Het leven van KGB-dubbelspion Oleg Gordiëvski, een van de belangrijkste spionnen die het westen kende, verliep als een roman van John le Carré. Inclusief de onvermijdelijke ontsnapping in een kofferbak.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Voorkwam hij in 1983 de Derde Wereldoorlog nou wel of niet? Niemand die het zeker weet, maar vast staat dat de deze maand overleden Oleg Gordiëvski de juiste man was op de juiste plaats – die bovendien het juiste deed.
Het was volop Koude Oorlog, in de VS had Ronald Reagan aangekondigd dat hij het ‘Star Wars’-programma met schietende satellieten wilde starten, en in Europa wilde de Navo vanaf eind 1983 nieuwe Pershing-kruisraketten installeren. Rusland raakte daardoor steeds sterker overtuigd dat het Westen een kernaanval voorbereidde. De KGB liet zelfs controleren of er ’s avonds laat nog lichten brandden bij Britse ministeries: dat zou het begin kunnen zijn.
En toen, in november 1983, wilde de Navo een grote militaire oefening houden, Able Archer. Achter de schermen was één man druk in de weer om te voorkomen dat de Russen van pure nervositeit zouden terugslaan met nucleaire raketten. Dat was de toen 45-jarige, voor het westen werkende KGB-kolonel Gordiëvski. Eerst overtuigde hij Washington ervan dat de Russen écht bloednerveus waren. En daarna overtuigde hij het Kremlin ervan dat Able Archer écht geen kernaanval was, maar gewoon een oefening.
Gordiëvski twijfelde ergens altijd al aan de Sovjetideologie, wisten nauwe vrienden die met hem de KGB-opleiding volgden. Waarschijnlijk werd die twijfel sterker toen hij als KGB-man in de DDR getuige was van de bouw van de Berlijnse muur, en later van de inval in Tsjechoslowakije.
In een brief aan de Britse spionnendienst MI6 zou hij het later zó opschrijven: ‘Teleurstelling over de ontwikkelingen in mijn eigen land en mijn eigen ervaringen hebben mij tot de overtuiging gebracht dat democratie, en de tolerantie en menselijkheid die daaruit voortvloeien, de enige weg voor mijn land vormen.’ In 1972 liep hij over. Hij werd dubbelspion: zogenaamd spion voor de Russen, in het echt spion voor MI6.
En wát voor spion. Zeker nadat hij in 1982 door toeval in Londen belandde, werd hij cruciaal oliemannetje bij de beginnende ontdooiing in de nadagen van de Koude Oorlog. Bij de historische ontmoeting tussen Thatcher en Gorbatsjov, in 1984, was hij degene die stiekem het gesprek voorkookte. In overleg met MI6 fluisterde Gordiëvski Gorbatsjov in wat hij tegen Thatcher moest zeggen, maar ook fluisterde hij Thatcher in wat zij moest zeggen om het gesprek goed te laten verlopen. Het werd een doorbraak in de toenadering tussen Oost en West.
Toen hij in mei 1985 plotseling werd teruggeroepen naar Moskou, voelde hij nattigheid. Zou iemand hem hebben verraden? Hij ging toch, en werd opgepakt, meegenomen naar een KGB-safehouse, gedrogeerd en verhoord. Een Russische KGB-mol in de CIA, Aldrich Ames, bleek hem te hebben verlinkt. Maar Gordiëvski zwichtte niet, en de KGB-agenten lieten hem vrij, in de hoop dat hij ze naar zijn MI6-contacten zou leiden.
Wat volgde, was een ontsnapping die in een roman van John le Carré niet zou misstaan. Vooraf had Gorbiëvski een noodsignaal afgesproken. Zo kwam het dat Gordiëvski ’s avonds om zeven uur precies bij een bepaalde bakker in Moskou verscheen, met een grijze pet op en een tas met daarop het kleurige logo van supermarkt Safeway in de hand. Even later liep een MI6-agent langs met een groene tas van warenhuis Harrods, kauwend op een Marsreep: we hebben je teken gezien, ‘operatie Pimlico’ geactiveerd.
Gordiëvski nam de trein naar Sint Petersburg, en van daaruit naar een dorp bij de Finse grens, waar hij plaatsnam in de kofferbak van een auto. Terwijl een tweede auto voor afleiding zorgde, ging hij richting de grens. Daar werden de speurhonden afgeleid doordat het zogenaamde diplomatenechtpaar dat de auto bestuurde, vuile luiers in de auto had rondslingeren. Gordiëvski was vrij.
Terug in Engeland kreeg hij een andere identiteit en een schuiladres in Surrey. Gelukkig werd hij er niet: bij zijn vlucht had hij zijn tweede vrouw Leila en zijn twee jonge dochters Anna en Maria moeten achterlaten – om ze te beschermen had Gordiëvski ze nooit over zijn dubbelrol verteld. Toen het na zes jaar eindelijk lukte zijn gezin naar Engeland te halen, bleek de schade te groot. Zijn vrouw verliet hem, zijn dochters moeten nog altijd onder een andere naam ergens in Groot-Brittannië te wonen.
In zijn nadagen groeide de oud-spion uit tot iets van een bekende Brit die boeken schreef, een koninklijke onderscheiding ontving, en met enige regelmaat commentaar gaf op de toestand in de wereld. Zo waarschuwde de oud-fluisteraar van zowel het Kremlin als het Witte Huis en Downing Street 10 voor de ambities van Poetin: die wil terug naar het oude autoritaire Rusland, begreep hij.
Intussen vreesde hij voor zijn leven. Bij verstek was hij ter dood veroordeeld, en in 2007 raakte hij plotseling meer dan een etmaal bewusteloos. Vergiftiging met het rattengif thallium, dacht hijzelf, maar daarvan is nooit iets gebleken. Wel werd de bewaking rond zijn huis aangescherpt na de aanslag op oud-dubbelspion Sergei Skripal (2018).
Uiteindelijk is Gordiëvski 86 jaar oud geworden. Vrijdag maakten de Britse autoriteiten zijn overlijden, al op 4 maart, bekend. Verdachte omstandigheden zijn er niet.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant