Of hij een goede weekendgids kan zijn, dat weet regisseur Mohammad Rasoulof niet: hij is van de Iraanse generatie die in isolement opgroeide, en daarom weinig hoorde en zag uit de rest van de wereld. Toch doet hij een fijne poging.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Van de vele keren dat Mohammad Rasoulof (52) te maken kreeg met het Iraanse gezag, was zijn ontmoeting met wat ‘fans’ in de beruchte Evin-gevangenis wellicht het wonderlijkst.
Daar zat de Iraanse filmmaker dan: veroordeeld tot een jaar cel wegens het maken van ‘propaganda tegen de islamitische staat’, zijn in eigen land verboden drama’s als A Man of Integrity (2017) en There Is No Evil (2020), in Berlijn bekroond met de Gouden Beer.
En bleken de bewaarders, ook tijdens het werk, graag naar precies diezelfde films te kijken. Op illegale kopieën, uiteraard.
‘Ze vroegen of ik een keer met ze wilde meekijken, naar mijn eigen film. Dus dat deden we. Ik lag op dat moment in het gevangenishospitaal, want ik worstelde wat met mijn gezondheid, dus kwamen ze bij mij in de kamer kijken. En dat moment... ik denk dat het mij een waardevol inzicht verschafte over de werking van een onderdrukkend en totalitair systeem. Namelijk hoe absurd het is, ten diepste.’
Rasoulof is op bezoek in Rotterdam. Zijn deze week in de Nederlandse bioscopen verschenen en voor een Oscar genomineerde drama The Seed of the Sacred Fig ging er eerder dit jaar in voorpremière, bij het IFFR. Hij lacht veel, ook als er minder vrolijke episoden ter sprake komen uit zijn, zeker het afgelopen jaar, nogal tumultueuze leven.
Zo waren er meer opmerkelijke voorvallen in de gevangenis. Zoals de keer dat hij bezoek kreeg van een gevangenismedewerker uit het middenkader, die de filmmaker toevertrouwde dat hij vol zelfhaat zat en zelfmoord overwoog, omdat hij zich tegenover zijn kinderen schaamde voor zijn beroep. ‘De mensen die deel uitmaken van het systeem, geloven niet per se in dat systeem. Velen doen dat ook wel, natuurlijk. Maar het werpt toch de vraag op: hoe kan zo’n systeem in de praktijk functioneren, terwijl de uitvoerders ervan er niet eens in geloven? Het is interessant, denk ik, hoe het pad van een regime en dat van de mensen die benodigd zijn om zo’n regime in stand te houden op een zeker punt kruist. De waarden van het regime en die mensen komen niet per se overeen, maar hun belangen worden plots dezelfde.’
Over al die kwesties gaat zijn nieuwe film. Maar dan verpakt als meeslepend gezinsdrama: hoe een conservatieve Iraanse vader promotie maakt als onderzoeksrechter aan het Revolutionaire Hof, zijn gematigde vrouw al droomt van een nieuwe koelkast, terwijl hun dochters een bij de protesten tegen het repressieve islamitische regime ernstig gewond geraakte vriendin het huis in smokkelen. En hoe de patstelling in huis overgaat in tirannie, tot aan het punt waarop de vader zijn eigen geblinddoekte dochters laat verhoren.
Rasoulof regisseerde op afstand, soms vanuit een busje nabij de set, omdat hij (al jarenlang) een werkverbod had. Kort voor de wereldpremière in Cannes, in mei 2024, kreeg hij opnieuw een gevangenisstraf opgelegd, nu van acht jaar. Hij vluchtte prompt het land uit, zonder telefoon of paspoort, via een smokkelroute in het grensgebergte. Leden van de cast en crew die achterbleven zijn inmiddels aangeklaagd, voor hun medewerking aan Rasoulofs film.
Uiteindelijk kreeg de cineast asiel in Duitsland, het land waar zijn dochter woont en waar hij in de jaren negentig enige tijd verbleef. En besloot zijn nieuwe gastland om Rasoulofs (met Duits geld geproduceerde) Iraanse film onder de Duitse vlag in te sturen voor de Oscars, waar The Seed of the Sacred Fig een nominatie kreeg in de categorie voor beste internationale speelfilm.
Het is nog een beetje wennen in Europa, zegt de filmer, die aarzelt of hij een geschikte of voldoende eclectische Gids kan zijn voor deze rubriek. ‘Ik ben van de generatie die opgroeide kort na de Islamitische Revolutie in 1979, een tijd die zich kenmerkte door isolatie. Isolatie van andere culturen en van andere delen van de wereld. We hoorden en zagen niet zoveel. Toen ik het filmen ontdekte, was die cinema voor mij een middel om voorbij de muren te kunnen zien.’
Nu verblijft Rasoulof in Berlijn. ‘Een zeer aangename stad, waar je op het gebied van cultuur zoveel te kiezen hebt. Er is muziek uit alle werelddelen. De theaters, de bioscopen...’
En je kunt de man wel uit de dictatuur halen, maar daarmee is de dictatuur nog niet weg. ‘Het is een interessante plek, ook vanwege de geschiedenis. Ons huidige tijdsgewricht zit vol overeenkomsten met het verleden van Duitsland.’
‘Ik was 13 jaar oud, of hooguit 14, toen ik voor het eerst een film van Werner Herzog zag. Gewoon thuis op onze televisie, bij de Iraanse staatszender. Ons scherm was minuscuul, slechts 14 inches, maar dat hinderde niet. Zo zag ik Fitzcarraldo.’ (Herzogs legendarisch moeizaam tot stand gekomen drama over een megalomane rubberbaron die met een stoomschip door de Amazone trekt, red.). ‘En meteen was daar mijn adoratie voor deze filmmaker. Later ontdekte ik dat ik niet álles zag, de censuur had er eerst nog wat uit geknipt. En ik denk dat het vooral Herzogs wilskracht is, die ik zo bewonder. Die ligt in hemzelf, maar óók in de personages in zijn films en de mensen die hij portretteert in zijn documentaires (o.a. Grizzly Man, Encounters at the End of the World). Fascinerend om te zien hoe ver ze gaan, tot dicht bij de afgrond, of de hel. Hun moed, die soms tegen domheid aan schuurt, en óók rampspoed kan veroorzaken. De mensen in Herzogs films menen altijd een hoger doel te dienen, maar in de praktijk blijkt dat hogere doel niet altijd prijzenswaardig.’
Rasoulof pakt zijn telefoon en scrolt langs wat foto’s van de jungle aan potplanten in zijn op de vlucht achtergelaten appartement in Teheran. ‘Kijk, dit is de Afrikaanse vijgenboom. Heel mooi. Maar vraag me niet om een favoriete plant te noemen. Het is als wat ze zeggen over kinderen: je houdt van ál je kinderen. In die liefde maak je geen onderscheid. Er zit een verhaal achter mijn planten. Ik hield nooit van verantwoordelijkheid, over wat dan ook, omdat ik een instabiel leven leidde. Ik kon altijd, op elk moment van de dag, gearresteerd worden. Kijk, dit is het uitzicht vanuit mijn huis. Die muur daar in de verte aan de voet van de berg, dat is de Evin-gevangenis. Ongemakkelijk is het niet hoor, zo’n uitzicht. Het is gewoon de realiteit. Eerst zat ik aan de deze kant, terwijl veel van mijn vrienden daar binnen zaten. En uiteindelijk werd ik zelf meegenomen naar die andere kant. Dus ik dacht: geen huisdieren. En planten die ik kreeg, deed ik altijd vlug weer cadeau aan een ander, tot ik op aandringen van een buurman géén afstand deed van de plant die hij mij gaf. En zo begon het. Nu kan niet meer zonder ze. Voor mij symboliseert een plant de waarde van het leven. Een plant ís leven. Ze worden goed verzorgd. Af en toe krijg ik een foto toegezonden. Iraanse planten zijn heel veerkrachtig.’
‘Die beroemde theorie van Arendt over de banaliteit van het kwaad, was voor mij iets volstrekt nieuws. Een vriend uit Duitsland wees me op haar werk, dat op dat moment nog niet vertaald was in het Perzisch. Of in elk geval niet wijdverspreid in Iran. Wat Arendt schreef over de betekenis van persoonlijke verantwoordelijkheid, waarin voor mij de kern van haar filosofische werk ligt, was ook een inspiratiebron voor mijn film There Is No Evil.’
In zijn in Iran verboden doodstrafvierluik, dat in 2020 in Berlijn de Gouden Beer won, volgt Rasoulof de levens van een aantal Iraanse beulen. ‘Het gaat om het idee dat je ook néé kunt zeggen tegen de macht. En dat veel mensen uit gemak, of gewoonte, gehoorzamen aan het gezag. Ook als ze het er niet per se mee eens zijn. Arendt leidde me ook naar andere filosofen, die stelden dat het pure kwaad niet bestaat. Dat wij zelf verantwoordelijk zijn.’
Tijdens zijn gevangenschap in Iran bevond Rasoulof zich ook 65 dagen lang in eenzame opsluiting. ‘Wat doe je dan, al die tijd? Ik zong geen liedjes, maar ik reciteerde wel gedichten. Poëzie die ik uit mijn hoofd ken. Of misschien moet ik zeggen, uit mijn hart. Daar zit Ahmad Shamlu, een van de grote en zeer geliefde Iraanse dichters. Hij schreef een heel mooi gedicht over vrijheid en de dood.
Ik was nooit bang voor de dood/ zo gewoon als hij was zag ik zijn breekbare handen. Maar in dit land waar het loon van grafdelvers/ hoger is dan de prijs/ van de vrijheid van een mens/ ben ik bang om te sterven
(Uit de bundel Opstandige dauw, in het Nederlands vertaald door Sharog Heshmat Manesh)
‘Ik weet hoe je een film maakt, maar ik weet niet precies hoe je kalam polo bereidt. Sorry, voor de juiste verhoudingen en exacte ingrediënten zul je verder moeten zoeken. Maar probeer het wel! Mijn advies: zoek op kalam polo Shirazi – dat is de variant uit de stad waar ik vandaan kom. En die is bijzonder lekker. Het is met koolrabi, die je eerst zachtjes bakt. Gemengd met rijst en kleine vleesballetjes. Het gaat ook om de kruiden natuurlijk.’ (advieh, de typisch Iraanse kruidenmix die sterk kan verschillen, maar meestal wel kurkuma, kaneel, kardemom, rozenblaadjes en komijn bevat, red.)
‘Maar, bedenk ik me nu, hoe is het mogelijk dat ik hier niet óók ghormeh sabzi noem, de Iraanse kruidenstoofpot? Of beryani, dat zijn een soort kleine hamburgers met plat brood. Komt uit Isfahan. En fesenjun, ons feestgerecht! Ook stoofpot, met kip of eend, walnoten en granaatappel. Ik zou je meteen willen uitnodigen om het eens bij mij thuis te komen eten, als we de tijd hadden. Als ik het kón maken. Iederéén moet fesenjun eens proeven. Ach, er wordt van zoveel Iraanse gerechten gezegd dat ze heerlijk zijn... En het is altijd waar.’
‘Ze zijn op de rand van abstract, Sepehri’s schilderijen van boomstammen. Hij schilderde ze van dichtbij. Het werk heeft iets eenvoudigs of sereens. Dat bevalt me eraan, de kalmte. Sepehri was ook een dichter. Zijn werk is altijd naar binnen gekeerd. Ik bezit geen werk van hem, nee. Ik heb wat boeken waarin prenten staan, maar geen origineel werk. Als je ziet wat het opbrengt bij veilingen... zo rijk ben ik nog niet, ha.’
‘Soheila is de actrice in mijn film (The Seed of the Sacred Fig). En ze is zo dapper. Ik heb haar meermaals gevraagd – en gesmeekt – of ze het land wilde verlaten. In elk geval voor een poosje. Maar haar persoonlijke omstandigheden stonden dat niet toe: er is iemand ziek in haar naaste omgeving. En ze wilde ook blijven omdat ze de verantwoordelijkheid wil dragen voor haar bijdrage aan mijn film. Ze staat daarachter, en wil niet weg.’
In Rasoulofs drama speelt Golestani de echtgenote van een man die als onderzoeksrechter voor het regime werkt. Ze komt in gewetensnood als haar twee dochters zich vanwege de protesten op straat tegen hun vader keren. De 44-jarige actrice bracht twee jaar geleden enige tijd door in de gevangenis, nadat ze in een filmpje samen met andere actrices haar hoofddoek afnam en haar steun uitsprak voor diezelfde Woman, Life, Freedom-protesten, die in 2022 uitbraken na de dood van de door de Iraanse zedenpolitie opgepakte Mahsa Amini. ‘Het hof moet nog uitspraak doen, maar vanwege onze film wordt Soheila nu aangeklaagd op twee gronden: het tentoonspreiden van onzedelijk gedrag (ook in de film dragen vrouwen niet altijd een hoofddoek, red.) en het maken van propaganda tegen het regime. Ze is nu thuis, in afwachting van de uitspraak. Ik denk dat het hof nog even wacht, tot na de Oscaruitreiking.’
‘Ik zat in de gevangenis tijdens het ontstaan van de Woman, Life, Freedom Movement in Iran, in 2022. En toen ik weer vrij was, sprak ik veel jonge vrouwen, en ook jonge mannen, die op straat hadden gestaan tijdens de protesten. Dat was nog voor ik besloot om die beweging en de filmpjes van de protesten ook een rol te geven in mijn film. Ik wilde weten wat er allemaal gaande was. De vrouwenbeweging en het verzet in Iran hebben diepe wortels. En toch was dit iets anders. De hijab, de verplicht te dragen hoofddoek, stond bij eerdere protesten nooit zozeer op de voorgrond. Door daar nu juist wel het speerpunt van te maken, ging het protest ineens over lichamelijke integriteit, over de basis van de mensenrechten. Het is alsof de jongere generatie het gordijn wegtrok tussen het regime en het volk. Voor het eerst sinds de Iraanse revolutie in 1979 moesten de mensen die onderdeel zijn van de macht wel erkennen dat ze twijfelden aan de juistheid van het gezag. En dat begon bij het verzet van vrouwen.’
16 november 1972 Geboren in Shiraz (Iran).
1990-1994 Studie sociologie aan de universiteit van Shiraz en montage aan het Sooreh instituut in Teheran.
2002 Debuutspeelfilm The Twilight.
2009 The White Meadows.
2010 Veroordeeld voor het maken van ‘propaganda’ tegen het Iraanse regime, vanaf nu worden al zijn Iraanse films clandestien gedraaid.
2011 Goodbye (beste regie in Un Certain Regard-competitie festival Cannes).
2013 Manuscripts Don’t Burn (persprijs Cannes).
2017 A Man of Integrity (hoofdprijs Un Certain Regard Cannes).
2017 Gevraagd als lid van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences.
2020 There Is No Evil (Gouden Beer festival Berlijn).
2024 The Seed of the Sacred Fig (juryprijs Cannes, Oscarnominatie). Vlucht uit Iran.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant