DEN HAAG - Menno de Groot (geboren in 1931) is elf jaar oud als hij tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuist naar een heel bijzondere plek in Den Haag: hij gaat met zijn familie in het souterrain van museum het Mauritshuis wonen. Ze houden konijnen op het balkon. Zijn vader Menze de Groot zei doeltreffend: 'We zitten in het hol van de leeuw.'
Pal naast het Mauritshuis hoor je de Duitse bezetter met glimmende laarzen marcheren. In de omliggende gebouwen zetelen het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen en het Duitse opperbevel in Nederland. Toch wordt het Mauritshuis het thuis van Menno, zijn ouders en zijn vier broers en zussen.
Vader Menze de Groot is de administrateur van het museum. Wanneer de inwonende conciërge in 1942 met pensioen gaat, krijgt hij het verzoek om zijn intrek in de woning in het souterrain te nemen. Dit gebeurt uit angst dat anders een NSB'er of Duitser in het museum gaat wonen en de veiligheid van de schilderijen die er nog hangen in gevaar komt.
Voor zoon Menno is het Mauritshuis een avontuurlijke plek. Hij klimt uit een zolderraam, loopt rondjes in de brede dakgoten en speelt met zijn vriendjes in de lege zalen van het hele museum.
De meeste schilderijen zijn in veiligheid gebracht. Wat resteert, zijn lege lijsten en enkele bloemstillevens.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de belangrijkste werken zoals Meisje met de Parel van Vermeer en De Stier van Potter regelmatig verplaatst. Aanvankelijk worden de schilderijen verborgen in Den Haag. Daarna in de kunstkluis van het Mauritshuis en uiteindelijk brengen de werken de oorlog door in de kunstbunkers in Zandvoort en Maastricht.
Menno herinnert zich bijna tachtig jaar later een Duitse soldaat in uniform die in het Mauritshuis een bloemstilleven kopieert. 'Hij kwam van Beieren, een vriendelijke man en zeer beleefd. Bracht vaak een stuk brood voor ons mee, für die Mutter.'
Het Mauritshuis had in die tijd nog een klein balkon aan de kant van het Torentje. Onder het afdak houdt Menno zijn konijnen. 'Het gras voor de dieren plukten we op het Malieveld en lieten we drogen op het dak van het museum.'
Naast het balkon is een roeiboot aangemeerd, waarmee Menno in de lente naar het eiland in de Hofvijver roeit. 'Ik nam een emmer mee en vulde die met eendeneieren en enorme zwaaneieren. Mijn moeder was daar zó blij mee!'
Zijn moeder organiseerde clandestiene concerten in de muziekkamer van het museum. Daar kwamen 26 mensen samen om even aan de oorlog te ontsnappen met muziek.
'Op zolder zaten ook onderduikers. Ik herinner me dat op een dag een man aanbelde. Hij zei alleen: zeg tegen je vader dat ik er ben. Ik wist dat het belangrijk was, maar verder hielden mijn ouders het stil.'
Menno wordt door zijn vader wel ingezet om ondergrondse krantjes rond te brengen. Menze de Groot kopieert een exemplaar van Trouw op zijn typemachine.
Menno vouwt de illegale blaadjes klein op, verstopt ze onder zijn hemd en brengt deze weer verder rond. 'Dat was heel gevaarlijk, want als je gepakt werd...'
Het laatste oorlogsjaar is zwaar voor de familie De Groot. In juli 1944 wordt Menno's broertje in het Mauritshuis is geboren. Het voedseltekort is een groot probleem. De kinderen vissen in de Hofvijver.
Op 1 januari 1945 noteert vader De Groot: 'Geen elektriciteit meer, moeten ons behelpen met petroleumlampen.'
Ook de bombardementen op de Eerste Kamer en het Bezuidenhout hebben hun impact. 'Mijn broertje lag in zijn wiegje in maart 1945 toen een bom op de Eerste Kamer insloeg. De glassplinters vielen in zijn wieg.'
Hoewel 5 mei in Wageningen de Duitsers de capitulatie ondertekenen, duurt het nog tot 7 mei voordat de eerste geallieerden in Den Haag aankomen. Op het Plein worden ze door een mensenmenigte toegejuicht.
Vier maanden na de bevrijding wordt het Mauritshuis feestelijk heropend. De familie De Groot woont nog enkele jaren in Nederland, maar in 1952 besluiten ze een nieuw leven op te bouwen in Canada.
Daar wordt Menno bijna tachtig jaar later op film door zijn kleindochter Kella geïnterviewd voor de tentoonstelling Huis in de storm, Het Mauritshuis in Oorlogstijd. Tot zondag 29 juni is die in het museum te zien.
Source: Omroep West Den Haag