Home

Hoe dansen de redding is voor de Oekraïense Polina die op haar 14de Charkiv moest verruilen voor Nederland

14 jaar oud is Polina Sharykina als ze haar stad Charkiv ontvlucht. Drie jaar later beseft ze dat haar oude leven nooit meer terug zal komen en dat haar toekomst in Nederland ligt. Olaf Tempelman, wiens dochter bij haar in de klas zit, volgt de Oekraïense in haar nieuwe leven.

is redacteur van de Volkskrant.

Eind vorig jaar voerden twee middelbare scholieren een onderzoek uit in een doodgewone wijk in Vught-Zuid. Voor een aardrijkskundeproject belden ze overal aan met een vragenlijst over verduurzaming. Een van de scholieren die informeerde naar de tevredenheid van de bewoners met de hoeveelheid groen in de wijk, stond niet zo lang geleden nog op het podium van het jeugdtheater in Oekraïnes tweede stad Charkiv. In haar toenmalige leven ging ze, zes dagen per week, na school rechtstreeks naar haar toneel- of danstrainingen. Ze had haar eerste solovoorstelling al geschreven, en had een grote kans op een plek aan een prestigieuze theaterfaculteit.

‘Het is moeilijk om geen heimwee te hebben’, zegt Polina Sharykina, 14 jaar oud toen ze Charkiv in maart 2022 ontvluchtte, 17 in 2025. ‘Charkiv was een heel speciale stad, een heel vrije stad.’

Tegenwoordig is Polina leerling van het Sint-Janslyceum in ’s-Hertogenbosch. Het blijft docenten verbazen dat ze zo snel de Nederlandse taal leerde dat ze kan meedraaien op het hoogste niveau in het Nederlandse onderwijs. Mijn dochter kwam bij aardrijkskunde naast haar te zitten, werd een vriendin en zei onlangs: ‘Het is een gekke gedachte dat ik Polina zonder Poetin nooit had gekend. Zonder Poetin had Polina nooit hoeven vluchten.’

Toen Polina en mijn dochter bij aardrijkskunde een opdracht kregen over verduurzaming, besloten ze die om praktische redenen in onze buurt uit te voeren: Polina woont nog niet in een gewone Nederlandse buurt. Zij verblijft in een vakantiepark in Kerkdriel waar Oekraïense gezinnen zijn ondergebracht. Elke schooldag neemt ze daarvandaan de bus naar het station van Den Bosch, een rit van ruim een half uur. Van daaruit gaat ze verder met de fiets.

‘Toen ik net in Nederland was, vroeg iedereen hoe ik de uitbraak van de oorlog had beleefd’, vertelt Polina aan onze eettafel, na afloop van het buurtonderzoek. ‘Toen vond ik het moeilijk daarover praten, de schok was nog te groot. Nu kan ik er wel over praten, maar nu vraagt niemand het me meer.’

Het kon niet waar zijn

Charkiv ligt maar 30 kilometer van de noordoostgrens met Rusland, maar je was er lichtjaren verwijderd van de wereld van Poetin. Het centrum van Charkiv, weet iedereen die de stad voor de oorlog bezocht, ademde de sfeer van theaters, van artiesten, van bohemiens. Polina’s moeder was een gepassioneerd toneelliefhebber en nam haar dochter als kleuter al mee naar voorstellingen. Polina was 5 toen ze voor het eerst op het podium stond.

‘Toen ik mensen voor het eerst hoorde zeggen dat er oorlog zou kunnen komen, dacht ik: dat is een grap, het kan niet. Ik kon me gewoon niet voorstellen hoe dat zou zijn.’

Enkele dagen voor de Russische invasie op 24 februari 2022 vertrok een vriendin ineens halsoverkop met haar familie naar Spanje. ‘Ik vroeg: ‘Waarom gaan jullie weg?’ Zij zei: ‘Weet je dan niet dat de oorlog gaat beginnen?’ Ik moest daar toen nog om lachen.’

Achteraf kun je zeggen: die vriendin kwam uit een familie die goede inlichtingen had. Op donderdagochtend 24 februari 2022 werd Polina thuis, op vier hoog in Charkiv, heel vroeg wakker. ‘Ik lag in mijn bed, ik voelde trillingen, ik hoorde inslagen. Het geluid kwam van ver weg, maar die trillingen voelde ik in mijn hele lijf. Ineens besefte ik: we worden gebombardeerd!’

Niet veel later stond haar moeder bij haar bed. Haar vader was niet thuis, die was net vertrokken om een weekje in Turkije te gaan skiën. Vroeg in de ochtend kreeg Polina een appje van de wiskundeleraar dat de onlineles ‘wegens de omstandigheden’ niet doorging. ‘Het was aan het einde van de coronatijd, we kregen nog een deel van de lessen via Zoom. Ik dacht nog: fijn dat ik vandaag geen wiskunde heb.’

Het adjectief ‘fijn’ zou ze daarna een tijd niet meer gebruiken. Op die ochtend in februari trilde Charkiv op de grondvesten. Polina moest van haar moeder een tas met ‘noodzakelijke spullen’ inpakken, ze hoorde haar ouders koortsachtig telefonisch overleg voeren. Even later zei haar moeder: ‘We gaan je oma’s evacueren.’

Beide oma’s woonden in de buitenwijken van de stad. De rit daarnaartoe was niet alleen lastig omdat de stad onder vuur lag, maar ook omdat Polina’s moeder pas een paar weken haar rijbewijs had. ‘We stapten in de auto. Mijn moeder reed erg onzeker. Er zat nauwelijks benzine in de auto. Er stonden enorme rijen bij de tankstations. Mijn moeder wist niet eens waar de benzinedop zat. Toen ben ik in huilen uitgebarsten. Mijn moeder zei: ‘Polina, je moet nú stoppen met huilen. Als ik je zie huilen krijg ik het gevoel dat het niet goed zal komen’.’

Aan het eind van de dag reden ze met twee oma’s, twee katten en een hond terug naar hun appartement. Ze hadden het idee dat het in het centrum veiliger zou zijn dan in de buitenwijken, maar voor het omgekeerde was, achteraf gezien, net zoveel te zeggen: als je stad wordt gebombardeerd, is het lastig rationele beslissingen te nemen.

De twee weken daarna voelden als maanden. ‘Elke dag was lang, elke nacht was lang, ik sliep in het bed naast mijn moeder. Mijn oma’s sliepen in mijn bed. We probeerden om beurten wakker te blijven. De hele tijd ging het luchtalarm, de hele tijd renden we op en neer van ons appartement op de vierde etage naar de schuilkelder. En toch bleven we denken: misschien houdt het wel snel weer op, misschien wordt het snel weer normaal. Ik bleef in de schuilkelder gewoon mijn huiswerk maken.’

In veel Oost-Europese landen rond je op je 14de de eerste fase van je schoolloopbaan af met examens. ‘Toen het bericht kwam dat de examens voor 2022 waren afgelast, was ik blij’, zegt Polina. ‘Maar achteraf betekende dat bericht natuurlijk: onze stad is nu een oorlogszone. En toen sloeg vlak bij ons appartement een Russische raket in.’

Enorme files

Op 4 maart besloten ze in de auto te stappen en Charkiv te ontvluchten. ‘Het gekke was, ik had toen nog een soort vakantiegevoel. Ik pakte alles in wat ik ook voor een vakantie zou inpakken: kleren, een paar boeken, mijn schriften met Engelse woorden...’

Dagenlang reden ze westwaarts. Haar moeder had nauwelijks rijervaring, maar zat nu tien uur per dag achter het stuur. Polina herinnert zich wegen vol auto’s die bijna bezweken onder passagiers en bagage én een enorme menselijke hartelijkheid. Niemand hoefde ergens voor eten te betalen, iedereen kon overal overnachten. ‘Er waren enorme files, de hond zat achterin, om de twee uur stopten we om hem uit te laten. Ik herinner me vooral 8 maart heel goed. Dat was Internationale Vrouwendag. We zaten met vier vrouwen in een auto en werden bij alle checkpoints gefeliciteerd.’

Op 9 maart kwamen ze aan in Ternopil, niet ver van de Poolse grens. ‘We konden daar terecht in het huis van vrienden van een oom. Er waren ontzettend veel vluchtelingen uit het oosten gestrand, we kwamen allemaal samen in de school om camouflagenetten voor het leger te maken. Toen dacht ik: een paar weken geleden werkte ik nog aan een dansvoorstelling, nu maak ik camouflagenetten. Mijn oma’s en de hond zijn in Ternopil gebleven. Wij kregen daar een telefoontje van mijn vader. Hij was er vanuit Turkije in geslaagd zijn oudste dochter, mijn halfzus, in Eindhoven te bereiken. We konden naar Nederland.’

Een gedeelde ‘knik’

Eindhoven op een zaterdagmiddag, bijna drie jaar later. In een kleine studio helpen drie Oekraïense vriendinnen Polina met het maken van een auditievideo voor Nederlandse theater- en dansopleidingen waarvoor ze zich heeft ingeschreven. Polina gaat een solovoorstelling geven op het nummer The Doll People van Sofia Isella. Vóór de oorlog woonden deze vriendinnen in verschillende delen van Oekraïne. Dat ze elkaar in Nederland bijna wekelijks zien, komt doordat ze elkaar online vonden en erachter kwamen dat ze voor de oorlog allemaal dansten op K-pop, oftewel Korean-pop. Inmiddels maken ze deel uit van een negenkoppig Oekraïens dansgezelschap in Nederland.

Terwijl Polina de laatste hand legt aan haar make-up voordat de opnamen beginnen, luister ik naar de levensverhalen van de anderen. De zussen Oly (26) en Yana (23) komen uit een voorstad van Kyiv en wonen nu allebei zelfstandig in Nederland. Oly was vlak voor de oorlog bezig aan een master in Nijmegen, haar zus vluchtte na het uitbreken van de oorlog naar haar toe. Hun ouders hebben ze sindsdien niet meer gezien. Faya (20) woonde voor de oorlog in Cherson, vlak boven de Krim. Toen de stad onder vuur werd genomen, vluchtte ze met haar moeder en zus.

Polina is met 17 jaar de jongste van het dansgezelschap, Oly met 26 de oudste, maar alle leden delen ‘die vreemde knik’ in hun leven. Allemaal zagen ze hun toekomst drie jaar geleden totaal anders dan nu. Allemaal werden ze door de oorlog overvallen terwijl ze bezig waren hun vleugels uit te slaan. Allemaal zijn ze nu in Nederland opnieuw begonnen. En niemand ziet nog een weg terug. Faya zegt: ‘Welke weg terug? Mijn oude leven bestaat niet meer, mijn stad is kapotgeschoten, de mensen die mijn oude leven bevolkten wonen nu op honderd verschillende plekken.’

Oly voltooide haar master in Business Economics in Nijmegen en werkt nu bij een Engelstalig bedrijf in Amsterdam; Yana doet een hbo-opleiding in Leeuwarden; Faya is koortsachtig bezig met het leren van de taal om zo snel mogelijk met een opleiding te beginnen.

Begin januari stonden bij Nederlandse gemeenten 118 duizend Oekraïners ingeschreven. Uit cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum blijkt dat 30 procent van hen zeker in Nederland wil blijven. Van die groep is de overgrote meerderheid jong. Leden van deze groep spreken bijna allemaal goed Engels en vaak ook al Nederlands. Bij deze groep hoort het hele Oekraïense K-pop-dansgezelschap.

Succesvol middenklassegezin

Voor de ingang van een vakantiepark in Kerkdriel staat een groot bord: ‘Europarcs aan de Maas, welkom-welcome-willkommen’. In een vakantiehuisje met de omvang van een grote stacaravan ontvangt Polina’s vader Oleksii Sharykin ons ‘zoals ik jullie ook had ontvangen als jullie in Charkiv waren langsgekomen’. De gastvrijheid hier in Kerkdriel is die van de wereld ten oosten van de Elbe. We gaan meteen aan tafel en brengen een dronk uit op de toekomst van onze dochters, die klasgenoten werden doordat de leider van Rusland een oorlog begon.

Voor de oorlog was de familie Sharykin een succesvol middenklassegezin in Charkiv. Oleksii ontwierp al van jongs af aan zijn eigen kleding – ‘ik kon nooit vinden wat ik zocht, daarom besloot ik het maar zelf te gaan maken’. Op zijn 30ste begon hij zijn eigen kledinglijn. Hij had een eigen naaiproductiebedrijfje in Charkiv, Polina’s moeder Nataliia deed al het administratieve werk en de marketing. De kleding werd verkocht in de grotere alternatieve winkels in Oekraïense steden.

Nu proberen Polina’s ouders in de avonduren vanuit het vakantiehuisje in Kerkdriel hun kledingbedrijf opnieuw op te starten. Overdag werkt Oleksii als hovenier in Den Bosch – ‘ik krijg tijdens het werk altijd ideeën voor ontwerpen’ – en Nataliia bij zuivelboerderij Den Eelder in de Bommelerwaard.

Polina’s ouders horen bij de 48 procent van de Oekraïners in Nederland die, volgens cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, niet weten wat ze in de toekomst zullen gaan doen. Op de vraag of ze terug zouden willen, geven leden van deze groep antwoorden als: misschien, als het er weer veilig zou zijn, als we er weer een normaal leven zouden kunnen leiden. Oleksii Sharykin zegt het zo: ‘Het maakt me niet uit waar ik woon, als ik mijn werk er maar in vrijheid kan doen.’

Het was dankzij Oleksii’s oudste dochter dat dit gezin naar Nederland kon uitwijken. Zij was een paar jaar voor de oorlog naar Eindhoven verhuisd, omdat haar man een baan kreeg bij ASML. In de weken na de uitbraak van de oorlog werd hun Eindhovense appartement overspoeld door vluchtelingen uit de familie van Oleksii’s schoonzoon. Hij, Nataliia en Polina konden daar onmogelijk nog bij. Via een netwerk voor de opvang van vluchtelingen kwamen ze terecht bij Henk en Erna uit Bruchem, vlak onder Zaltbommel. Polina’s moeder Nataliia zegt: ‘We zullen hen altijd dankbaar blijven voor hun hulp op het allermoeilijkste moment van ons leven.’ Polina zegt: ‘Henk en Erna waren de eerste Nederlanders die we leerden kennen en we voelden ons enorm welkom bij hen.’

Daar in Bruchem verdween bij Polina wel het gevoel dat ze op vakantie was. ‘Langzaam drong het tot me door dat ik alles in mijn oude leven kwijt was en dat het niet meer terug zou komen. Ik moest een paar keer erg huilen.’ In mei 2022 begon ze op een school in Zaltbommel in een klas met Oekraïense vluchtelingen. ‘Ze probeerden ons Nederlandse les te geven, maar dat ging slecht, want de leeftijden en niveaus waren te verschillend. Steeds opnieuw pakte onze docent een pen op, hield die omhoog en zei weer: ‘de pen’.’

Daarna had Polina, zoals ze het zelf zegt, ‘twee keer geluk’. Ze kon naar de Internationale Schakelklas (ISK) in Den Bosch, waar ze ‘de mogelijkheid kreeg om echt goed Nederlands te leren’. Al rond kerst zei een van haar docenten daar tegen haar: ‘Jij moet zo snel mogelijk instromen in het gewone Nederlandse onderwijs.’

‘Ik had nooit gedacht dat ik ooit in een andere taal onderwijs zou volgen, en in zo’n andere onderwijscultuur. Het Nederlandse onderwijs is losser en vrijblijvender dan het Oekraïense. Ons onderwijs is streng. Geschiedenis en literatuur zijn heel belangrijk, Nederlandse scholieren lezen geen 19de-eeuwse dichters. In Nederland heb je geen poëzieclubs voor scholieren. Dat is denk ik wat ik het meest mis uit Oekraïne, onze poëzieverenigingen.’

Polina’s belangrijkste geluk: via een van de kinderen van Henk en Erna kon ze gaan dansen op de dansschool in Zaltbommel. Polina’s moeder Nataliia zegt: ‘Ik was toen zo blij. Dansen is altijd alles geweest voor Polina. Het heeft haar enorm geholpen de schok van de oorlog te verwerken.’ Het dansen bracht Polina in Nederland ook in contact met lotgenoten uit bijna alle regio’s van het vooroorlogse Oekraïne.

Dansen in de open lucht

Vóór 2022 woonden de negen leden van het Oekraïense K-pop-dansgezelschap ver van elkaar vandaan, vaak wel duizend kilometer of meer: het vooroorlogse Oekraïne had een oppervlakte van bijna vijftien keer Nederland. Tegenwoordig zijn ze binnen een paar uur samen. Dat de IJ-kade aan de achterkant van Filmmuseum Eye in Amsterdam hun vaste repeteerplek is geworden, heeft te maken met de centrale ligging, maar ook met de grote spiegels aan de achterkant van het gebouw: het is de perfecte dansruimte in de open lucht.

Op een winderige zaterdag aan het eind van de winter geven zes van de negen leden acte de présence, behalve Polina, Oly en Yana ook Anastasia, Varvara en Maja.

Anastasiia (18) vluchtte drie jaar geleden uit Mykolajiv, in het zuiden van Oekraïne, vlak bij Cherson, en woont nu met haar moeder in Amersfoort. Mykolajiv is in het voorjaar van 2022 goeddeels door het Russische leger in puin gelegd, ruim tweederde van de inwoners is gevlucht. Anastasiia is de Nederlandse taal nog aan het leren, haar moeder vond werk bij de catering op Schiphol.

Varvara (17) woonde voor de oorlog in Kyiv en woont nu met haar moeder en zus in Diemen-Zuid. Zij spreekt net als Polina al vloeiend Nederlands, zit in 4 havo en gaat zich volgend jaar inschrijven voor de hbo-opleiding Fashion Design.

Maja (19) komt uit Dnipro in het oosten van Oekraïne, niet ver van de huidige frontlinie. Zij vluchtte na de Russische invasie naar haar zus in Waddinxveen, die is getrouwd met een Nederlandse man. Maja spreekt ook al vloeiend Nederlands. Ze werkt nu in Leiden als kapster, maar wil in de toekomst een opleiding gaan doen. Haar ouders zijn nog in Dnipro, die kunnen daar niet weg. Ze zijn daar hard nodig, want ze werken als artsen in het ziekenhuis en behandelen dagelijks mensen die van het front komen.

Een gedeelde ervaring van de leden van dit bijzondere gezelschap is dat je in Nederland tijdens openluchtrepetities moet blijven dansen om het niet koud te krijgen. Je moet niet te lang stilstaan om te praten. In de late herfst, de winter en het vroege voorjaar liggen de temperaturen aan de Noordzee flink wat hoger dan in Oekraïne, maar door de wind en de regen voelt het bijna altijd kouder aan.

In Amsterdam waait het nog harder dan in Den Bosch, weet Polina, maar dit is de stad van haar toekomst. Een paar dagen voor deze zaterdag heeft ze gehoord dat ze is aangenomen op de Amsterdamse toneelschool, anno 2025 ook bekend als Academy of Theater and Dance. Dat is een prestigieuze en gewilde opleiding. Het was een emotioneel moment, want ze besefte dat haar toekomst nu echt helemaal in Nederland ligt. ‘Ik zal een ander soort actrice worden dan ik was geworden als ik naar de theaterfaculteit in Kyiv was gegaan’, zegt ze. ‘Daar had ik meer kennis van de klassieken opgedaan, hier zal ik meer ruimte krijgen mijn eigen creativiteit te ontwikkelen. Het is niet beter of slechter, het is anders. Het is een besef dat ik een totaal ander leven zal krijgen.’

Dan loopt Polina terug naar de rest van het gezelschap. Op de noordelijke IJ-oever heeft zich inmiddels een kleine menigte verzameld voor een helemaal gratis optreden van een Oekraïens gezelschap dat danst op Koreaanse pop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next