Home

Als mens vind ik paddengedrag niet herkenbaar, maar we moeten en kunnen het proberen

Ritsel, ritsel, plof. Ritsel, ritsel, plof. Ergens tussen de takjes, het zand en dorre blaadjes zie ik iets bewegen. Het is bruinzwart en vormloos en schudt heen en weer. Er zitten allerlei klauwen aan en ik ontwaar glimmende knopjes, dat moeten oogjes zijn. Als ik goed kijk, zie ik dat het twee padden zijn, die boven op elkaar klauteren en dan – als het bijna gelukt is een stapeltje pad te vormen – een klein stukje vooruithobbelen totdat ze weer van elkaar af vallen en weer van voor af aan beginnen met op elkaar klimmen.

Je zou zeggen dat ze sneller op hun plaats van bestemming zijn als ze gewoon zelfstandig lopen en springen, maar ieder zijn ding.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Het is paddentrek en overal in de duinen hoor ik geritsel en geplof. Als je niet goed oppast, fiets je zo over ze heen, of stamp je ze plat terwijl je naar het meer loopt, waar ze ook met honderden een beetje rondhangen aan de oever, vlak onder het wateroppervlak .

Dat water is hun bestemming, zo begreep ik nadat ik me had ingelezen over het forensgedrag van padden. In het vroege voorjaar, als de temperatuur het toelaat, verlaten ze massaal hun overwinteringsplaats en trekken ze naar meren, vijvers en sloten om daar te paren.

In feite is het water dus een soort grote discotheek waar padden komen om te neuken. ‘Vaak hebben de vrouwtjespadden al een mannetje op hun rug als ze nog onderweg zijn naar het water’, las ik op Kikkersite.nl. Als mens vind ik dit niet herkenbaar, maar het is zeker iets dat we vaker zouden kunnen en moeten proberen.

We gaan verder: ‘Zodra een mannetje een vrouwtje nadert, klautert hij op haar rug en pakt haar met zijn voorpootjes stevig vast onder haar okseltjes. Biologen noemen dat een amplexus.’ Juristen noemen dat 6 tot 12 maanden gevangenisstraf. ‘Mannetjes willen zich onder invloed van de paringsdrang nog weleens vergissen en pakken alles wat maar op een vrouwtje lijkt, zoals een ander kikkermannetje, een kikker van een andere soort of een vis.’

Hoewel ik mezelf niet herken in dit soort gedrag, weet ik dat er menssoorten bestaan bij wie dit van toepassing is (het begint met één shotje tequila en de volgende ochtend word je wakker naast een snoekbaars). ‘Een triootje komt ook regelmatig voor en soms ontstaat er een hele kluwen van kikkers.’ De mens is een amfibie.

Ten slotte heb je uiteraard ook nog de zielige kneusjes, die weliswaar de weg weten te vinden naar het water, maar niet weten te scoren. ‘De vrouwtjes verlaten het water vaak direct na het afzetten van de eieren’, vertelt de website Padden.nu, ‘terwijl mannetjes vaak nog lang blijven in de hoop dat er nog verlate vrouwtjes bij het water aankomen.’ Ook dit vind ik totaal niet herkenbaar.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next