Home

Het dubbelleven van Michael: soms alles volgens de wet, soms geen regels - Omroep West

DEN HAAG - 'De mens is klein in een grote wereld en hij is altijd op zoek naar het licht.' Het is een terugkerend thema in de schilderijen van Michael Mantz (71). Hij is al 45 jaar strafpleiter, een bekend gezicht in de rechtszaal, maar nu is hij op een leeftijd dat hij wil minderen in de advocatuur en teruggaat naar een oude liefde: schilderen.

Hij leidt een dubbelleven, zo zegt hij zelf. Zijn ene kant houdt zich bezig met wetten en regels, zijn andere kant met de kunsten. Mantz speelde vijftig jaar cimbaal (een slagwerkinstrument) in het zigeunermuziekorkest Pajtas. Hij speelde voor uitverkochte theaters, maar ook voor koningin Beatrix tijdens haar kroning in 1980.

Vanwege artrose en de corona-uitbraak moest hij de muziek in 2020 vaarwel zeggen. Maar schilderen kan hij nog wel. Dat doet hij niet zomaar: 'Schilderen is een opdracht vanuit de spirituele wereld.'

Mantz schildert intuïtief. Daardoor ziet hij soms pas later wat hij heeft gecreëerd. Hij wijst op een donker schilderij waarop kleine mensjes via een bergpad naar een licht klimmen.

'Hier onderaan zie je mensen in het rood, die moeten nog een soort examen doen om bij het licht te komen en dan moeten ze over een stijl rotweggetje omhoog.'

'Ik had dat geschilderd en daarna in de keuken gezet om te drogen. Pas twaalf dagen later zag ik dat ik boven het licht een Jezus-achtige figuur had geschilderd. Niet bewust, gewoon in een paar seconden met een mesje en wat gele verf.'

'Als je me vraagt om een Christusfiguur te schilderen dan kan ik er drie maanden over doen en dan wordt het niet zo mooi als wat ik hier in drie seconden heb gemaakt.'

'Een journalist vroeg me ooit: maar Michael, als mensen nou niet geloven dat jij dit onbewust hebt geschilderd. Dan zeg ik: het interesseert me helemaal niks of mensen dat geloven of niet geloven. Het is voor mij, het is een boodschap voor mij en ik weet hoe het zit.'

Een schilderij is voor Mantz een spirituele reis, net als het leven. Het betekent ook dat hij niet te veel moet nadenken over wat hij doet op het doek.

'Salvador Dali heeft het op zijn manier gezegd: was ik maar niet zo intelligent, dan had ik beter geschilderd.'

Hij is begin jaren 70 drie keer bij Dali op bezoek geweest, in diens huis in Port Lligat in Spanje, nadat hij had gezegd dat het werk van Dali hem deed denken aan Jeroen Bosch.

De Spaanse meester vond dat onzin. 'Hij heeft me eerst 20 minuten genegeerd en toen zei hij dat ik een idioot was en dat niemand op hem leek.'

'Voor mij is Dali altijd een inspirator geweest en ik vond het allang mooi dat ik mocht komen.'

Mantz was toen twintig en zijn enige wapenfeiten waren zes schilderijen die hij op zijn veertiende had gemaakt. Zes werken waar zijn talent al duidelijk zichtbaar was.

Hij mocht nog twee keer terug naar Dali in de jaren daarna. 'Ik ben nu tot het inzicht gekomen wat hij serieus bedoelde met zijn opmerking dat zijn intelligentie hem beperkte in zijn schilderkunst.'

Mantz gebruikt zijn schilderkunst ook als bron om zelf te filosoferen. Bijvoorbeeld over goed en kwaad. 'Die hebben elkaar nodig om te groeien. Als het kwaad ertoe leidt dat het goede zichzelf ontwikkelt en groeit, dan helpt het kwade dus mee aan iets goeds.'

'De filosofie is de vraag: wat zit erachter? Ik ben geen zweefkees die eindeloos gaat zitten bidden om in een trance te komen. Ik ben wel bezig met de verwondering, de verbazing over schilderijen waarbij ik denk: hoe is het nou mogelijk dat dit is gebeurd in anderhalf, twee uur tijd. Wat zit erachter? Waarom heb ik dit geschilderd? Wat moet ik hiervan leren?'

'Lita Cabellut, een Spaanse kunstenares die in Den Haag woont en werkt, zei me ooit: Mantz, houd je mond, je schilderijen spreken voor zich.' Maar hij kan het niet helpen. Als hij langs zijn werken loopt aan de muren van zijn kantoor praat hij honderduit.

Zo praat hij over hoe de centrale figuur in een groot en kleurrijk werk als vanzelf Albert Einstein werd, over hoe een werk voor zijn toenmalige kantoorgenoot, die graag een jungle met wat leeuwen wilde, onbedoeld precies dat werd.

'Als je van deze kant kijkt, zie je twee leeuwen, maar die ontdekte ik pas maanden nadat het af was.'

Of over het schilderij 'De Hemelpoort', één van zijn meesterwerken, zo vindt hij zelf. 'Ik had ooit, tsja, een visioen is zo'n zwaar woord, maar dat was het geloof ik wel. Ik zag mensen daar naar binnen lopen en ik kon er niet in.'

'Ik vroeg aan één van die personen hoe dat kon en hij zei: joh, dan had je één keer in je leven een entreekaartje moeten vragen. Dat heeft me geleerd dat je niet elke zondag naar de kerk hoeft of zoals op de Filipijnen jezelf helemaal moet pijnigen. Als je één keer een kaartje vraagt, is dat genoeg.'

'Ik zei dat tegen studiegenoten en die vonden dat onzin. Dan zei ik: je bent nu al langer bezig om te vertellen waarom je het niet gaat doen dan dat je had gezegd: ik wil een entreekaartje. Waarom is dat zo moeilijk? Omdat je eigenlijk zegt dat je een kaartje vraagt voor iets wat je niet kent.'

'En dan moet je geloven. Ik geloof dus dat het iets moois is en dat heb ik geprobeerd te schilderen. Ik sta hier, bij die mensjes buiten.'

'Ik ben er toen niet in gekomen, maar misschien straks wel, dat weet ik niet.' Hij wil het wel. 'Ja, ik geloof wel dat ik dat wil', zegt hij met een lichte aarzeling.

Door ergens in te geloven leer je ook out of the box te denken, zo is Mantz zijn overtuiging en dat heeft hem weer geholpen in zijn praktijk als advocaat. 'Dan zei ik tegen een rechter: als we er nou eens totaal anders tegenaan kijken en dan kreeg ik een cliënt vrij, of in elk geval minder straf.'

'Ik denk dat we heel blij mogen zijn met de kwaliteit van de rechterlijke macht. Het blijft natuurlijk mensenwerk, dus loop ook ik weleens met kromme tenen de zaal uit. Maar vaak kunnen rechters creatief meedenken over oplossingen voor cliënten.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next