Met meer fietsen dan inwoners maakte Nederland lang goede sier waar het duurzaamheid betreft. Hoe zit dat nu die fietsen vrij massaal worden vervangen door exemplaren met een motortje?
Fietsland Nederland heeft een ingrijpende transformatie doorgemaakt. Voorheen verplaatsten de postbode en scholieren zich soepel op spierkracht, nu besturen ze logge apparaten met accu’s vol zeldzame metalen, die na elke rit om stroom smeken. Fietsen is er niet duurzamer op geworden, zo lijkt wel duidelijk. Kun je eigenlijk met een schoon geweten op een e-bike stappen?
Eerst maar eens de cijfers: er zijn in Nederland zo’n 4,2 miljoen e-bikes, meldt brancheorganisatie Bovag. Daarmee zijn er dus ook ruim vier miljoen accu’s geïnstalleerd, die met behoorlijke regelmaat worden opgeladen. Jaarlijks worden namelijk zo’n 6,8 miljard fietskilometers afgelegd met trapondersteuning, volgens het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2024), oftewel ruim 1.600 kilometer per e-bike.
Dat loopt aardig in de papieren. Elke gereden kilometer op een elektrische fiets kost 9 Wh aan energie, tonen cijfers van energie-instituut CE Delft. Daarmee gaat landelijk gezien jaarlijks 61,2 GWh op aan elektrisch fietsen, leert een snelle rekensom. Dat staat grofweg gelijk aan het elektriciteitsverbruik van 24.500 tweepersoonshuishoudens.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Dan is de hogere productielast van elektrische fietsen nog niet meegerekend. Per afgelegde kilometer ligt de uitstoot aan broeikasgassen op een e-bike een factor drie tot vijf hoger dan bij een gewone fiets, volgens studies die de gehele levenscyclus meewegen (ook een gewone fiets is niet geheel uitstootvrij vanwege de voor productie benodigde materialen en energie).
Gewoon fietsen is dus duurzamer dan e-biken, dat kan nauwelijks verrassen. Toch is de strijd daarmee niet gestreden. E-bikes kunnen juist klimaatwinst betekenen, als ze niet zozeer gewoon fietsen vervangen, maar mensen uit de auto weten te jagen, zegt mobiliteitsdeskundige Mathijs de Haas van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.
‘In theorie is de elektrische fiets een behoorlijk veelbelovend middel om de auto te vervangen. Je kunt harder en het kost minder moeite dan een gewone fiets.’ Bekend is dat reisduur en gemak belangrijke afwegingen vormen in de vervoerskeuze. ‘De vraag is alleen: kiezen mensen werkelijk eerder voor de elektrische fiets dan voor de auto?’
De Haas boog zich in 2021 zelf over die vraag en analyseerde hoe vervoerspatronen zijn verschoven met de komst van de e-bike. In de praktijk blijkt die vooral de gewone tweewieler te vervangen, waarvan het gebruik daardoor al jaren daalt. ‘Maar de elektrische fiets leidt ook tot extra mobiliteit. Mensen gaan vaker en langer fietsen zodra ze een elektrische fiets hebben gekocht.’ Een opsteker qua lichaamsbeweging, maar dubbel slecht nieuws voor duurzaamheid. Voor algemeen gebruik leidde e-biken namelijk niet tot aantoonbaar minder autokilometers.
Bij woon-werkverkeer was zo’n trend wel zichtbaar. Zeker omdat de populariteit van e-bikes ook onder de werkende bevolking is toegenomen, kan dat voordeel sinds het onderzoek weleens verder gegroeid zijn, zegt De Haas. ‘Het gebruik van elektrische fietsen voor woon-werkverkeer is sindsdien in elk geval toegenomen, ik durf nog niet te zeggen of dat verder ten koste is gegaan van het autogebruik.’
Voor forensen betekenen e-bikes dus winst, in andere gevallen lijken ze een stap in de verkeerde richting. Ten onrechte, vindt specialist duurzame mobiliteit Frauke Behrendt van de TU Eindhoven. ‘Als je kijkt naar het energiegebruik over een dag, is de stroomvraag van een e-bike triviaal. Fietsen is een zeer efficiënte vorm van verplaatsen, met of zonder elektrische ondersteuning.’ Een elektrische fiets verzorgt het constante gevoel van meewind tegen vrij geringe energievraag: de stroomvraag van een wasje staat bijvoorbeeld gelijk aan ruim 50 kilometer e-biken.
Zeker afgezet tegen andere transportvormen blijkt de efficiëntie van de e-bike. Eenzelfde afstand afleggen in een gemiddelde auto vereist vijftigmaal meer energie, tonen de verbruikswaarden van CE Delft. E-bikeschaamte is dus nergens voor nodig. Zelfs elektrische auto’s kunnen bij lange na niet tippen aan de elektrische fiets. En dat terwijl die niet zelden worden gepresenteerd als toppunt van duurzaamheid, constateert Behrendt. ‘Dat voelt soms wat uit balans met de beperkte aandacht voor fietsen als duurzaam alternatief.’ Overstappen van auto naar fiets betekent altijd grote winst, ongeacht hun aandrijvingsvorm.
Met dat doel voor ogen vormt de e-bike volgens Behrendt een welkome aanvulling, die meer aanprijzing verdient. Een hulpmotortje scoort an sich geen groene punten, maar kan wel stevig drempelverlagend werken. ‘Je kunt op een e-bike grotere afstanden afleggen en meer vervoeren, zowel spullen als personen. Dat helpt soms net bij de keuze: stap ik op de fiets of niet? Als je naar het grotere plaatje kijkt, vormen elektrische fietsen een heel prettige toevoeging.’
Met wat creatief rekenwerk scoren e-bikes trouwens nóg gunstiger. De European Cyclists’ Federation becijferde in 2011 ook voor gewone fietsen het energieverbruik. Zulke ‘biofietsen’ verbruiken strikt genomen namelijk eveneens brandstof: niet uit een accu, maar uit de bovenbenen van de berijder. Die verbrandt zo’n 11 kilocalorieën per gereden kilometer. Dat leidt al snel tot wat extra opscheppen bij het avondeten. Weeg je het CO2-effect van deze toegenomen eetlust mee, dan ontlopen de fiets met en zonder hulpmotor elkaar niet langer, toonden de berekeningen. Wie louter om energiebesparing geeft, kan misschien maar het beste thuisblijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant