Een periode waarin jongeren massaal mentale problemen kregen: zo staat de coronatijd bekend. In een ‘verfrissend’ onderzoek komt promovenda Naomi Koning tot een andere conclusie.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Daar staan ze, in grote zwarte letters bovenaan de flyer. De omineuze woorden waarmee jongvolwassenen volgens de poster van het ministerie massaal te maken kregen tijdens corona. ‘Eenzaamheid.’ ‘Somberheid.’ ‘Stilstand.’ Eronder cartoons, van tobbende en huilende figuurtjes, omgeven door donkere wolken en vallende tranen.
Maar u ziet dat anders, mevrouw Koning?
‘Ik ken dit beeld zeker en er bestaan ook echt studies die negatieve effecten vinden. Maar het is wel genuanceerder dan: algeheel negatief.’
Deze factsheet is gebaseerd op gesprekken met 56 jongvolwassenen. Citaat uit het verslag: ‘Vrijwel iedereen gaf aan zich gestrest, tobberig of angstig te hebben gevoeld.’
‘Dat komt zeker voor. Maar er speelt meer. De groep jongeren tussen 16 en 24 jaar is een groep die sowieso hoger scoort op gevoelens zoals somberheid of eenzaamheid, ook buiten coronatijd. Bovendien is het onder jongeren normaler geworden om over je mentale gezondheid te praten. Het taboe is er een beetje af. En tijdens corona kreeg dat nog eens extra aandacht.
‘Maar dat je je even een dag of een week niet goed voelt, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je meteen een klinische depressie hebt. Het overgrote deel van de jongeren ervoer misschien even een dipje, dat ging gewoon weer voorbij.’
En jongeren die al mentale klachten hadden?
‘Die waren soms slechter af, bijvoorbeeld omdat behandelingen werden onderbroken. Maar ook binnen die groep zie je verschillen. Er was meer rust, minder prikkels, feestjes gingen niet door. Je hoefde niet naar school, er was meer tijd voor hobby’s. Zeker voor jongeren met bijvoorbeeld adhd of een sociale angststoornis was dat voordelig. Je kon lekker thuis in je veilige bubbeltje blijven.
‘Wel zagen we een toename van eetstoornissen en suïcidale gedachten. Maar daarbij is ook meteen de vraag: komt het door corona? Er is al jarenlang een trend gaande richting meer zorggebruik en meer mentale problemen in deze groep. Dus er is waarschijnlijk iets anders aan de hand, waardoor jongeren meer klachten hebben. Prestatiedruk, sociale media, cyberpesten: we weten het nog niet zo goed.’
Forensisch orthopedagoog Naomi Koning (28) was er snel bij. De eerste lockdown was nog maar een week of vier gaande, toen bijzonder hoogleraar jeugdhulp Levi van Dam (UvA) haar benaderde. Ze liep destijds nog stage in de jeugdgevangenis, was nog niet eens afgestudeerd. Maar de lockdown was een soort natuurlijk experiment, besefte Van Dam, waar je snel bij moest zijn. Hup, aan de slag. We moeten onderzoeken wat het met jongeren van 16 tot 25 jaar doet als hun sociale netwerk ineens wordt platgelegd.
Geld was er niet, Koning moest aan de slag als ‘buitenpromovendus’, op eigen kosten, terwijl ze onder meer ’s avonds werkte bij een distributiecentrum voor onlinelevensmiddelen. ‘Boodschappen doen, maar dan voor anderen’, noemt ze het.
Intussen volgde ze 263 jongeren aan de hand van vragenlijsten en deed ze tientallen diepte-interviews. Later hield ze bovendien tientallen onderzoeken tegen het licht, voor een zogeheten ‘meta-analyse’. Dertien symptomen bekeek ze op die manier, van angstklachten tot slaapproblemen en van depressiviteit tot eenzaamheid.
De conclusie, waarop ze deze maand aan de UvA promoveerde: geen effect van de coronacrisis te vinden. Of preciezer: ‘We zien geen verschil in mentale gezondheid bij jongeren vóór en tijdens de pandemie’, zegt ze.
Géén verschil.
‘Niet erger, niet beter. We vonden geen effect. Terwijl we dat op basis van de literatuur wel hadden verwacht. Jongeren zitten nog volop in hun identiteitsontwikkeling: wie ben ik? En dat doe je in contact met anderen, in intieme relaties. Vandaar dat we dit onderzoek begonnen. Wat gebeurt er als je opeens minder met anderen om kunt gaan?’
Waardoor zijn jongeren zoveel weerbaarder dan u had verwacht?
‘De jongeren die ik onderzocht, hadden een hoge mate van veerkracht, het vermogen om zich aan te passen aan stressvolle situaties. En deze leeftijdsgroep heeft vaak een of meerdere natuurlijke mentoren. Dat is een vertrouweling, een ervaren persoon naast je ouders of partner, bij wie je terecht kunt voor steun en advies. Een oma of tante, een sportcoach, iemand bij de kerk. We denken dat jongeren ook daarop hebben geleund.’
In coronatijd hoorden we, ook in deze krant, soms vreselijke verhalen van jongeren die tijdens de coronatijd ontspoorden, de weg kwijtraakten, zelfs overleden.
‘Zulke gevallen waren er zeker ook: jongeren, die een beperkte veerkracht of al aanwezige mentale problemen hadden, en bij wie corona de druppel was die de emmer deed overlopen. Het is belangrijk om dergelijke gevallen te belichten. Alleen zijn zulke voorvallen er helaas altijd, ook buiten corona. Alleen is het dan minder zichtbaar.’
Sommige onderzoeken laten ook een groep jongeren zien met uitgesproken pósitieve ervaringen tijdens corona. Ze verdiepten hun vriendschappen, er bloeiden coronaliefdes op, anderen stortten zich op hun hobby of studie.
‘Ook die groep is er, en die is echt onderbelicht gebleven in allerlei reportages en onderzoeken. Jongeren met wie het goed gaat, trekken niet aan de bel. Ze komen niet snel op de radar. Dus die positieve effecten moeten we denk ik ook benoemen. Maar groot zijn ze niet. In onze meta-analyse hebben we helaas ook geen pósitief effect van corona voor de groep als geheel kunnen vinden.’
Jongeren hadden een slechte naam. Ze zouden zich niet aan de maatregelen houden, geen rekening houden met ouderen en virussen importeren vanaf hun feestvakanties.
‘Uit onze data blijkt dat dit beeld niet klopt. 85 procent hield zich juist heel goed aan social distancing, het mijden van contacten. Ook hier zal een element in zitten van beeldvorming. Als je geen groot huis hebt en het is mooi weer, zit je al snel met je vrienden buiten. Dat valt meer op dan iemand die binnen zo’n kringverjaardag zit te vieren.’
Hoe reageren andere onderzoekers eigenlijk op uw bevindingen?
‘Ze vinden het een verfrissende blik. Ook zij zien in de praktijk dat het niet allemaal alleen maar negatief is. De opponenten die ik had tijdens mijn promotie (andere wetenschappers die kritische vragen stellen, red.), gaven dat ook wel aan: wij zien dit beeld ook, het is fijn dat meer onderzoek dit bevestigt.’
Wat betekent uw onderzoek eigenlijk voor een volgende pandemie, mocht die er ooit komen?
‘Ik denk dat een van de lessen is hoe belangrijk veerkracht is. Nederlandse jongeren zijn over het algemeen vrij veerkrachtig. Maar uiteraard moet je inzetten op veerkracht, altijd, zodat het hoog blijft en hoger wordt, ook bij kwetsbare jongeren. Hoe veerkrachtiger je bent, des te beter je met dit soort crisissituaties kunt omgaan.
‘Daarnaast zou ik graag zien dat er vanaf het begin uit verschillende invalshoeken wordt gekeken. Doe wat nodig is, maar wees zo spaarzaam mogelijk. Zo vraag ik me af of het effect van de sluiting van de basisscholen wel in verhouding stond tot de eventuele negatieve gevolgen. Dat je de scholen kort dichthoudt om het onder controle te krijgen, prima. Maar doe het echt zo kort mogelijk.’
Want voor scholieren ónder de 16 gelden andere regels?
‘Ja, dat denk ik wel. Ik heb het uiteraard niet onderzocht, maar ik kan me voorstellen dat de coronatijd voor de basisschoolleeftijd en de onderbouw van de middelbare school andere effecten had. Die leerlingen zijn minder zelfstandig, minder goed in staat om online-onderwijs te volgen en zichzelf bezig te houden. Die zitten meer in het sport en spel, moeten andere vaardigheden en hersengebieden ontwikkelen. Een heel andere ontwikkelingsfase, die in het geding kan zijn geweest.’
U werkt inmiddels bij jeugdzorgstichting Garage2020. Maar toen de coronacrisis begon, was u zelf ook jongere. Hoe bent u zelf de coronatijd doorgekomen?
‘Ik was net alleen gaan wonen, maar heb een vriend, en game graag online met vrienden, dus daaraan veranderde weinig. Verder was ik veel aan het werk, dat hield de structuur erin. Ik denk dat ik een periode van twee weken heb gehad waarin ik me wat somberder voelde. Gelukkig heb ik zoveel kennis van de DSM-V (het diagnosehandboek van de psychologie, red.) dat ik meteen ging kijken: moet ik nou hulp zoeken? Maar na twee weken was het weer voorbij. Ach, zoiets is ook logisch als je in je eentje in je kamertje aan je promotie zit te werken.’
‘Gewoon een mooi onderzoek’, dat laat zien ‘dat we niet in algemeenheden naar jongeren moeten kijken’. Zo reageren andere experts op het onderzoek van Naomi Koning.
‘Dit onderzoek laat zien dat niet iedereen op dezelfde manier werd geraakt’, zegt hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Arne Popma (Amsterdam UMC), een van Konings begeleiders. Wel benadrukt hij: kinderen die al in de zorg zaten, kregen vaak ergere klachten. En in een groot volgonderzoek bij een wat jongere groep (van 8 tot 18) zag hij bij ‘een relatief klein deel’ meer depressie- en angstklachten. ‘Komt dat door de maatregelen? Dat weten we niet precies. Maar ik vind het wel ernstig.’
Het punt, zegt ook bijzonder hoogleraar crises, veiligheid en gezondheid Michel Dückers (Rijksuniversiteit Groningen), is ‘dat we helaas geen ononderbroken metingen met dezelfde methode hebben van lang vóór de pandemie tot nu’. Dat maakt het lastig om wetenschappelijk te ontrafelen hoe de pandemie het jongerenwelzijn heeft geschaad. ‘Ik denk dat over vijf jaar pas de meest eerlijke analyse mogelijk is’, zegt Dückers. ‘Maar als ik eerlijk ben, vraag ik me soms ook af of het óóit gaat lukken.’
Popma denkt dat corona ‘extra aandacht heeft gevestigd op een probleem dat vóór corona ook al groeiende was’, namelijk de toename van mentale problemen bij kinderen en jongeren. Hij stoorde zich dan ook aan de puur op covidpatiënten gerichte aanpak. ‘We vonden het heel normaal om het land plat te leggen om de ic’s draaiende te houden. Terwijl de druk op de ic van de kinderpsychiatrie al járen opliep en nu nog steeds enorm is’, zegt hij.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant