitzendingen op internet. Op het hoogtepunt trokken die meer dan 100 duizend views. Extra verontrustend was dat sommige volgers bereid bleken over te gaan tot geweld. Eén van hen gooide in Groningen een molotovcocktail bij een journalist naar binnen. Een andere zocht wapens om de toenmalige premier Mark Rutte te vermoorden. Er waren meer voorbeelden.
Aanvankelijk, toen de dreiging nog niet zichtbaar was, had de gemeente Bodegraven-Reeuwijk niet ingegrepen – om geen olie op het vuur te gooien en de vrijheid van meningsuiting van de bloemenleggers niet in te perken. Maar toen nabestaanden op de begraafplaats werden lastiggevallen en vermeende leden van het satanische pedofielennetwerk bezoek aan huis kregen, kwamen de autoriteiten toch in actie.
Alleen een noodverordening om volgers van de begraafplaats te weren, bleek niet voldoende om de onzinverhalen die de aanjagers online verspreidden te stoppen. Hoe nu verder? Er lag geen draaiboek klaar voor dergelijke kwesties, geen enkele gemeente had dit eerder meegemaakt. En dus moesten ze ‘op de tast’ opereren, zoals de onderzoekers het in hun rapport noemen, ‘met voortschrijdend inzicht, flexibel inspelend op nieuwe ontwikkelingen’.
Dat pakte in grote lijnen goed uit. De aanpak was misschien ‘niet op alle punten perfect’, aldus het rapport, maar dat was ook vrijwel onmogelijk bij zo’n ‘wicked problem’. De casus kan als ‘een inspirerend voorbeeld’ dienen voor bestuurders die met soortgelijke problemen te maken krijgen.
De onderzoekers prijzen bijvoorbeeld de keuze van de gemeente om de strafrechtelijke vervolging van de complotdenkers niet af te wachten, maar zelf ook een civiele procedure aan te spannen tegen de mannen. Het is ongebruikelijk dat een gemeente partij is in een civiele zaak, maar hier was het succesvol: de kortgedingrechter in Den Haag oordeelde dat de complotdenkers zich niet meer over Bodegraven mochten uitspreken. ‘Het civielrecht stelde de gemeente in staat relatief snel door te pakken’, zegt Eysink Smeets.
Later werden Kat, Knevel en andere complotdenkers ook door de strafrechter veroordeeld, waarna de verhalen (tijdelijk) uitdoofden.
De noodzaak van stevig ingrijpen drong niet vanaf het begin tot de autoriteiten door. De politie en het Openbaar Ministerie beseften pas laat dat het menens was. Dit kwam onder meer omdat de signalen op verschillende plekken en bij verschillende organisaties binnendruppelden. ‘En er werd soms over gegrinnikt’, zegt onderzoeker Moors. ‘Moeten we hier nou capaciteit voor inzetten?’
Al in augustus 2020, ruim een halfjaar voor de eerste bloemleggingen, gaf de politie een seintje aan een oud-inwoner van Bodegraven die door de complotdenkers ten onrechte als dader werd aangewezen. Omdat hij dit ‘uitermate bedreigend’ vond, huurde hij beveiliging in en deed aangifte van smaad en laster. Het RIVM stapte namens Jaap van Dissel eveneens naar de politie, maar dan in een andere plaats.
In de maanden daarna kwamen er bij de politie en de gemeente Bodegraven-Reeuwijk ook andere signalen binnen dat er iets borrelde, maar die werden ‘niet verbonden’ met elkaar, schrijven de onderzoekers. Zelfs in het politiedistrict waartoe Bodegraven behoort, werd de zaak aanvankelijk niet serieus genomen, ondanks waarschuwingen van een agent die Knevel kende, en die voorspelde dat de situatie kon escaleren.
Daarom moeten de autoriteiten in de toekomst een manier vinden om sneller verbanden en patronen te zien, stellen de onderzoekers. En ze moeten alerter zijn op verontrustende boodschappen die via sociale media worden verspreid. Een uitdaging is dat wel, omdat zulke theorieën een ‘rizomatisch’ karakter hebben: de wortelstokken groeien ondergronds, breiden zich horizontaal uit en komen op onvermoede plekken weer boven het oppervlak uit. ‘Bovendien zijn we in Nederland heel zuinig op onze privacy’, zegt Eysink Smeets. ‘Gemeenten mogen burgers nauwelijks monitoren.’
Dat het even duurde voordat de autoriteiten ingrepen, was voor de slachtoffers van de complottheorie moeilijk te verkroppen. ‘Ze hebben zo vaak geprobeerd dit aanhangig te maken bij politie en justitie, maar voelden zich niet serieus genomen’, zegt Eysink Smeets. ‘Ze raakten verdwaald in een bureaucratie die niet leek te zien wat er aan de hand was.’
Dit laat bij sommigen tot de dag van vandaag sporen na. ‘Ik merkte het aan de manier waarop ze de telefoon opnamen’, zegt Eysink Smeets. ‘Zonder hun naam te noemen, nog altijd op hun hoede.’
De onderzoekers schrijvers dat de dreiging soms ‘een welhaast traumatische impact’ had. Ze opperen dan ook dit type delict niet te zien als smaad en laster, zoals nu gebeurt, maar het te kwalificeren als een strafbare vorm van geweld. ‘Mensen denken algauw: schelden doet geen pijn. Maar dit doet gigantisch veel pijn. Het is psychische terreur, vergelijkbaar met extreme vormen van stalking.’
Er is daarom ‘een andere kijk op slachtofferschap’ nodig, vinden de onderzoekers. Ze suggereren dit delict te zien als ‘famacide’: reputatiemoord. ‘Dat doet meer recht aan de ernst van dit type delict en de impact ervan op slachtoffers’, aldus Eysink Smeets. Moors: ‘Er zouden hogere straffen aan kunnen worden gekoppeld.’
In een reactie op het rapport erkennen de politie en het Openbaar Ministerie dat er in het begin dingen niet goed zijn gegaan. Maar ze benadrukken ook – net als de onderzoekers – dat zo’n venijnige complottheorie een onbekend fenomeen was, ‘een stukje van het internet waarmee we niet zo bekend waren’, zoals persofficier Susanne van Dongen van het Openbaar Ministerie in Den Haag het formuleert.
Daardoor kon het gebeuren dat de autoriteiten niet meteen inzagen hoe serieus de kwestie was. ‘Als je elke aangifte afzonderlijk bekijkt, weegt die niet zo zwaar’, zegt Luit Kuipers, destijds sectorhoofd van het politiedistrict waarin Bodegraven ligt. ‘Maar zie je de aangiften in samenhang, dan krijg je een andere weging. Dat heeft even geduurd.’ Inmiddels is de politie alerter op complottheorieën. ‘We hebben hard gewerkt om dit fenomeen bij agenten overal in het land op het netvlies te krijgen.’
Ook het Openbaar Ministerie is naar eigen zeggen beter voorbereid om bij toekomstige complottheorieën snel in te kunnen grijpen, al wil persofficier Van Dongen daar ook een kanttekening bij plaatsen. ‘Als je aangifte doet van zoiets indringends, dan wil je dat het morgen stopt. Helaas kan dat niet altijd. Ook via het strafrecht is het niet eenvoudig zo’n theorie de kop in te drukken en op korte termijn te zorgen dat iemand niet meer wordt bedreigd en geïntimideerd.’
Desgevraagd reageert ook burgemeester Michiel Grauss van Bodegraven-Reeuwijk op de conclusies van het rapport, zij het met lichte tegenzin. ‘Ik heb contact met slachtoffers en zij zeggen dat de impact nog steeds gigantisch groot is. Toen we vertelden dat er ook een documentaire wordt gemaakt, door de EO, zeiden sommigen: o nee, dan halen we de grafzerk weg. De wonden zijn nog zo vers, dat we bijna nooit reageren in de media.’
Grauss, die nog geen burgemeester was toen de kwestie speelde, las in het rapport dat er ‘onder extreem moeilijke omstandigheden knap werk is verricht’, maar ook dat zijn gemeente beter voor de gedupeerde inwoners had moeten zorgen en ook voor de eigen medewerkers, vooral die van het klantcontactcentrum van de gemeente, die telefonisch werden uitgescholden. ‘Dat gaat onder de huid zitten. Ik zou nu direct voor iedereen goede traumaverwerking organiseren.’
Zelf heeft hij inmiddels ook ervaring met complotdenkers. Onlangs blies een oud-politieagent de verhalen over Bodegraven online nieuw leven in, waarna de gemeente besloot opnieuw naar de rechter te stappen. ‘Het is een veenbrand’, zegt hij. ‘Je kunt hem niet blussen, maar als hij boven de grond komt, moet je er direct bovenop gaan staan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant