Met nieuw werk van Chimamanda Ngozi Adichie, Marente de Moor en Edzard Mik, én een eindelijk vertaald cultboek.
‘Ik zeg niet dat het allemaal de schuld was van dat been. Maar het verhaal is daar begonnen. Het been zat al een tijdje op me te wachten. Blakend van het lymfevocht, glad en hard als een pas aangespoelde kei, verrees het voor mijn gezicht.’ Intrigerend, gruwelijk, komisch en dramatisch is Marente de Moors De bandagist, over een jonge compressietherapeut die ruimbehuisde boomers bezoekt en zelf in gevecht is met de woningmarkt, al in de eerste paar zinnen, een geslaagd werk voor hoofd én hart. Lees hier de recensie
Edzard Mik zet de lezer in zijn roman Damian vast in het hoofd van de hoofdpersoon, terwijl langzaam je idee over hem verschuift. Hij krijgt ongevraagd de zorg over zijn schijnbaar verwarde moeder in de schoot geworpen. Is hij nou een onbaatzuchtige goedzak of misschien toch gewoon iemand die nooit echt ergens verantwoordelijkheid voor neemt? Lees hier de recensie
Twaalf jaar na haar laatste roman, Amerikanah (‘Een feministische Oorlog en vrede’, aldus The Times destijds) is er van Chimamanda Ngozi Adichie het onverminderd geestige, scherpe Dream Count, waarin we vier vrouwen uit de Afrikaanse diaspora volgen. Een boek, ontdekte ze bij herlezen, dat ook over rouw gaat, zo vertelt ze in het interview dat Volkskrant-journalist Ianthe Sahadat met haar hield.
De Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han is zo van invloed op de huidige tijdgeest dat je zijn werk waarschijnlijk ook wel kent zonder hem ooit gelezen te hebben – hij probeert de vraag te beantwoorden hoe je je als mens staande houdt in de voortrazende neoliberale samenleving. In het zojuist vertaalde Over het verdwijnen van rituelen weidt hij uit over het ritueel als wapen hiertegen. Voor Joost de Vries aanleiding om een pleidooi te houden voor de zondag als ritueel (ja, ook voor het nieuwe papieren katern Zondag), of beter gezegd: als vorm van aandacht, want wat je aandacht geeft, daar betuig je liefde voor. Lees hier het essay
In een godvergeten gokstad in de woestijn vechten pubermeisjes een keihard bokstoernooi uit. In haar debuutroman beschrijft de Amerikaanse Rita Bullwinkel de gevechten en het gemoed van de adolescentie rauw en plastisch, én met mededogen en gevoel voor de tegenstrijdige gevoelens die bij die leeftijd horen – de bevrijding en het lekkere gevoel van controle dat bij de rauwe sport hoort, bijvoorbeeld. Lees hier de recensie
Abonnees van de Volkskrant kunnen dit boek gratis lezen op Fluister
Anos de chumbo, jaren van lood, zo worden de dik twee decennia genoemd waarin Brazilië werd geregeerd door een militaire junta, vanaf midden jaren zestig. Matthias Lehmann tekent ze in deze graphic novel met een scheut weemoed – heerlijk zijn de architectuur en de visuele popcultuur uit die jaren; des te harder komt het verhaal aan van twee broers die zich overgeven respectievelijk verzetten tegen de repressie – niks om nostalgisch over te doen. Lees hier de recensie
Sandro Veronesi, internationaal vermaard schrijver en tweevoudig winnaar van de Premio Strega, beschrijft in zijn roman Zwarte september heel treffend de argeloosheid van de jeugd, met een vleug jarenzeventignostalgie – intensief bezig met wielrennen en meisjes dringt het wereldnieuws (de beruchte Olympische Spelen van München, 1972) en een naderend persoonlijk onheil maar nauwelijks tot de jonge versie van de verteller door. Lees hier de recensie
Veertig jaar na verschijnen is er eindelijk een vertaling van Poteaux d’angle, Hoekpijlers, een absoluut cultboekje om te koesteren, heel passend uitgegeven op zakformaat. Schrijver en beeldend kunstenaar Henri Michaux (1899-1984) betoogt hier zoveel als dat de mens een onnozelaar is, zwak is en vol karakterfouten zit, een slecht geheugen heeft en zelden moedig is. Maar dat bedoelt hij niet venijnig, nee: omhels het! Lees hier de recensie
Dit is de langverwachte prequel op de 100 miljoen exemplaren verkopende reeks De hongerspelen van Suzanne Collins, die de lezer een boek lang in ongemak houdt, en niet alleen omdat die weet dat het nogal een sombere dystopie beschrijft waarmee het pas 25 jaar later goed zal komen. Er zit ook een stevige link naar de huidige tijd in, met de centrale vraag of je je nou kan en moet verzetten tegen de wreed heersende minderheid, in de wetenschap dat of je dat nou wel of niet doet, je hoe dan ook wordt vernederd en – waarschijnlijk – sterft. Lees hier de recensie
Source: Volkskrant