Home

Beter laat dan nooit: de Europese defensiebudgetten zijn in beweging. Vraag is hoe en waartoe

Europa gaat dus ‘herbewapenen’. Maar eerst een anekdote. De grote Russische invasie tegen Oekraïne was een paar weken onderweg, ongehoord wapengekletter in Europa, Oekraïners vluchtten massaal, naasten belden me uit Moskou over hun wanhopige pogingen nog Nederlandse reisdocumenten te krijgen. Ik stond op een Roemeense luchtbasis waar Nederlandse militairen waren neergestreken en zat vol in Casablanca-modus.

Is de oorlog een gamechanger, vroeg ik Nederland’s topmilitair, generaal Eichelsheim. Domme vraag. ‘Het is geen gamechanger van “oh nou moet ik de krijgsmacht anders gaan inrichten”’, antwoordde hij. En ‘het stond allemaal al in de Defensienota 2035’. Beduusd droop ik af. Pas later begreep ik dat binnen Defensie net een compromis was bereikt over weer een nieuwe defensienota. En dat bureaucratische wapenfeit kon op dat moment even geen gamechanger verdragen, ook niet in de vorm van de grootste landoorlog in Europa in 70 jaar.

Nu zit die invasie in zijn vierde jaar en komen sommige nationale en Europese budgetten in beweging. Beter laat dan nooit, maar de vraag is wel hoe en waartoe: defensie tegen en afschrikking van Rusland, de redding en EU-integratie van Oekraïne, of strategische autonomie van Amerika?

De antwoorden zullen verschillen afhankelijk van welk doel prioriteit krijgt, maar hierover bestaat minder overeenstemming dan de juichende koppen suggereren. Het is inmiddels duidelijk dat Italië en Spanje, geen kleintjes, het simpelweg vertikken om in defensie te investeren – en zeker niet van hun eigen centjes. Hoezo ‘Europese herbewapening’? De Fransen praten mooi, maar hun steun aan Oekraïne schiet ernstig tekort. Grote EU-landen weigeren de bevroren Russische tegoeden te gebruiken om Oekraïne te helpen, zelfs nu de regering-Trump Oekraïne dreigt op te offeren voor een Trump-Poetin lovefest. Hoezo ‘whatever it takes’, Europa?

Het gaat tot dusver dus om gedeeltelijke herbewapening van landen op de as Londen-Berlijn en alles oostelijker daarvan. Met als zwaartepunt Duitsland, dat honderden miljarden gaat investeren. De Duitse veiligheidsexpert Benjamin Tallis waarschuwt echter dat de Europese miljarden niet zomaar in traditionele platformen te land, ter zee en in de lucht gepompt moeten worden. ‘Europa moet niet simpelweg kijken wat nodig is om wegvallende Amerikaanse platformen te vervangen’, en zich evenmin (zoals de EU wil) richten op de capaciteitsdoelen van de Navo. Die zijn deels gericht op een enorm landleger wat volgens Tallis onhaalbaar is, zeker voor het doel en tijdpad waar hij zich op richt: de noodzaak Rusland te verslaan binnen drie tot vijf jaar.

Wat dan wel? Gebruik Europa’s relatieve ontwapening als voordeel, schrijft Tallis, om de sprong voorwaarts te kunnen maken naar een nieuwe manier van afschrikking en oorlogvoering die is gebaseerd op nieuwe technologie. Oekraïne toont ‘hoe noodzaak innovatie stimuleert’, schrijft Joyce Hakmeh van Chatham House. Zo hebben drones het slagveld veranderd en zijn nu het dodelijkste middel tegen oprukkende Russen.

De Oekraïense aanpak is wars van conventioneel denken. Geen peperdure toepassingen militaire technologie, maar gericht op betaalbaarheid, aanpasbaarheid en kwantiteit. Doorslaggevend is volgens Hakmeh de hogere snelheid van de Oekraïense innovatiecyclus. ‘Snelheid, wendbaarheid en betrokkenheid van de hele samenleving spelen een sleutelrol.’ De EU en de meeste lidstaten beschikken over geen van drieën.

Een andere slimme Duitse expert, Fabian Hoffmann, rekent af met de plotse gedachte dat er een quick fix is voor de Amerikaanse nucleaire paraplu. ‘Verlengde Franse nucleaire afschrikking is niet geloofwaardig, en alternatieve oplossingen zijn suboptimaal. Er is geen snelle oplossing.’ Des te belangrijker dus dat Europeanen snel hun conventionele afschrikking uitbouwen: het vermogen de vijand hard, precies en van ver te raken. Op dat vlak is de Europese capaciteit volstrekt onvoldoende, schrijft de Nederlandse expert Lotje Boswinkel. Ook zij onderstreept: de grootste uitdaging ligt niet in de omvang van onze legers maar in het ‘vermogen militaire doelen in operationele en strategische diepte te vernietigen, zonder Amerikaanse hulp’.

Of Europa de ‘gigantische, kostbare sprong naar het verleden’ waarvoor Tallis waarschuwt kan vermijden, moet worden afgewacht. Maar het belangrijkste goede nieuws op dit terrein is dat Duitsland nu het erop aankomt de middelen vrijspeelt een serieuze militaire macht te worden – en Oekraïne blijvend te kunnen steunen. Het zijn de zegeningen van een buurland waarmee we zoveel gemeen hebben, maar dat niet in de houdgreep zit van populisten.

Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next