Home

Waarom schoenveters losgaan en andere zaken die u altijd heeft willen weten

De wetenschapsredactie van de Volkskrant begint een nieuwe rubriek: Altijd al willen weten. Bij de aftrap meteen drie vragen, over schoenveters die losraken, vuilniswagens die altijd hetzelfde ruiken en of walvissen mensen (niet) inslikken.

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Waarom gaan mijn schoenveters zo vaak los?

Achter sommige vragen ligt een andere vraag verscholen. Wie bijvoorbeeld vraagt waarom schoenveters telkens losgaan, bedoelt eigenlijk: hoe voorkóm ik dat mijn veters losgaan? Daar heeft de wetenschap een antwoord op, maar het is misschien niet wat u wilt horen.

Een gestrikte schoenveter staat op twee manieren bloot aan stress, schrijven onderzoekers van de Universiteit van Californië - Berkeley in een wetenschappelijk artikel uit 2017: stomp en whip, globaal te vertalen als duwen en wapperen. Het duwen gebeurt wanneer de schoen de grond raakt tijdens het lopen. Het wapperen is de beweging die de lussen en veteruiteinden maken door het bewegen van de voet.

Met onder meer een hogesnelheidscamera analyseerde het team van Berkeley hoe stomp en whip in de loop van soms zeer korte wandelingen van twee kanten een aanval doen op de veters. Dat het loskomen van de strik komt door de samenhang, en niet door een van beide bewegingen afzonderlijk, kun je thuis uitproberen. De onderzoekers suggereren met je been te wapperen zonder de vloer te raken of, omgekeerd, op de grond te stampen zonder je been heen en weer te bewegen. Op geen van beide manieren gaan de veters los.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat een gestrikte schoenveter uiteindelijk, onvermijdelijk, altijd loskomt. Daarbij maken de wetenschappers nog wel onderscheid tussen twee manieren van strikken, de oudewijvenknoop en de platgeknoopte strik.

Het is lastig om het verschil tussen de twee strikmethoden uit te leggen zonder filmpje of demonstratie. Sterker nog: als je je leven lang hebt gestrikt via een vaste methode, blijkt het vrij lastig om de andere manier in je vingers te krijgen. Maar wie nu denkt: mijn veters gaan eigenlijk niet zo heel snel los, die gebruikt waarschijnlijk de platgeknoopte strik. Volgens het onderzoek gaat de oudewijvenknoop sowieso los – het Berkeley-onderzoek omschrijft het proces als ‘sudden and catastrophic failure’; de platgeknoopte strik gaat ook altijd los, maar ‘pas na verloop van tijd’.

Opvallend genoeg gaan de onderzoekers niet in op mogelijke verschillen tussen platte en ronde veters. Ook verschil tussen gebruikte materialen – nylon, katoen, leer – lieten ze buiten beschouwing. Hoewel de whip en stomp op de knoop onveranderd blijven, zou het best kunnen dat een andere wrijvingcoëfficient van de veter de resultaten beïnvloedt.

De geëigende methode tegen losse veters is natuurlijk een extra knoop in de lussen van de strik, al heeft ook dat een nadeel. Dubbelgeknoopte veters willen vaak maar moeilijk los.

Zelf een vraag voor deze rubriek? Willenweten@volkskrant.nl

Kan een walvis je inslikken?

De Chileense zeekajakker Adrián Simancas werd begin februari opgeslokt (en gelukkig ook weer uitgespuugd) door een bultrug voor de kust bij Punta Arenas. Simancas is niet de eerste die zoiets overkomt. De Amerikaanse visser Michael Packard maakte in 2021 iets soortgelijks mee, eveneens met een bultrug. En dan is er natuurlijk de profeet Jona, die drie dagen en drie nachten verbleef in de maag van een walvis.

Jona was tijdens storm op zee door de angstige scheepsbemanning overboord gegooid en terwijl hij in het water van de oostelijke Middellandse Zee dobberde, werd hij opgeslokt door wat in de Bijbel heet ‘een grote vis’. Na drie keer 24 uur spuwde de vis Jona op het droge. De profeet was een ervaring rijker, maar hij was, afgaand op het Bijbelverhaal, verder ongedeerd.

Kan zoiets echt? De Bijbel is geen biologieboek en moet ook niet zo gelezen worden, maar de avonturen van Simancas en Packard maken de vraag wel actueel.

Grote walvissoorten zijn onder te verdelen in twee soorten: tandwalvissen en baleinwalvissen. De bultrug (Megaptera novaeangliae) die Simancas opslokte hoort bij de baleinwalvissen, die zich voeden met kril en kleine vissen.

Omdat het menu van baleinwalvissen alleen uit kleine zeebeestjes bestaat, is het niet nodig om een groot keelgat te hebben. De blauwe vinvis (Balaenoptera musculus), ook een baleinwalvis, kan tot wel 35 meter groot worden, maar in weerwil van z’n enorme afmeting is z’n keelopening maar 10 tot 12,5 centimeter groot. Net aan genoeg voor een krentenbol. Voor de bultrug geldt iets soortgelijks en Simancas is dan ook beslist niet verder geweest dan de bek van het dier.

Het is theoretisch wél mogelijk dat je wordt ingeslikt door een tandwalvis. De Nederlandse walvisfysioloog Everhard Slijper behandelde het onderwerp in 1958 in zijn wereldwijd vertaalde standaardwerk Walvissen: ‘Niemand gelooft natuurlijk, dat Jonas werkelijk enige tijd in de maag van een walvis heeft doorgebracht […]. Maar als het verhaal op waarheid zou berusten, dan moet het toch in elk geval een potvis geweest zijn.’

Slijper schrijft dat een potvis een reuzenkraak (inktvis) van meer dan 10 meter op kan. Dan past een profeet ook, meent hij. Hetzelfde geldt voor de orka, die in één hap een zeehond of bruinvis kan verschalken.

Slijper schrijft ook nog dat vrijwel alle walvisachtigen drie magen hebben, de voormaag, hoofdmaag en de zogeheten pylorusmaag, vanwaaruit het voedsel wordt doorgesluisd naar de twaalfvingerige darm. De voormaag en hoofdmaag van grote walvissoorten kunnen tot wel 1.000 liter groot zijn. Voorzichtige conclusie: het zou passen.

De Simancas verklaarde na zijn ongelukkige avontuur dat hij aanvankelijk dacht dat hij was opgeslokt door een orka. Die angst lijkt terecht, tot je gaat zoeken. Er blijkt geen enkel gedocumenteerd geval te zijn van mensen die zijn gedood door in het wild levende orka’s. De enige vier dodelijke (humane) slachtoffers van orka-mensinteractie vielen in dierenparken. Drie van die dodelijke ongelukken komen voor rekening van één dier, het orkamannetje Tilikum in SeaWorld in Orlando, Florida. Volgens diergedragsdeskundigen was Tilikums agressieve gedrag het gevolg van frustratie en verveling in gevangenschap.

Nog even terug naar Jona. In de Bijbel (Jona 2:1) is sprake van een grote vis. Het onderscheid tussen vissen en walvisachtigen werd pas in de 18de eeuw voor het eerst gemaakt. Het is theoretisch mogelijk dat Jona werd opgeslokt door een vis. De meest waarschijnlijke kandidaat is dan een witte haai (Carcharodon carcharias). Toch lijkt dat niet heel waarschijnlijk. Een witte haai kan makkelijk een zeeleeuw, dolfijn of bijbelse profeet op, maar de dieren scheuren hun prooi voor ze die opeten eerst aan stukken.

Waarom ruiken alle vuilniswagens hetzelfde?

Misschien is het omdat de redactie van de Volkskrant tot vorig jaar recht boven een garage van de Gemeentereiniging zat, maar deze lezersvraag leidde tot de beste van alle wedervragen: ja, waarom is dat eigenlijk?

Er zijn weinig wetenschappelijke studies naar vuilniswagens, maar gelukkig is de samenstelling van het geurmengsel rond een vuilnisauto wel te benaderen. Onderzoekers van het RIVM schreven in 2011 een literatuurstudie Gezondheidsaspecten van het wonen nabij composteerbedrijven, met daarin een opsomming van afbraakproducten in gft-afval die geuroverlast veroorzaken. Een composteerbedrijf is niet een-op-een uitwisselbaar met een vuilniswagen, maar ook zonder snuffeltest kun je verdedigen dat de geur vergelijkbaar is.

Volgens de RIVM-studie komen bij compostering van voedselafval ‘naast terpenen ook sulfiden (dimethylsulfide, dimethyldisulfide), alcoholen (butanol), ketonen (aceton, butanon) en azijnzuur vrij. Aanwezigheid van vis- en vleesafval leidt tot ammoniak- en aminevorming (methylamine).’

In het zogeheten veiligheidsinformatieblad van een chemische stof kun je opzoeken hoe die ruikt. Dimethylsulfide ruikt ‘onaangenaam – naar zwavel’; de geur wordt elders omschreven als stukgekookte groente of rotte kool; dimethyldisulfide ruikt ‘een weinig onaangenaam’, al noemen andere bronnen een knoflookachtige geur. Butanol heeft een ‘sterke, zoete alcoholgeur’ en azijnzuur en ammoniak ruiken naar respectievelijk azijnzuur en ammoniak. Terpenen, ten slotte, zijn een vrij grote groep biologische koolwaterstoffen, waarvan het RIVM-rapport de geur samenvat als ‘compostachtig’.

De studie van het RIVM betrof als gezegd composteerbedrijven, en je kunt één opsomming op één pagina in een rapport van 73 kantjes niet veralgemeniseren naar alle vuilniswagens in de wereld. Maar een mengsel van rotte kool, een vleug knoflook, bijtende azijnlucht en een soort dikke grondtoon van zoete alcohol komt aardig in de richting van wat we hier toch maar samenvatten als ‘vuilniswagengeur’.

Altijd al willen weten!

Zelf een vraag voor deze rubriek? Stuur ’m naar willenweten@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next