Home

‘Toen ik tbc kreeg, timmerde mijn vader een kribje op wielen waarin ik de hele dag buiten zat’

Rie Schmale is 100 jaar. Hoe kijkt zij terug op de eeuw die achter haar ligt?

Rie Schmale heeft kind noch kraai. Een jaar geleden is haar laatste vriendin overleden. Sinds de 100-jarige zo’n 1,5 jaar geleden tegen haar zin naar een woonzorgcentrum verhuisde, heeft ze geen behoefte meer aan gezelschap. Haar kamer komt ze niet uit. Maar haar levenslust is ze niet verloren, benadrukt ze. Toch, waarschuwt ze vooraf: ‘Dit wordt geen vrolijk verhaal, want ik heb geen leuk leven gehad.’

Hoe gaat het met u?

‘In de ochtend word ik met een lift uit bed getakeld en in de avond weer erin. Ik zit de hele dag in mijn elektrische stoel en vermaak mij met mijn drie levenslijnen: computer, boeken en televisie. Mijn kamer kom ik niet meer uit, aan contact met bewoners hier in huis heb ik geen behoefte. Ik ben een zelfstandig type. Mijn levenslust ben ik nog niet verloren. Ik kan mij uren vermaken met het computerspel Around the world in eighty days. Na mijn ontbijt lees ik De Telegraaf, maak de cryptogram en daarna programmeer ik de tv-programma’s die ik die dag wil zien.

‘Het personeel hier noemt mij ‘Einstein’, omdat ik de uitzendkrachten zo goed kan uitleggen wat ze moeten doen, en ik van alles uitvind.’ (Ze demonstreert hoe ze met haar mond de aluminium afsluiting van een drinkflesje open wrikt.) ‘Ik moet telkens vertellen dat ze mijn linkerheup niet moeten aanraken, dat doet veel pijn. Ik kan niet goed rechtop zitten, omdat ik mijn lichaam van heup tot schouder nauwelijks kan buigen. Toen ik jong was, is mijn heup met wat timmerwerk vastgezet. Die was los gaan zitten door bottuberculose. Tbc was in mijn tijd wat kanker nu is. Op mijn 4de jaar kreeg ik long-tbc, die ziekte zaaide later uit naar mijn botten, waardoor ik gehandicapt ben geraakt.

‘’s Avonds kom ik moeilijk in slaap. Dan lig ik te piekeren. Ruim een jaar geleden ben ik in dit zorgcentrum gedumpt. Ik had het naar mijn zin in het vorige huis, maar na een val werd ik naar het ziekenhuis gebracht. Een ver familielid heeft in de tussentijd mijn huis ontruimd. Ik mis mijn spullen; mijn bestek, boeken, kleren, de zilveren vorkjes die ik mijn ouders cadeau had gegeven, mijn secretaire. Ik vond het heel moeilijk de regie over mijn leven kwijt te raken terwijl ik helemaal niet handelingsonbekwaam ben. Een groot deel van mijn jeugd heb ik ziek op bed gelegen, daar heb ik nooit één traan om gelaten – hier wel om. Ik heb nooit zoveel gehuild als het afgelopen jaar.’

Bent u verrast 100 jaar te zijn geworden?

‘Ik moet sterke genen hebben, want groente en fruit heb ik vrijwel nooit gegeten, daar houd ik niet van. Mijn moeder wilde mij als kind groente opdringen, maar dan zei mijn vader: ‘Ach, laat dat kind toch.’ Ik kreeg altijd mijn zin, dus eigenlijk ben ik niet opgevoed.

‘Tegenwoordig heb ik geen eetlust meer, ik doe ook bijna niks. Ik ontbijt met twee beschuiten, één met pindakaas voor de proteïne, en één met jam voor mijn bloedsuikerspiegel. ’s Avonds neem ik wat spekkies, een worstje en Tucjes. Ik moet hier betalen voor het eten, ook al neem ik er bijna niks van, volgens mij is het koppelverkoop.’

Wat is een van uw dierbaarste jeugdherinneringen?

‘Wat voor jeugd heb je als je het grootste deel van de tijd op bed ligt? Ik heb geen jeugd gehad. De beste tijd van mijn leven was de twaalf jaar dat ik met Andy was getrouwd.’

Heeft u niks leuks meegemaakt in uw jeugd?

‘Op mijn 2de stond ik al in de krant. Mijn vader werkte als timmerman in een fabriek, mijn moeder runde een café in Edam, De Oranjeboom, we woonden erachter. Op een dag ben ik op de treeplank van de bierwagen gaan zitten. De chauffeur had dat niet in de gaten en reed weg na het afleveren van de vaten bier. De schoenlapper aan de overkant van de straat zag mij zitten en ging er op zijn bakfiets achteraan, haalde die wagen in en riep dat er een klein kind op de treeplank zat. De auto minderde vaart en de schoenlapper zette mij in zijn mand voorop zijn fiets. Mijn hoofdje kwam er amper bovenuit. Het Noord-Hollands Dagblad schreef een bericht over het voorval. En nu, 98 jaar later, sta ik weer in de krant.

‘Toen ik long-tbc kreeg, timmerde mijn vader een kribje op wielen waarin ik de hele dag buiten zat voor het café, ’s avonds reed hij mij naar binnen. Ik sliep in dezelfde kamer als mijn ouders, in een bedstee. Omdat ik enig kind was en lange tijd ziek, had ik geen contact met andere kinderen. Die gingen naar school en daarna haar huis, spelen met hun broertjes en zusjes. Ik zag alleen de jongens en mannen in ons café, vrouwen kwamen er niet in die tijd. Sociale omgang heb ik eigenlijk nooit goed geleerd, waardoor ik altijd een einzelgänger ben gebleven. Ik bracht de dagen vooral lezend door. Mijn moeder leerde mij lezen, rekenen en schrijven, waardoor ik de gemiste jaren op de lagere school kon overslaan – ik kon goed leren.

‘Op mijn 8ste kon ik ineens niet meer lopen. De tbc bleek uitgezaaid naar de botten. Weer moest ik lange tijd op bed liggen, mijn benen ingezwachteld. Alleen als ik lag had ik geen pijn. Van mijn 12de tot mijn 15de heb ik in een sanatorium in Wijk aan Zee gelegen, omdat ik altijd pijn had, mijn heup bleek los te zitten. Uiteindelijk hebben ze mij geopereerd. Van teen tot keel lag ik in het gips, dertien weken lang.’

U noemde uw huwelijksjaren de gelukkigste periode van uw leven

‘Andy was een lieve, sociale man. In hem zocht ik een vaderfiguur. Mijn vader heeft mij nooit aangehaald. Ik was 32 jaar toen ik met hem trouwde, hij bijna 65 en net gepensioneerd. Ik was zo groen als gras. Seks heb ik nooit gehad in mijn leven, dat kon niet door die heup. Daardoor had ik nooit gedacht te zullen trouwen. Voor Andy was een huwelijk zonder seks geen punt – hij was op leeftijd en had al vier kinderen.

‘We ontmoetten elkaar tijdens een vakantiereis in Oostenrijk en het klikte meteen. Hij was net weduwnaar. Hij was een Fries, die voor de Eerste Wereldoorlog met zijn broer naar Amerika was geëmigreerd. Na ons trouwen bleef hij in Nederland. We zijn vijf keer naar Amerika geweest, waar zijn kinderen en kleinkinderen woonden. Ik had een goede band met ze – zijn oudste was iets ouder dan ik. Na twaalf jaar huwelijk overleed Andy aan een hartstilstand. Daarna wist ik mij geen raad. Ik ben het avondlyceum gaan doen, met Grieks en Latijn. Ik slaagde met hoge cijfers. Ik heb een hoog IQ en ben goed belezen, dat is geen verdienste. Na Andy ben ik met Jan getrouwd, hem ontmoette ik in de bus. Hij stierf vijf jaar later.’

Heeft u zich voldoende kunnen ontwikkelen naar uw zin?

‘Nee! Ik heb me vooral zelf ontwikkeld, door veel te lezen. Ik had onderwijzeres willen worden, maar dat kon niet met die handicap. Na de mulo vond mijn vader dat ik beter aan het werk kon gaan. Tot mijn huwelijk deed ik kantoorwerk. Zitten is altijd lastig voor mij geweest, ik hing vaak naar achteren in mijn bureaustoel, net zoals ik nu schuin in mijn elektrische stoel lig.’

Bent u weleens van politieke kleur veranderd?

‘Ik ben katholiek opgevoed en stemde altijd op de KVP, daarna op het CDA en bij de laatste verkiezingen heb ik op Geert Wilders gestemd. Ik bewonder dat hij overal tegenin gaat waar hij het niet mee eens is – ik ga ook graag in de contramine. Ik vind net als Wilders dat de grenzen dicht moeten. Dit is misschien straattaal, maar het geeft wel aan hoe ik erover denk. Het is niet zo dat ik niet om arme mensen geef. Ik steun vijf goede doelen, waaronder het Leger des Heils en het Rode Kruis.’

Aan welke periode in uw leven denkt u het vaakst terug?

‘Het jaar dat ik de regie en het grootste deel van mijn spullen verloor, op mijn 99ste. In mijn keukenla ligt één gebaksvorkje.’

Is het uw begrijpelijke woede daarover dat u op Wilders heeft gestemd?

‘Ik ben op alles afgeknapt, op het tekort aan zorgpersoneel, dat de AOW niet wordt geïndexeerd en vooral op Mark Rutte, die uit eigenbelang het kabinet liet vallen – hij wilde leider van de Navo worden, en zie, het is hem gelukt. Ik dacht: Rutte heeft in veertien jaar veel verpest, het is tijd voor een frisse wind, laat Wilders het maar eens proberen. Veel mensen hebben dat gedacht.’

Wie is momenteel de belangrijkste persoon in uw leven?

‘Machteld, zij is de enige die ik nog vertrouw. Negen jaar geleden kwam ze voor het eerst bij mij op bezoek, om namens de Zonnebloem een pakket te brengen voor de feestdagen. Er zat chocola in en een fles advocaat. Het klikte en sindsdien komt ze elke week langs. Ik geef haar een briefje mee voor boodschappen. Op de computer heb ik dan al de aanbiedingen bekeken. Ik ben nog goed bij de tijd en geef nooit op – nog steeds niet.’

Rie Schmale

geboren: 16 februari 1925 in Edam

woont: in een woonzorgcentrum in Hilversum

beroep: boekhouder

familie: achternichten en -neven

weduwe sinds 1969 en 1976

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next