Italië verandert nooit, beweren de Italianen sinds jaar en dag – helemaal in lijn met de fameuze klassieker De tijgerkat (nu ook verfilmd als Netflix-serie). Wat zegt dat over een land?
is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan van de Volkskrant. Ze woont in Rome.
Lente, vorig jaar. Op een zondagochtend loop ik door een heuvelachtige Siciliaanse tuin, eigenlijk meer een boomgaard. Ik heb een ochtend over, na een reportagereis over de bouw van een brug tussen Sicilië en Calabrië.
Het plan voor de brug stamt al uit 1840, nog vóór de Italiaanse eenwording, maar is vanwege de hoge kosten en bouwkundige risico’s eindeloos uitgesteld. Minister van Infrastructuur Matteo Salvini kondigde begin vorig jaar aan dat de bouw nu écht binnen enkele maanden zou beginnen.
Een zeventiger met golvend grijs haar gaat me voor langs de inheemse citrusbomen, die hij een leven lang heeft aangelegd. Naarmate we de terrassen van de boomgaard beklimmen, loopt het uitzicht op de Straat van Messina steeds wijder uit.
Als de zondagochtend zich aan de andere kant van het eiland had afgespeeld, had mijn rondleider zomaar een nazaat kunnen zijn van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, schrijver van De tijgerkat (1958), nazaat uit een aristocratisch geslacht. De verfilming (uit 1963) van Luchino Visconti – ook van adellijke komaf – droeg bij aan de status van internationale klassieker die het boek nog altijd heeft.
‘De tijgerkat’ is Don Fabrizio, prins van Salina, wiens familiewapen een tijgerkat (luipaard) is. Het decor is de strijd om de Italiaanse eenwording. De positie van oude adel zoals de prins lijkt in 1860 verloren, nu eenwordings-generaal Giuseppe Garibaldi voet op het eiland gezet heeft. Garibaldi en het Piemontese koningshuis, dat het feodale systeem dan al jaren heeft afgeschaft, veroveren Sicilië. Tot dat moment is het eiland, inclusief adel, trouw aan het veel ouderwetsere koninkrijk Napels. De belofte van de nieuwe machthebber is een breuk met het feodalisme, meer democratie, en dus een einde aan de almacht en verering van de adel.
Maar Salina’s neefje Tancredi, uit een verarmde tak van de familiestamboom, werpt zich direct afwisselend idealistisch en opportunistisch in de revolutionaire beweging. Hij vecht mee voor de Piemontezen. Ook overtuigt hij zijn oom ervan om een huwelijk te steunen met Angelica, een mooie en rijke – maar niet adellijke – burgemeestersdochter uit de nieuwe bourgeoisie. ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles veranderen’, legt Tancredi zijn oom uit.
De zin geldt als de onbetwiste erfenis van het boek, die zeker in het socialemediatijdperk, dol op oneliners, tot in den treure wordt geciteerd. Gattopardismo heeft zelfs een eigen lemma in de Italiaanse Van Dale, Treccani. Het woord is zelden bedoeld als compliment.
‘Tijgerkattisme’ is de houding van mensen die zich, nadat ze tot de heersende klasse in een vorig regime hebben behoord, aanpassen aan de nieuwe situatie en doen alsof ze er voorstander van zijn, om zo hun macht en klasseprivileges te behouden. Zie ook: trasformismo, een andere term om de principiële lenigheid van veel Italiaanse politici mee te karakteriseren.
Wat zegt het over een land dat er twee synoniemen bestaan om een subgenre van politiek opportunisme aan te duiden? Ten eerste dat het Italiaans een zeer productieve taal is, dol op het verzinnen van nieuwe -ismen en -ologieën die een concept nét iets preciezer vatten. Ten tweede dat er een diep cynisme leeft over politiek en de mogelijkheid tot vooruitgang.
Tanto non cambia niente. ‘Er verandert toch niets.’ Het aantal keren dat ik die woorden heb gehoord in gesprekken over politiek en maatschappelijke problemen, kan ik niet meer tellen. Als ik mensen rond verkiezingen vraag op wie ze gaan stemmen, steekt het zinnetje vroeg of laat de kop op.
Het is typische kroegpraat, meestal eerder met schouderophalende berusting dan met woede uitgesproken. Met deze antipolitiek probeert Tancredi in De tijgerkat zijn oom gerust te stellen: de democratische revolutie is vooral een façade om de bestaande machtsorde te bevestigen. (In Visconti’s film mogen burgers stemmen in een referendum over de Italiaanse eenwording: in het stembureau krijgen ze alleen het stembiljet met ‘sì’ aangereikt.) Zoals een oude anarchistische slogan luidt: als stemmen iets zou veranderen, zou het wel illegaal zijn.
Het is natuurlijk onzin dat er in Italië nooit iets verandert. Net als in andere landen is er de afgelopen 165 jaar van alles veranderd, ten goede en ten slechte, door politieke en niet-politieke krachten. Maar de Italiaanse verhouding tot verandering is uiterst moeizaam. Het idee dat Italië onveranderlijk (of onverbeterlijk) is, en dat iedereen met macht louter gericht is op het in stand houden van de status quo, dat is diep in de Italiaanse geest verankerd.
Kijk naar de in Italië beroemde scène uit cultfilm La meglio gioventù (2003), die zich afspeelt in de jaren zestig, waarin een oude professor zijn veelbelovende student een goede raad meegeeft: ‘Wat je ook doet, ga weg uit Italië. Dit land is voorbestemd om te sterven.’
‘Denkt u dat er een apocalyps komt?’, vraagt de student geschrokken. ‘Was het maar waar’, verzucht de professor. ‘Dan zouden we tenminste gedwongen zijn iets nieuws op te bouwen. Nee, hier blijft alles onbeweeglijk, hetzelfde, in handen van dinosaurussen.’ Waarom gaat u zelf dan eigenlijk niet weg, vraagt de student nu. De professor lacht hartelijk. ‘Mio caro, ik ben een van de dinosaurussen.’
Italië is sinds 1946 een ‘democratische republiek gebouwd op werk’. Althans, dat schrijft de grondwet voor. Adel bestaat op papier niet meer, al bezit die in praktijk nog altijd veel van de mooiste palazzi, boomgaarden en butlers. Tegelijkertijd lachen Italianen me uit omdat wij, de op andere vlakken zo progressieve Nederlanders, in alle openheid een vorst in hermelijnen mantel en gouden koets toejuichen.
In de destijds elf jaar oude republiek had Giuseppe Tomasi di Lampedusa grote moeite om zijn boek over de teloorgang van de Siciliaanse adel gepubliceerd te krijgen. Een redacteur van de linkse uitgeverij Einaudi stelde in een afwijzingsbrief dat het boek ‘er niet in slaagt om het verhaal van een tijdperk te vertellen. Het is meer een beschrijving van de reactie van de prins op de politieke en sociale veranderingen van het tijdperk.’ Ook andere uitgevers wezen het manuscript af.
De eveneens linkse uitgeverij Feltrinelli zag geen bezwaar in het adellijke perspectief en publiceerde Il gattopardo in 1958, een jaar na de dood van de auteur. Nog een jaar later won Tomasi di Lampedusa postuum de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega. En sinds een paar weken duikt een heruitgave, ter gelegenheid van de nieuwe Netflix-serie, op in bestsellerlijsten.
Want adel mag dan officieel niet meer bestaan, maar het gevoel voor esthetiek en het fatalisme van de prins van Salina spreken ook het Italië van 2025 aan. Dat zit hem minstens zozeer in de monoloog van Don Fabrizio over Sicilië. De passage is minder bekend dan de oneliner van Tancredi, maar vormt het hart van het boek en behoort tot de standaardcanon op Italiaanse scholen.
Wanneer een gezant van de nieuwe Piemontese machthebber de prins van Salina vraagt om senator te worden, weigert hij en ontsteekt hij in een tirade over de aard van zijn Sicilië. Het eiland is met zijn ‘gewelddadige landschap’ en ‘wrede klimaat’ geen plek voor rationele wezens, beargumenteert Don Fabrizio. Het is uitgeput na 25 eeuwen kolonisatie en overheersing, zegt de prins. ‘Maar ik wil me niet beklagen. Het is grotendeels onze eigen schuld.’
Hij hekelt de eeuwige ‘wil om te slapen’ van de Sicilianen, hun ijdelheid en luiheid, waardoor ze elke verandering met argwaan bekijken. En ach, ‘die Duitse jood van wie ik de naam even ben vergeten’ (Karl Marx) zal best gelijk hebben dat het feodale systeem verantwoordelijk is voor allerlei problemen, erkent de prins, maar dat systeem heeft toch overal bestaan? Waarom is dan uitgerekend Sicilië nog altijd zo’n ontembaar oord, met amper begaanbare wegen?
Een vergelijkbare cultuurpessimistische analyse valt tot de dag van vandaag op veel plekken in Italië te beluisteren, en ten zuiden van Rome staat het volume altijd net iets hoger. Wij wantrouwen nieuwheid, vatte een Italiaan het voor me samen.
Het lijkt in tegenspraak met het beeld van Italië als ‘politieke proeftuin’, zoals historici en politicologen het land óók graag karakteriseren, maar dat is het niet: de oplossing is De tijgerkat. Italië is extreem goed in van gezicht veranderen, maar extreem traag, wantrouwig en weerspannig als het gaat om concrete verandering.
Het is ook niet vreemd, voor de Europese natiestaat die de identiteit (na de Grieken) het sterkst ontleent aan zijn illustere verleden. Na het Romeinse Rijk en de renaissance kunnen nieuwe politieke en maatschappelijke prestaties eigenlijk alleen maar teleurstellen. Dat doen ze meestal dan ook, waarna de terugkeer naar een geïdealiseerd verleden lonkt.
Als ik de nieuwe uitgave van Il gattopardo afreken, krijg ik bij de kassa een stijlvol zwart linnen tasje in mijn handen gedrukt, met daarop het beroemde citaat van Tancredi. ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles veranderen’, staat er boven de logo’s van Feltrinelli en Netflix afgedrukt, naast het familiewapen van de Salina’s: een kleurig luipaard met een kroon.
Het verbaast me. Want welk zichzelf respecterend lid van de Italiaanse havermelkelite wil nu rondlopen met een citaat dat, ook in Italië, synoniem is voor politiek opportunisme? Ironie is uitgesloten, daarvoor neemt Italië zijn culturele erfgoed te serieus. Het lijkt me vooral cynische marketing; een manier om te laten zien dat je niet van de straat bent, ook al sluit de precieze betekenis misschien slecht aan bij je politieke overtuiging.
Maar de quote is in Italië ook minder omstreden dan hij in het vooruitgangsgelovige Nederland zou zijn. Tancredi beschrijft simpelweg een politieke realiteit waarvan niemand zich de illusie maakt dat ze niet bestaat. Politiek is nu eenmaal opportunistisch, log en cynisch, zo weet ook de progressieve Italiaan allang.
Voor de conservatief – in Italië en daarbuiten – blijft de zin een onverslaanbare slogan. Het is een voor velen welkome geruststelling in een chaotische, onvoorspelbare wereld. Geen zorgen, alles lijkt dan wel in beweging, maar uiteindelijk overwint de status quo: wat er ook gebeurt, wij veranderen niet.
Ik denk terug aan de lenteachtige zondagochtend op Sicilië, een jaar geleden. Als de lucht boven de Straat van Messina betrekt, loopt de rondleiding door de boomgaard ten einde, net als mijn bezoek aan het eiland. Maar mijn gids laat me niet op de boot stappen voordat mijn koffer vol zit met drie soorten citrusvruchten: citroenen, bergamotten en cederappels, stuk voor stuk uitvoerig toegelicht. De bouw van de brug is nog altijd niet begonnen.
De zes afleveringen van Il Gattopardo zijn nu te zien op Netflix.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant