DEN HAAG - 'Nederland creëert zelf dit grijze gebied van coffeeshops waar het spul vrij verkrijgbaar is, maar waar we doen alsof de bevoorrading niet bestaat. Het is een systeem dat de wetgever zelf in stand houdt.' Meerdere advocaten van de vijf verdachten voor de politierechter betogen min of meer hetzelfde. Ze vinden niet alleen dat hun cliënten onschuldig zijn, ze laten ook weten dat het systeem niet deugt.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.
Petra, Ineke, Babs, Tony en Harry zijn aangehouden bij een inval in een bedrijfspand waar joints werden gedraaid. Op de eerste verdieping lag bijna zes kilo hennep, 2,5 kilo kilo hasj en acht kilo tabak klaar voor verwerking en er lagen dik 20.000 pretsigaretten klaar voor vervoer.
Tony zat joints te draaien aan een tafeltje. De drie vrouwen zaten in een soort keukentje met koffie en broodjes. Harry was op de begane grond. In zijn auto lagen vier dozen met stickers voor op de zakjes met joints.
Tony geeft toe dat hij er was, maar wil er verder niet zoveel over zeggen. De andere vier hebben allemaal een verklaring voor hun aanwezigheid, maar die heeft niks met de drugs te maken.
Petra kwam alleen beneden wat ruimte maken voor spulletjes die ze er wilde opslaan. Ze had meubels van haar overleden moeder en partner die ze ergens kwijt moest. Ze was naar eigen zeggen toevallig boven omdat ze op zoek was naar koffie.
Ineke was gevraagd of ze broodjes wilde komen brengen en toen ze er eenmaal was, had ze koffie gezet. Dat was 'voor de gezelligheid'.
Babs was uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek om productiewerk te komen doen. Ze had geen idee wat voor werk dat zou zijn. Voor het gesprek begon, stond de politie al binnen.
Harry kwam alleen de aanhanger halen die hij een dagje mocht lenen van Tony. Die doosjes achterin zijn auto zou hij voor Tony 'even afgooien' ergens in Rotterdam, maar hij had geen idee wat er in zat. 'Dat was gewoon een vriendendienst.'
De verdachten zijn geen doorgewinterde criminelen. Tony is begin zestig. Hij verdient de kost met klusjes 'maar nu niet, want het is koud'. Harry heeft een eigen klusbedrijfje. De vrouwen, alle drie rond de vijftig, zaten destijds in een kwetsbare positie.
Petra zat met het verlies van haar moeder en partner en ze was ook nog haar huis kwijt. Ineke was afgekeurd en Babs was haar werk kwijtgeraakt. Maar ze hadden geen schulden en inmiddels hebben Petra en Babs weer een baan. Ook heeft Petra weer een woning.
Volgens één van de agenten die bij de inval in het bedrijfje was, stonk het hele pand naar hennep. De verdachten zeggen dat ze dat niet hebben geroken.
Ook zou Harry moeilijk hebben gedaan toen de politie naar binnen wilde en niet hebben meegewerkt toen de agenten de afgesloten deur naar boven wilden openen.
Zijn advocaat kan dat wel uitleggen. 'Het was niet zijn pand, hij zag een drom agenten en boa's voor de deur en heeft gezegd: die ga ik niet zomaar binnenlaten. De sleutel van de bovendeur hing ergens in een kast. Hoe moest hij dat weten? U kan hem die sleutel niet zomaar aanwrijven.'
De officier van justitie vraagt zich af waarom de vrouwen, toen ze eenmaal boven waren, niet zijn geschrokken van de werkende jointfabriek, de blokken hasj, de geur en waarom ze niet meteen zijn vertrokken?
Alle drie zeggen ze dat het ze niet is opgevallen. Zowel de geur als de machines waarmee de joints werden gedraaid niet. 'Als je broodjes hebt gebracht en koffie hebt gezet, moet je dan wegrennen als je iets ziet of ruikt', vraagt Ineke's advocaat zich af.
De officier vindt van wel. 'Het is onmogelijk dat je daar bent zonder dat je weet wat er aan de hand is. De rekken met joints staan vol, de lucht is niet te missen.'
De officier kan niet vaststellen wie nou precies welke rol had, maar ernstig vindt hij het wel. 'Het was een professionele fabriek voor grootschalige productie.'
Ineke en Tony zijn al eens eerder gepakt in verband met een jointfabriek, maar die zaken zijn toen geseponeerd omdat hun rol te klein was. Daarom zijn alle verdachten zogeheten first offenders. De officier eist vijf maanden cel tegen alle vijf.
De raadslieden kunnen hun oren niet geloven bij de eis. 'We hebben al vijftig jaar gedoogbeleid in Nederland', betoogt de advocaat van Tony. 'We hebben hier zelfs een zoon van een minister gehad die zich inzette voor coffeeshops, maar dat is nog voor uw tijd, denk ik', zegt hij tegen de jonge officier van justitie en politierechter.
'Coffeeshops moeten worden bevoorraad. Als die joints ergens worden gedraaid, is het strafbaar, maar zodra ze in de coffeeshop zijn is het niet meer strafbaar', zegt Tony's advocaat. Hij wil maar zeggen: waar gaat dit eigenlijk over?
'Die drugs waren niet van hem, maar van de coffeeshop. Hij had er geen beschikkingsmacht over. Hij heeft aan een traytje gezeten en een joint gedraaid, maar dat is minder dan dertig gram en dan moet vrijspraak volgen.'
De advocaat van Harry vergelijkt het met andere zaken. 'Er is in ons land een coffeeshop-achterdeurprobleem. Er worden aan de lopende band bergplaatsen en jointfabriekjes gevonden die te groot zijn.'
'We hebben tientallen, misschien wel honderden zaken, ik ben de tel kwijt, waarin de uitspraak een rechterlijk pardon is. Dat is min of meer vaste rechtspraak', zo stelt de advocaat van Harry.
Hij verwijst naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2018, die oordeelde dat instappen in een auto die naar hennep ruikt je niet medeplichtig maakt.
Ineke's advocaat heeft nog wel een andere link naar de politiek. 'Wat zou staatssecretaris Coenradie van Justitie denken als ze deze zitting bijwoont? Voor deze grote criminelen zou ik wel vijf keer vijf maanden een cel willen vrijmaken? Of zou ze denken: oh nee officier, wat doe je nu?'
De officier van justitie vindt de vergelijking met coffeeshops niet opgaan. 'Als je een coffeeshop wilt openen, ga je naar de Kamer van Koophandel en betaal je belasting. Dit was overduidelijk crimineel en bedoeld om zwart geld mee te verdienen.'
Dat Tony steeds maar één joint vast had, wil niet zeggen dat hij niet verantwoordelijk was voor de hele partij die er lag, zo vindt de officier. De verklaringen van de andere verdachten vindt hij ook ongeloofwaardig.
De rechter heeft een klein half uur nodig om tot haar oordeel te komen. Ze vindt het bezit en verwerken van de hennep en hasj bewezen. 'Ze waren in dat pand en hadden beschikkingsmacht over de aanwezige drugs.'
'Het gedoogbeleid valt van alles over te zeggen, maar dat is een politieke discussie. Het gaat hier om een strafbaar feit en daar worden straffen voor opgelegd. Ik zie geen aanleiding voor een schuldigverklaring zonder straf, gezien de hoeveelheid drugs.'
De rechter vindt de eis van de officier wel veel te zwaar, omdat alle verdachten voor het eerst zijn gepakt en het feit al bijna twee jaar geleden is. Ze veroordeelt de verdachten tot een taakstraf van 200 uur, waarvan de helft voorwaardelijk.
Het vijftal loopt balend de deur uit. Op de gang overleggen ze met hun advocaten over een eventueel hoger beroep.
De namen van Petra, Ineke, Babs, Tony en Harry zijn gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag