Home

Opinie: De nieuwe geopolitieke realiteit vraagt om een krijgsmacht met aanpassingsvermogen

De Nederlandse krijgsmacht groeit door recente investeringen hard, maar de organisatie moet vooral ook flexibeler worden. Dat is nodig om het verschil te kunnen maken op het slagveld.

De krijgsmacht moet doorgroeien naar 200 duizend militairen. Naast deze enorme groei in het personeelsbestand wordt er ook op grote schaal nieuw materieel aangeschaft. Ondertussen zijn er al oproepen om defensie-investeringen verder op te hogen naar 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Maar we moeten ons niet blindstaren op deze cijfers. Overwinningen in oorlogen en conflicten hangen zelden af van dit soort aantallen. Natuurlijk kunnen grote aantallen menskracht en wapensystemen een strategisch voordeel opleveren, maar alleen als een krijgsmacht dat voordeel weet uit te buiten. Om het verschil te maken in een oorlog of conflict moet de krijgsmacht daarom vooral flexibeler worden. Het moet veranderende omstandigheden snel kunnen herkennen en daarop kunnen inspelen.

Dat klinkt makkelijker dan het is. Momenteel is defensie vaak nog een bureaucratische, logge, en complexe organisatie, waar elk traject lang duurt en gepaard gaat met constante obstakels. De aanschaf van nieuwe middelen moet door heel veel lagen in de organisatie worden goedgekeurd en aan eindeloze regels voldoen. Geen wonder dat het merendeel van de miljoenenprojecten grote vertraging oploopt. Militairen grappen dan ook vaak dat een nieuw product ‘volgend jaar dinsdag’ geleverd wordt; met andere woorden, het gaat altijd langer duren dan je had verwacht.

Een flexibele krijgsmacht is mogelijk, maar vraagt om vijf radicale veranderingen in de organisatie en werkwijze van de krijgsmacht.

Over de auteur

Jori Kalkman is universitair hoofddocent aan de Nederlandse Defensie Academie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

1) Delegeer besluiten

De krijgsmacht is een centraal georganiseerde organisatie met een hele strakke hiërarchie. Leidinggevenden besluiten en personeel met een lagere rang voert de opdrachten vervolgens uit. Deze manier van werken past goed bij overzichtelijke situaties waarin de politieke en militaire top een goed overzicht heeft van de situatie en de tijd kan nemen voor besluitvorming. Maar de nieuwe geopolitieke situatie vraagt vaak om snelle besluiten en meer ruimte voor spontane initiatieven van de werkvloer.

2) Reken af met de afrekencultuur

Hoewel militairen een risicovol beroep uitoefenen, is de organisatie erg risicomijdend geworden. Er mag niets fout gaan, want de organisatie ligt onder een vergrootglas en kritische mediaberichten of vragen in het parlement dienen voorkomen te worden. Als niet elke investering zich direct terugbetaalt, wordt de organisatie beschuldigd van inefficiëntie. Deze afrekencultuur zorgt voor een verkrampte houding die het militaire innovatievermorgen ondermijnt.

3) Maak werk van diversiteit en inclusiviteit

Defensie is nog steeds een wittemannenbolwerk. Het aantal vrouwelijke beroepsmilitairen schommelt rond de 12,5 procent, en de organisatie is primair ingericht op mannelijke militairen. In een complex en snel veranderende wereld is het erg problematisch als een groot deel van de bevolking niet meedenkt en meedoet, omdat daarmee belangrijke informatie en kennis niet wordt benut. Een actief diversiteitsbeleid, gecombineerd met een inclusievere werkcultuur, zorgt voor een betere informatie- en kennispositie van de krijgsmacht.

4) Plannen zijn er om van af te wijken

Militairen zijn doorgaans uitstekende planners. Operationele inzetten worden tot in detail voorbereid, zodat iedereen weet wat haar of hem te doen staat. Maar deze benadering heeft één grote tekortkoming: plannen gaan vaak een eigen leven leiden en dreigen dan een doel op zich te worden. Na missies concluderen militairen dan zelf ook vaak dat elk plan al vroeg in de strijd sneuvelde. Op dat moment worden creativiteit en improvisatie belangrijk. Daar moet nog veel meer aandacht en ruimte voor komen in militaire oefeningen en in de voorbereiding op toekomstige inzetten.

5) Zoek de samenwerking op

De krijgsmacht is van oorsprong een autonome organisatie. De organisatie wil niet afhankelijk zijn van andere organisaties als het erop aankomt, dus heeft defensie bijvoorbeeld eigen medisch personeel en eigen meteorologen in huis. Maar huidige dreigingen compliceren deze autonome werkwijze. Nieuwe oorlogen, conflicten en veiligheidsdreigingen vragen om intensieve civiel-militaire coördinatie. Militairen moeten civiele partners betrekken en de samenwerking opzoeken om snel op te kunnen schalen in geval van nood, want de krijgsmacht kan het niet meer alleen.

Deze veranderingen zullen niet eenvoudig zijn en de nodige weerstand oproepen, maar de nieuwe geopolitieke werkelijkheid vraagt om een krijgsmacht met aanpassingsvermogen. We kunnen niet anders.

Lezersbrieven

Onwetendheid

Terwijl politie en jongerenwerkers hun handen vol hebben aan het voorkomen van het plaatsen van explosieven en het onverantwoord met vuurwerk omgaan door jongeren, lokt het leger ze met ‘vette shit als houwitsers’ zodat ze lekker kunnen knallen (Ten eerste, 25 maart). Beide verlokkingen sluiten aan bij de onwetendheid van jongeren over de gevolgen. Ik houd mijn hart vast.
Marieke Doomen, Oosterbeek

Vette shit

‘Vette shit’, zeggen mbo-ers op een open dag bij de landmacht in een reportage. ‘En dat de spanning in de wereld alleen maar toeneemt, is mooi meegenomen. ‘Dan kun je er sneller op uit.’

Alsof het om een stoer uitje gaat, met na afloop natuurlijk wel patat, bier en nagenieten. Ronduit crimineel zijn de officieren die deze open dag gegadigden kordaat laten poseren met wapens: ‘Vet!’

‘Sneuvelbereidheid’, een uitdrukking die toenemend in Nederlandse media opduikt, is ook ‘vet’. Flink, om op het slagveld dood te gaan.
Dirk Westerduin, Utrecht

Draagvlak

Nu de nood aan de man is voor meer dienstplichtigen en eventueel opkomstplicht, wordt het tijd dat we in dit land ophouden met structureel discrimineren van 1 miljoen niet-autochtone Nederlanders. Het dwarszitten van asielzoekers, ook die met verblijfsstatus en hier wonende moslim bevolkingsgroepen, onder andere door (politieke) xenofoben kan ons duur komen te staan. Want als we het leger willen uitbreiden naar 200 duizend mensen is het aantal beschikbare witte Nederlanders onvoldoende.

De politiek zal mede moeten zorgdragen voor draagvlak onder de bevolking. Hoe welgezind en trouw zullen in Nederland geboren niet-autochtonen jongeren deelnemen aan ons leger als je decennialang gemarginaliseerd en tegengewerkt bent? Normalisering van Wilders’ rancune politiek draagt niet bij aan hun bereidwilligheid en inzet. Evenmin draagt minister Marjolein Faber met haar hopeloze wetsvoorstellen of minister Mona Keijzer met haar voorrangsafschaffing voor statushouders bij aan vermindering van onze hardnekkige ongelijke omgang met moslims.
Rob Riedijk, Nuenen

Dreiging

Het artikel over versterking van de krijgsmacht roept twee heel andere vragen op dan die Arnout Brouwers noemt. Namelijk: hoe reëel is de Russische dreiging, zeker gezien de militaire verhoudingen? En: als die dreiging er al is, is dan meer mensen en meer materieel anno 2025 het antwoord? Kritische vragen die in de media op dit moment amper aan bod komen.
Nico Kussendrager, Soesterberg

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next