Home

Een volle bak superlatieven voor superieur oermens Mathieu van der Poel

Je opent de bak met superlatieven en graait met lichte wanhoop tot op de bodem, in het besef dat ze allemaal zijn gebruikt voor Mathieu van der Poel. Superieur oermens, zo’n combinatie vat de loftuitingen aardig samen.

Het mooist aan Van der Poel blijft toch dat hij ook gewoon de liefhebber is, als de jongen op zijn eerste fiets die met zijn mooie gezicht, volle dijen en gestaalde kuiten op zijn hardst wil koersen. Hij is de renner in wie het avontuur en de kunde zijn versmolten. Hij wil plezier maken, zichzelf uitdagen, door grenzen van vermoeidheid breken. Geschiedenis schrijven, menigmaal in een duet met Tadej Pogacar.

Ze zwepen elkaar op naar nog meer vermogen, nog meer lef, nog meer strijd. Zoals het ook geen toeval is dat goede voetballers vaak tot dezelfde generatie behoren. Ze stimuleren elkaar, respecteren elkaar, bestrijden elkaar en hebben elkaar nodig. Zonder daarbij verder na te denken beseft Van der Poel dat wij, de luie of de minder luie consumenten, naar sport kijken voor ons vermaak. We zijn verwend met uit fantasie voortvloeiende series op tv. We willen soms ook iets dat echt is. We willen een paar uurtjes helemaal niets, of we willen de wereld even vergeten.

Je vraagt je andere zaken af, terwijl je zoekt naar superlatieven. Wie of wat zou Mathieu van der Poel zijn geweest in de oertijd, in de prehistorie, zeg maar voor de uitvinding van de fiets? De aanvoerder van een leger dat zo snel mogelijk land wilde veroveren?

Adembenemend

We hangen zaterdag de sportconsument uit op een terras in Valencia, in afwachting van Koeman en Kluivert over Spanje - Oranje, en kijken naar Milaan-Sanremo op de telefoon, met het soms lastige schijnsel van de zon op het scherm. Terwijl Van der Poel, Pogacar en Filippo Ganna elkaar afmatten in een adembenemend voorspel, bestellen we nog een kop Turkse thee en praten we over Van der Poel. Hoe sensationeel hij is, dat we nooit mogen vergeten hoe we hiervan kunnen genieten. Dat we zo vaak naar Milaan-Sanremo hebben gekeken en tal van edities voor kennisgeving konden aannemen, omdat we meer aansloegen op het landschap en ja, op het einde, als de Poggio in zicht kwam, gingen we er even echt voor zitten en dan was het weer klaar.

Maar nu is het anders, omdat de leiders van deze generatie avonturiers zijn, omdat Pogacar al aanvalt op de Cipressa. Ze blijven over met zijn drieën, als drie musketiers. Ganna strijkt vlak voor de streep weer neer op het duo, van wie Van der Poel vertrouwt op zijn lange sprint, zonder daarover al te lang na te denken. Hij hoeft ook niet na te denken, omdat hij kan vertrouwen op zijn intuïtie en al die trainingsuren.

Het ging zaterdag over Monumenten, over Klassiekers, en dat Pogacar er al zeven heeft gewonnen en Van der Poel nu ook. Jarenlang hoefden we uit nationaal oogpunt niet eens te praten over die grote voorjaarswedstrijden, want welke Nederlanders wonnen nu zo’n koers? Af en toe eens eentje. Van der Poel heeft van het ongewone bijna alledaagsheid gemaakt. Het is de hoogste tijd om de bak met superlatieven aan te vullen.

Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next