Nooit het gebaande pad kiezen, nam VVD’er Vincent Karremans zich voor toen hij op jonge leeftijd zijn moeder en beste vriend verloor. Die houding bracht hem van Rotterdam naar Den Haag, waar hij als staatssecretaris besloot: Ik. Wil. Resultaat! Verslaggever John Schoorl in het spoor van een politieke belofte.
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Met een forehand-swing die ik eerder waarnam op de padelbaan in Vlaardingen, landt de opengesperde hand van Vincent Karremans (38) in de hand van de Lidl-functionaris. De boomlange VVD-staatssecretaris is energiek de supermarkt in de Utrechtse wijk Overvecht binnengevallen, en het ontvangstcomité maakt kennis met zijn overrompelende begroeting.
Op een rijtje, met zicht op winkelkarretjes en winkelpoortjes, staan daar de Lidl Nederland-directeur met zijn gevolg en de bovenmeesters van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de branchevereniging van het supermarktwezen.
‘Ik kom zelf heel vaak bij de Lidl’, is de openingszet van Karremans, en hij roemt het Rotterdamse filiaal, op vijf minuten van zijn huis. ‘Ik ben hier omdat jullie goed werk doen om een gezondere levensstijl te bevorderen.’
Ho!
Ik wil even terugkomen op die overrompelende begroeting; het is natuurlijk gekkenwerk om iedereen te bedienen met de forehand-swing, ook bij de Lidl in Overvecht. Er zijn verschillende vormen van de forehand-swing-light die Karremans hanteert, zoals de hartelijke mild-stevige handdruk, of de handdruk met de alles innemende lach, of de sportieve broederlijke begroeting, dan wel de dab of de high five.
Waar het om gaat, is dat Vincent Pieter Geert Karremans, geboren in 1986, van het zeer enthousiaste onthaal is, en dat het uitgesloten is dat hij geen indruk maakt.
De coming man, die wordt gezien als een van ’s lands grootste politieke talenten, is een goeie binnenkomer.
Je kunt zelfs stellen dat de entree zijn signature is, en dat zijn ontdekker (ex-VVD-minister Mark Harbers), zijn ex-zakenpartner (Laurens van Nues), de VVD-watcher (Wilma Borgman), zijn mentor (Ahmed Aboutaleb), de politiek tegenstander (Joost Eerdmans), de Rotterdamse raadsverslaggever (Peter Groenendijk), zijn collega (Mona Keijzer) en zijn vader (Frank Karremans) dit fenomeen herkennen in al zijn variaties.
‘Hij is iemand die heel goed het ijs kan breken’, zegt Harbers. ‘Dat is niet aangeleerd, zo zit hij in elkaar. Wie hij ook ontmoet, hij is gelijk on speaking terms.’
Karremans zegt zich totaal niet bewust te zijn van de overrompelende begroeting, en de handleiding Grip and Grin—Handshaking on the Campaign Trail is hem vreemd. Als opleidingsinstituut voor zijn contactuele eigenschappen wijst Karremans liever naar de voetbalkantine van RKSV Blauw-Zwart in Wassenaar, ook de club waar zijn vader jaren in het eerste glorieerde. De meeste van zijn klasgenoten hockeyden, en hij zat op voetbal, lekker lullen en bier drinken met mensen met verschillende achtergronden.
‘Vin kan goed schakelen’, zegt zijn vader. ‘Hij kan mensen meteen een goed gevoel geven. Hij is een beetje een allemansvriend.’
Nog voor het gezelschap zich stroperig langs de Lidl-schappen verplaatst, wordt het bestaan gemeld van ‘de nieuwe gehaktmix’, als voorbeeld van een door de supermarktketen gepropageerd voedselpatroon. Want daar is het tijdens dit werkbezoek van Karremans om te doen: hoe gaan supermarkten het aanbod van gezond eten verbeteren, om zodoende het overgewicht van de Nederlandse burger tegen te gaan? De staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport zegt ‘volle bak de focus’ te hebben op de ‘preventiestrategie’, en knikt instemmend na de mysterieuze woorden van het hoofd duurzaamheid van de Lidl: ‘De gehaktmix, die eet je niet alleen.’
Via de jam die zijn 3-jarige dochtertje graag eet, en de donut waar de staatssecretaris zijn dochtertje juist bij vandaan wil houden, is er een moment rust voor het vak vleesvervangers.
‘Heeft u een lievelingsproduct?’, wil de Lidl-directeur dolgraag weten van Karremans, wijzend op de verzameling groenteschijven en spinazie-kaasrondo’s.
De staatssecretaris kijkt om zich heen, alsof hij een verborgen camera vermoedt, en zegt in alle ernst: ‘Ik vind de gyrosstukjes van namaakvlees lekkerder dan de gewone gyros.’
Er davert een geruststellende, collectief geuite lach door de Lidl.
En dan is het zover, in het volgende pad is op ooghoogte de duurzame prijskoe van de Lidl zichtbaar, een pakje van 300 gram met een groene sticker. Dit is ‘de hybride gehaktmix’, 60 procent rundvlees, 40 procent plantaardig, sinds augustus 2024 voorradig, ‘met erwteneiwit’.
Er worden meer pakjes uit het vak gehaald, omhooggehouden en vol trots aan Karremans getoond. De belofte van CO2-reductie hangt in de lucht, in combinatie met ‘een lagere milieu-impact’, en toch zo geschikt voor ‘de oer-Hollandse gehaktbal’.
Karremans: ‘En is het gezonder?’
De Lidl-posse knikt, zonder verdere uitleg.
Als het werkbezoek bij de kassa tot stilstand komt, en chauffeur Ruud, een besnorde ex-adjudant van het Korps Mariniers, de dienstwagen voor de deur parkeert, wordt afscheid genomen. Iedereen is ervan overtuigd ‘dat er afspraken moeten worden gemaakt’ en ‘dat naar de toekomst moet worden gekeken’, en: ‘ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.’
Karremans: ‘Want als iedereen naar elkaar gaat kijken, en er niets gebeurt, dan dwingen wij het af, de overheid.’
Politici kun je laden, net als sporters, muzikanten, acteurs, schrijvers of ondernemers. Je kunt ze laden met je persoonlijke verwachtingen, of je eigen personages erop projecteren. Als niet-parlementair verslaggever die weleens een politicus treft, zat ik in Nieuw-Beijerland op een strobaal op de boerderij van de protestantse patriarch Cees Veerman (CDA). Ik was ervan overtuigd dat hij de beste minister-president was die we nooit hebben gehad.
Of tegenover VN-diplomaat Sigrid Kaag (D66) in het Amstelhotel, voordat ze de politiek inging, en ik dacht dat deze Grace Kelly-achtige verschijning ooit haarfijn het vaderland zou gaan leiden.
In Pieter Omtzigt (toen nog CDA) herkende ik acteur James Stewart die in de film Mr. Smith Goes to Washington (1939) een gekwelde, dossiervretende politicus speelde.
Met Hans Spekman (PvdA) zittend in een houten hok achter in zijn tuin, vermoedde ik te verkeren met een Russische 19de-eeuwse dichter die hier waakte over het zielenheil van zijn overleden familieleden, luisterend naar Dolly Parton.
En zo meen ik in Vincent Karremans een hoofdpersonage uit een politiek jongensboek te herkennen, een parlementaire variant van De AFC’ers (1915) van J.B. Schuil.
Over een slungelige, nerdy jongen uit het minder welvarende deel van Wassenaar die op jonge leeftijd zijn moeder verloor. Die naar de grote stad trok om te studeren en uit het niets een succesvol ondernemer werd. Die een Ted-Talk losjes opende met de vraag: ‘Wie wil er met me trouwen?’ Die naar een VVD-borrel ging en zomaar VVD-lijsttrekker in Rotterdam werd. Die halfnaakt op een paard over de Coolsingel paradeerde in een campagnefilmpje. Karremans werd fractievoorzitter en wethouder. Leek te verliezen, won toch. Vond de liefde, met wie hij twee kinderen kreeg.
En toen – toen maakte hij de jump naar Den Haag, naar een moeilijk verenigbare ministersploeg.
Hoe het afloopt? Alles is mogelijk, het doel ligt open.
Komt dat zien, niet eerder geschreven, een politiek jongensboek, nu in handzaam magazineformaat.
Een vertelling met nul cynisme en zero gekrakeel onder de Haagse kaasstolp. Maar precies zoals de voormalige burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb (PvdA), wil dat de politiek is, met ‘zachtheid en humor’: ‘Wij hebben mensen nodig met minder verzuurde benen, met een positieve vibe, voor ons prachtige land. Karremans behoort tot die categorie. Ik gun Den Haag heel veel Karremansen.’
Nu de hoofdrolspeler nog bereid weten te vinden. En de vraag beantwoord krijgen die nogal eens opborrelt bij de vrienden van vader Frank Karremans: Wat doet zo’n goeie gozer in dat rariteitenkabinet?
Twee dagen na zijn officiële beëdiging als staatssecretaris in het kabinet-Schoof, op 5 juli 2024, appte ik Karremans wat hij ervan zou vinden als ik hem zijn eerste honderd dagen zou volgen. Een hartstochtelijk ja was (nog) niet voorradig, maar een keihard nee bleef op de plank liggen. Hij liet weten ‘erop terug te komen’, en ik moest contact leggen met zijn communicatieafdeling.
Daar werd vooral gezinspeeld op ‘uitstel’, en ‘geen concrete vervolgstappen’. Ik dronk nog wel een keer ‘vrijblijvend’ koffie met Karremans op het ministerie, en ook een keer ‘ter kennismaking’ met twee van zijn woordvoerders in café De Posthoorn in Den Haag.
Enfin, de eerste honderd dagen gingen voorbij, en er gebeurde van alles waar ik niet bij was. Het werd een legendarische sportzomer des vaderlands, met de staatssecretaris juichend ter plekke bij de Olympische Spelen en de Paralympics in Parijs.
In de tussentijd werd de beeldvorming van Karremans voorbeeldig op orde gehouden, vooral op sociale media. Twee Instagramaccounts waren vol in bedrijf: de privé-Karremans (hardlopen, crossfit, Feyenoord, schaatsen, kinderen, familie) en bewindspersoon Karremans (veel onderweg, talkshows, overleg, interviews, Tweede Kamer, werkbezoeken).
Er werd getoond dat hij zeven keer een bal kon hooghouden, en dat hij het jammer vond dat in het Groot Dictee der Nederlandse Taal het woord ‘gozert’ niet voorkwam, maar wel ‘jarretelaandrijving’. De aanpak van vapen en de mentale weerbaarheid van jongeren noemt hij zijn speerpunten. Met de Jeugdzorg en GGZ heeft hij hoofdpijndossiers van formaat.
Al na twee dagen in functie trof hij als hoogste vertegenwoordiger van de Nederlandse regering, voorafgaand aan de EK-wedstrijd Nederland-Turkije, de Turkse president Erdogan. Die had voor hem zijn versie van de overrompelende begroeting in petto: hij hield zes minuten lang zijn hand vast, en zich losmaken was geen optie. Karremans moest tegen Mark Rutte zeggen dat hij persoonlijk naar Erdogan toe moest komen, nadat hij als Navo-baas was geïnstalleerd.
Na afloop – 2-1 winst, hij van blijdschap springend op de tribune, felicitaties van Erdogan – deed hij nog een drankje met Wesley Sneijder. Echt lachen! Leuke kerel! Schudde hij de hand van Patrick Kluivert, Frank de Boer en Hans van Breukelen.
De honderd dagen werden vijf maanden. Het kabinet-Schoof kende een roerige tijd met een crisis rond het asielnoodrecht, en een crisis na het geweld na de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv.
Hij was in het Catshuis toen het aftreden van staatssecretaris Achahbar het kabinet deed wankelen, en de partijleiders koortsig overleg voerden. Maar in het oog van die storm zat hij rustig in een zijkamer van het Catshuis stukken te lezen – afgezien van een korte wandeling buiten met twee VVD-collega’s die door alle camera’s werd opgepikt – omdat hij wist dat je niet in de weg hoorde te lopen.
Hij zag op een avond hoe zijn vrouw Marisa voor Prinsjesdag een blauwe jurk met bijpassend hoedje uitkoos, en zijn stapels nog door te nemen paperassen maar niet slonken.
Bij de klimaattop in Azerbeidzjan, begin november, moest hij acht speeches achter elkaar houden over duurzaamheid in de zorg, en voelde hij zich compleet gedesillusioneerd en uitgeput door slaapgebrek. Uiteindelijk kwam hij na gedane zaken in een oud Sovjet-hotel terecht, om in de lobby nog een biertje te drinken. Dat Azerbeidzjaanse bier! Na drie slokken wist hij genoeg.
Zat hij op zijn kamer onder het harde kunstlicht, op de 23ste verdieping, ramen die half uit de sponning hingen, en dacht hij: what the fuck doe ik hier?
Daar had ik graag van willen nippen, van dat Azerbeidzjaanse bier – maar er zat nog steeds een nee in de klok.
Het was sowieso onmogelijk om hem te vergezellen in het regeringsvliegtuig, waarmee hij begin januari met de koning, koningin en minister-president naar de herdenking van Auschwitz afreisde. Wat eveneens niet kon: mee naar Bonaire, St. Eustatius en Saba in februari om zorginstellingen te bezoeken en een Cruyff Court te openen. Daar vroeg een lokale verslaggever hem: ‘Wie is Johan Cruijff?’
Zeven maanden na zijn beëdiging vertelt Karremans me tijdens een lunch in De Ballentent in Rotterdam dat mijn komst als ‘best wel erg spannend’ werd geoormerkt – en dan doelde hij op zijn communicatieschil. Terwijl hij zijn mes zet in ‘de beste gehaktbal van Nederland’, inclusief ‘legendarische ballententsaus’, spreekt hij behalve over zijn afkeer van sjiek eten (‘met schuim en zo’) over ‘de gereserveerdheid’ van zijn ambtelijke omgeving. ‘Ik vroeg telkens: Wanneer komt John? Is dat niet leuk voor hem om mee te gaan? Hoe staat het ermee? En dan bleef het stil.’
Het opereren binnen de overheid beschrijft Karremans als ‘risicoavers’ en ‘procesgericht’. ‘Er is behoefte om zoveel mogelijk te controleren, en dat is goed bedoeld. Want het idee is om mij te beschermen. Ik had zoiets van: laat gewoon de binnenkant zien, hoe het achter de schermen gaat. Hoe erg kan dat zijn?’
Als wethouder in Rotterdam meende-ie ook dat er veel meer ‘resultaatgericht’ moest worden gewerkt, en ‘minder in processen’. Nu is dat niet veel anders. ‘Ik vind dat het te langzaam gaat. Ik ben heel lang bezig met plannen. Soms duurt het maanden. Dat komt omdat de overheid is volgehangen met processen, die veel tijd in beslag nemen. Ik heb een enorme portefeuille, en elke keer pak je er iets uit. Ik. Wil. Resultaat! Ik wil laten zien dat je wat doet als overheid, dat je het aanpakt en controleerbaar bent.’
Met zicht op de Maas, en de friet dopend in de mayonaise, valt de term ‘Key Performance Indicators’. Oftewel: de doelen die hij wil behalen, zoals minder rokende en vapende kids, meer beweging bij de jeugd. ‘Nee, niet doen, hoor je dan in Den Haag, want dan kan de Tweede Kamer zeggen: je hebt het niet goed gedaan. Ik zeg: dan leg je het uit! Het is niet het einde van de wereld als je een target niet haalt. Ik wil weten: wat zijn de doelen over twee jaar, vier, zes, tien jaar. Ja, maar... Dan ben je afrekenbaar. Laat mij lekker afrekenbaar zijn. Vreemd genoeg is die denkwijze uniek in Den Haag.’
Zijn afgelopen dagen stonden in het teken van een kritisch rapport over de Jeugdzorg, en een vernietigend onderzoek naar de misstanden rond een 11-jarig mishandeld pleegkind uit Vlaardingen. ‘Dat heeft me echt geraakt en dan wil ik niet die voorgekauwde woordvoerderslijntjes. Dan probeer ik te zeggen wat ik denk dat heel Nederland denkt: hoe hebben deze mensen in hemelsnaam pleegouders kunnen worden! Tranen van in mijn ogen. Gruwelijk! Ik wil niet dat gepolijste. En als ik dan de vraag krijg: schaam je je op zo’n moment voor de Jeugdzorg? Een typische politicus zou daar dan misschien omheen lullen, maar ik zei toen: ja, ik schaam me. Want zo voel ik me. Dan is dat maar onhandig. Jammer dan.’
Vincent Karremans zit in zijn algehele monterheid in zijn kamer op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het centrum van Den Haag. Er hangt een schilderij met schetsen van paarden dat nog door zijn voorganger Conny Helder is uitverkozen. Verderop hangen zijn bijdragen in de decoratie van het kantoor, zoals een Feyenoord-attribuut en een ingelijste foto van Johan Cruijff.
De ‘nee’ was dus na maanden soebatten een ‘ja’ geworden. Van een doorsneedag op het ministerie, werkbezoeken aan Utrecht, Amsterdam, Hoorn en zomaar een debat in de Tweede Kamer mocht ik getuige zijn. Het was tenminste iets: in afgelopen periode legde Karremans 65 werkbezoeken af, stond er 20.000 kilometer op de teller van de dienstauto, waren er 25 Kamerdebatten en ontelbare overleggen.
Een voorwaarde was dat Karremans niet telkens wilde teruglezen dat hij de nieuwe partijleider van VVD gaat worden, de kroonprins is, of dat hij ‘de nieuwe Rutte’ in wording is. Hij wordt er namelijk stapelgek van dat die vergelijking nogal vaak wordt gemaakt. Lees: door elk denkbaar Nederlands journalistiek orgaan op de planeet.
Bij voorkeur wordt dit dwarsverband geïllustreerd met een foto van Rutte en Karremans samen op verkiezingscampagne in Rotterdam, beiden gehuld in het informeel liberaal uniform: de ietwat versleten spijkerbroek, gympen, dasloos, laconiek lichtblauw overhemd en een goed humeur.
‘Mij vergelijken met Mark Rutte, is Johan Cruijff vergelijken met Jhon van Beukering’, zegt hij, ‘met alle respect‘ voor de ex-spits, die vanwege zijn overgewicht ‘Johnny van de Burger King’ werd genoemd.
Want Dilan Yeşilgöz is de nieuwe partijleider, zegt hij, ‘de ware nieuwe Rutte’. ‘Wat telkens gebeurt is dat mensen zo naar mij gaan kijken, en vervolgens de lat heel hoog gaan leggen. Dat is niet realistisch. Ik zit er niet zo in. Ik ambieer geen lange carrière in de politiek. Af en toe denk ik ook: ik ga weer ondernemen. Ik vind het schitterend wat ik nu doe, maar vooral als ik kan zeggen: ik heb iets veranderd. Roem is totaal vergankelijk. Op het moment dat ik hier weg ben, vindt niemand me meer interessant. En terecht!’
Er is dit etmaal sprake van een telkens wisselend gezelschap dat bij hem aan zijn lange ovale tafel aanschuift, voor allerhande overleggen. Het regent buiten, en er is zicht op de toren van het ministerie van Onderwijs waar in een soortgelijke kantoorruimte ook mensen aan een tafel zitten.
Permanent bestaat Team Karremans uit twee chauffeurs, drie woordvoerders, twee secretariaatsmedewerkers, één socialemediamedewerker, een publieksvoorlichter en een bestuurlijk adviseur, als schakel tussen ‘de toren’, zoals het ministerie wordt genoemd, en ‘Vincent’, zoals hij door iedereen wordt aangesproken. Altijd in de buurt is zijn politiek adviseur, van de VVD, die in de gaten houdt wat er in de Tweede Kamer gebeurt rond zijn portefeuille, en die contact houdt met politieke adviseurs van de andere bewindspersonen.
Vandaag moeten er de nodige ‘twee minuten-debatten’ ambtelijk worden voorbereid, zoals over de zorg in Caraïbisch Nederland en over het onderzoeksrapport ‘Zorgvuldigheid in de omgang met leeftijdsgrenzen in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting’. Voorts trekken de Jeugdzorg, vaccinaties, GGZ, Sport en de parlementaire enquête corona voorbij. Ook passeren alle herdenkingen die met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben de revue, net als de herstelbetalingen aan ‘Indische weduwen’. Die zitten ook in zijn pakket.
Karremans luistert, bladert in stukken, stelt veel vragen (‘Neem me even mee, jongens?’), en grossiert in korte zinnen die dynamiek suggereren: ‘Uit de talk, in de actie.’ ‘Ik zie de silver bullet niet.’ ‘Niet alles is gratis’. ‘Strik erom en gaan!’ ‘Op welke knoppen gaan we drukken?’ ‘Ik wil volledig on top zijn.’ ‘We moeten het rechttrekken.’
Als de ambtelijke, veelal onbekende afkortingen zich aaneenrijgen, stelt hij voor dat er ‘nu echt haast moet worden gemaakt met de afkortingenpubquiz’.
Dezelfde relativerende benadering – alles ogenschijnlijk licht houden, als de piloot die bij turbulentie zijn kalme toon bewaakt – zou ik bij alle werkbezoeken zien, of achter de schermen bij het debat ‘medische ethiek’ in de Tweede Kamer. Daar laat hij zich in een kamer met ambtenaren in een noodtempo bijtimmeren over abortus en euthanasie, om vervolgens als een voetbalcoach te roepen: ‘Kom op, jongens, we doen het met z’n allen!’
‘Ik moet alles lezen’, zegt hij, tussen twee overleggen op het ministerie door. ‘Want ik word op alles aangesproken. In de discussie rond kankeronderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel had ik een onhandig geformuleerde zin niet goed gelezen. Die stond in een brief aan de Tweede Kamer. Vervolgens werd ik afgeschilderd als een harteloze zak. Wat nou! Mijn moeder is overleden aan kanker, juist omdat de artsen iets over het hoofd hebben gezien! Wat denken ze wel niet!’
Vincent Karremans stond in zijn hardloopoutfit, en had zojuist zijn dochtertje naar de opvang gebracht, toen de naam van ‘Dilan’ op het display van zijn smartphone verscheen. Hij wilde net zijn Strava-app aanzetten.
Er lag een hoofdlijnenakkoord, deelde ze mee op 11 juni 2024, en of hij staatssecretaris wilde worden. ‘Ja!’, was zijn antwoord. En: ‘leuk!’ ‘Gelijk mijn vrouw gebeld. Die vond het ook een goed idee. Ze zei: Dance Monkey Dance!’
En hij belde zijn vader: ‘Pa! Ik word staatssecretaris.’
‘Jezus!’, zei zijn vader trots, ‘dat had je moeder mooi gevonden om mee te maken. En je opa! Die wist zeker dat jij op een dag in een kabinet terecht zou komen.’
Het telefoontje van de politieke leiding kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Hij was ver voor de formatie al gepeild, en had regelmatig contact met ‘Dilan’. De talloze liberale lokale, regionale en nationale scoutingscommissies hielden hem al jaren in de gaten. Zijn naam verscheen op lijstjes van mensen die door ‘de VVD-machine’ klaargestoomd moesten worden voor het pluche.
Op het congres in 2018 werd gepleit voor het nieuwe liberalisme, aansprekend voor de jonge hardwerkende Nederlanders in de buitenwijken, en daar ving Karremans het publieke licht als dagvoorzitter van dienst, ook nog zittend naast Rutte. Een vlotte ondernemer met politieke aspiraties, meer pragmatisch dan principieel, hoe passend kan een handschoen zijn.
Toen het vierde kabinet-Rutte in de zomer van 2023 viel, en hij op het North Sea Jazz-festival naar een muziekje wilde luisteren, spiegelden omstanders hem zijn toekomst voor: nu ga jij naar Den Haag!
Ahmed Aboutaleb sputterde tegen, en zei tijdens een lange wandeling tegen zijn wethouder: doe maar niet! Loop niet te hard van stapel. Het kan goed gaan, maar je moet het rijpingsproces niet onderschatten. Het is te vroeg. Je wordt er vermorzeld. Het klimaat is er giftig.
‘In 2024 heeft hij het me niet meer gevraagd’, zegt Aboutaleb. ‘Maar ik had hetzelfde gezegd.’
Karremans stond ervoor open, al toeterde hij dat niet rond. ‘Ik hoefde niet per se naar Den Haag. Ik kon in Rotterdam op mijn fiets naar mijn werk, ik had het naar mijn zin. Maar wat ik wel merkte, was dat ik lokaal tegen grenzen aan liep. Het meeste wordt toch in Den Haag besloten. Grotere schaal, meer impact.’
Of hij juist die ene portefeuille wilde hebben, deed niet ter zake. Zo werkt het niet, het is take it or leave it. Zeggen dat hij ‘vuile meters’ moet lopen, oftewel warmdraaien voor het grotere werk, door als staatssecretaris in de redelijke luwte te opereren, om daarna door te stoten naar de top, vindt hij lariekoek. Hij moet resultaat boeken, zo ziet hij het.
Je zag in hem een niveau, hoor ik ze in Rotterdam zeggen, dat je op lokaal niveau zelden tegenkwam. In 2018 bij zijn debuut als lijsttrekker, fractievoorzitter, drie jaar later wethouder. Won met voorsprong de prijs van ‘beste politicus van Rotterdam’. Een gevalletje buitencategorie. Pluimen volop: Goeie presentatie, humor, superhandig, charmant, besluitvaardig, inhoudelijk sterk, en ook nog ‘een verbinder’ van linkse en rechtse partijen als progressieve liberaal.
In onversneden Rotterdams, aldus de AD-raadsverslaggever Peter Groenendijk: ‘Hij lulde iedereen onder tafel.’
Er waren ook mensen die ‘de kriebels’ van ’m kregen. Dat hyperambitieuze! Te showy. Bah! En alles zit die gozer mee; uit Wassenaar, veel poen, kundig, welbespraakt, knap, slim – ja-haaa, nou weten we het wel. In het centrum van Rotterdam hingen verkiezingsposters met zijn hoofd en de snerende tekst: ‘Aan de slag voor mezelf.’
Je kunt hem bijna niet bozer krijgen door te zeggen dat hij alles mee heeft gehad in zijn leven, dat hij een zondagskind is, dat nooit met tegenslagen te maken heeft gehad. Zo ziet hij het niet, zacht uitgedrukt.
‘Toen mijn moeder overleed, na heel lang ziek te zijn geweest, heb ik het besef gekregen: het kan morgen voorbij zijn. Je wordt in een situatie geduwd, je moeder is er niet meer en je bent in één keer volwassen. Je hebt geen idee hoe je daarmee moet omgaan. Alles wat normaal is, valt weg, het hele fundament. Alles wat je kind maakt, bestaat niet meer.’
Er was na haar dood veel steun, van familie en intimi, zoals een juf op school, of van Carolien, een goeie vriendin van zijn moeder die telkens eten kwam langsbrengen. Karremans was bevriend met haar zoon, Hugo, ‘een leuke slimme gozer’. In Rotterdam deden ze dezelfde studie, en samen werkten ze aan hun start-up, Magnet.me, een online netwerk om studenten en werkgevers aan elkaar te koppelen.
Op de dag van de presentatie van Magnet.me, op 10 mei 2012, is Hugo de Ruiter omgekomen bij een auto-ongeluk. ‘We wilden ermee kappen, we waren helemaal kapot. Uiteindelijk zijn we doorgegaan, na overleg met zijn ouders. Hij had er zo hard aan gewerkt, het moest het levenslicht zien – voor hem. Hugo ligt op dezelfde begraafplaats als mijn moeder, dus ik loop altijd een rondje.’
De dood van zowel zijn moeder als Hugo is allesbepalend geweest voor zijn levenshouding. Zijn in april te verschijnen boek over zijn ervaringen als ondernemer, Student entrepreneur, is dan ook aan hem opgedragen. ‘Hugo en ik zeiden altijd tegen elkaar, als iets niet was gelukt: spijt is een zinloze emotie. Zo zit ik er nog in: nooit het gebaande pad. Je leeft maar één keer. Je moet er alles uit halen. Er is altijd wel een reden om iets juist niet te doen, weg ermee. Ik ben mijn eigen bedrijf begonnen toen al mijn vrienden als consultant gingen werken, dik verdienden met een grote leasebak. Ik wil dingen beleven. Ik hou niet van het idee dat ik precies weet waar ik over dertig jaar ben, met een Volvo en een labrador. Daarom koos ik ook voor de politiek, nu als staatssecretaris. Ja, risico’s! Ik wil dingen beleven.’
Er klinkt een luide schreeuw op de indoor-padelbaan in Vlaardingen, nadat Vincent Karremans met zijn forehand-swing een punt heeft gemaakt. ‘Sorry boys!’, roept hij, breeduit glunderend.
‘Zag je die bal?’, vraagt hij me.
Ik had vooraf bedacht dat het kijken naar een padelspelende staatssecretaris in Vlaardingen, en dat twee uur lang op een sombere winteravond, tot onbedaarlijke inzichten zou leiden. Voordat je het weet ga je in bovenzinnelijk gezwets zijn fanatisme op de baan koppelen aan zijn resultaatgerichtheid als bewindspersoon.
Nou vooruit: hij houdt dus HELEMAAL NIET van verliezen. Hij speelt niet om het spelen, en dat weten zijn grappende padelvrienden ook:
‘O jee, hij wordt moe.’
‘Zo meneertje Karremans, daar ga je.’
‘We hebben hem weer laten winnen.’
Wat ik eveneens bedacht, op het houten bankje naast de padelbaan (‘Neeee, wat een gemiste kans.’) was dat mijn Karremans-kennis inmiddels de overtreffende trap had bereikt. Bij de Karremans-pubquiz – a) Waar heeft hij zijn vrouw Marisa ontmoet? b) Wat stond er op zijn T-shirt op zijn vrijgezellenfeest? Antwoorden: a) de Biergarten in Rotterdam b) D66 – zou ik hoge ogen gooien.
Wie ook flink zou scoren, is zijn vader, Frank Karremans (73). Hij serveert koffie met een koekje in zijn rijtjeshuis in Wassenaar. ‘Een ooit linkse tekenleraar’ noemt hij zichzelf, voormalig langharig, en nu natuurlijk ‘supertrots’ op zijn ‘Vin’.
‘Ik vind het zo mooi dat hij er op zijn geheel eigen manier in gaat’, zegt hij en landt op de bank. ‘Toen-ie nog wethouder was, ging hij gewoon mee op zaterdagochtend met de vuilnismannen of boa’s, bikkelen met die gasten, schoonmaken, aan de slag. Daar heeft hij dan gelijk binding mee. Aan de andere kant gaat hij met de koning op pad. Dat kan hij ook.’
Die drive, vermoedt Karremans, die heeft hij van zijn opa Altena, de vader van zijn overleden vrouw. Die kwam vanuit Workum naar het Westen om bij een melkfabriek te werken. ‘Opa Altena liet hem zien dat je hard moest werken om verder te komen. Vin klikte met hem, ze waren dol op elkaar. Toen mijn vrouw overleed, in 2003, ging opa Altena helemaal kapot. En weet je wat Vin deed? Hij nam zijn opa mee op sleeptouw, hij nam ons mee op sleeptouw, zijn broertje, zijn zus. Hij deed dat. Dat zegt wat hè, dat je je zo verantwoordelijk voelt, pas 16 jaar oud.’
Karremans staat op, en laat legio zelfgemaakte schilderijen zien, afbeeldingen van zijn kinderen en vrouw, en foto’s van zichzelf, voetballend als amateur tegen Ajax.
Naast zijn baan in het onderwijs, maakte Karremans senior jarenlang politieke prenten voor het huisorgaan van perscentrum Nieuwspoort. Hij debuteerde als cartoonist voor een periodiek van de Pedagogische Academie: een stel badderende volgevreten VVD’ers, naast een fris bad met PPR’ers. Het progressieve wereldbeeld in huize Karremans in een notendop: rechts is slecht, links is goed.
De tekeningen van Lubbers of Kok voor het Nieuwspoort-blad moesten in het Tweede Kamergebouw worden afgeleverd. Zoonlief ging zo nu en dan mee met zijn vader, en daar zag hij politieke kopstukken in het wild rondlopen. Wat zijn vader hem vooral duidelijk maakte, was dat politiek belangrijk was, en dat je je daarmee kon inzetten voor de samenleving. Er werd een zaadje geplant, vermoedt Frank Karremans. ‘Ik was heel erg geïnteresseerd in de politiek, dus ik denk dat hij die fascinatie een beetje van mij heeft overgenomen.’
Ja, het ging sluipenderwijs, maar duidelijk werd dat vader en zoon politiek gezien steeds meer van mening verschilden. En toen wilde zijn zoon op zijn 18de ook nog bij het Rotterdams studentencorps – wat moest-ie bij die rechtse ballen?
‘Ik ga je onterven!’, zei zijn vader.
Zoon, grappend: ‘Je hebt niks!’
Om hem van zijn plan af te houden, overhandigde senior hem een roman van Boudewijn van Houten, De ontgroening. ‘Zo zei ik: ga dit eerst maar eens lezen, over al die ellende bij dat corps’. Ik was tegen, zijn afkomst was tegen. Maar hij ging toch zijn eigen weg. Uiteindelijk bracht ik hem naar Rotterdam, met zijn sigaar, broek met omslag en groene das. Het lukte hem toch om in dat corporale gebeuren, die apenrots, bovenaan te komen, als voorzitter van die vereniging. Zo selfmade is hij.’
Wat de politieke ambities van zijn zoon zijn, hij zegt er alleen maar naar te kunnen raden. ‘Het kan strategisch zijn, om nu in de spotlights te komen. Maar hij hoeft niet bang te zijn dat het kabinet klapt. Want hij vindt wel weer wat. Natuurlijk hoor ik aan de lopende band: wat doet zo’n goeie gozer in dat rariteitenkabinet? Dan zeg ik: dat moet je hem vragen. Maar als ik erover begin, zegt hij: ‘Pap, ik wil niet over politiek praten’. En dan praten we over voetbal. Hij weet natuurlijk al wat ik ervan vind.’
Chauffeur Ruud heeft de dienstwagen op een parkeerterrein in Utrecht gestationeerd, nabij een benzinestation. ‘Ik haal even koffie voor ons’, zegt Karremans, ‘en dan kan ik ook gelijk checken of er illegale vapes worden verkocht.’
Laatst liep hij een winkel in Rotterdam binnen om een pakketje van zijn vrouw af te geven en zag hij de verboden waar uitgestald liggen. Heeft hij die locatie gelijk doorgegeven aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Een flinke boete was het gevolg. ‘Het is niet zo dat ik die mensen een boete wil aansmeren, maar fuck, als het om die vapes gaat ben ik heel militant. En zo sta ik erin: probleem? Oplossen. Dat vind ik vet.’
‘Dat vapen is een groot probleem, dat gevoel had ik al vanaf dag één. Dus dat zet je dan uit in de organisatie, dat is een heel proces. Nu is daar het actieplan anti-vapen. Zo gaat het: je moet alles eerst in de verf zetten. Dat is wat ik doe. En dan duurt het even voordat het wordt afgelakt.’
‘Nee, niks’, heet het bij terugkeer in de dienstauto, zijn handen vol consumpties. ‘Hier geen vapes.’
Over het kabinet-Schoof kun je zeggen dat het niet door ontelbare kelen wordt toegejuicht. Er komt veel te weinig uit, zo luidt de kritiek, en er lijkt zich een hink-stap-sprong-rally te voltrekken van crisis naar crisis, weinig eensgezind bovendien.
‘Ik ben geen politiek analist’, zegt Karremans, ‘maar als je het vergelijkt met kabinetten hiervoor, denk ik dat er om te beginnen een vergelijkbare productiviteit is. Maar er is nou eenmaal een aversie tegen dit kabinet, wat ik ergens ook wel begrijp, vanuit de samenstelling. Alleen zit ik er anders in. Dit is wat ik vind: mensen die driehoog-achter wonen in Rotterdam-Zuid maakt het geen reet uit in wat voor soort samenstelling de problemen in de politiek worden opgelost. Als de problemen maar worden opgelost. Ik ben niet bezig met de politieke strategie. Als we maar afspraken kunnen maken. Tot nu kan dat.’
Weet je, zegt hij, en kijkt me indringend aan. ‘Ik ben niet de baas van het land. Je moet dealen met wat je hebt, huilen heeft geen zin. Van de 17 miljoen Nederlanders zitten er 29 in het kabinet. Los ervan dat het heel eervol is, heb je nu de kans om iets aan te pakken! Je hebt één kans! Dan zou het toch raar zijn als je met andere shit bezig bent dan problemen oplossen. Hoe langer ik in Den Haag ben, hoe duidelijker dat voor mij wordt.’
‘Zo heb ik honderd keer gezegd op het ministerie: ik wil af van die waan van de dag-verhalen die de politieke agenda bepalen. I don’t care. Er gebeurt zoveel om me heen. Dit hoort nou eenmaal bij politiek. Jullie doen je ding maar. Ik heb genoeg problemen in mijn portefeuille, en daar kan ik me 48 uur per dag mee bezighouden. Ik zet bijna niks op X, dat is allemaal onzin, ik reageer ook nergens op. Ik laat het helemaal langs me heen gaan.’
De dienstauto stopt voor de deur van de sporthal van Younity Utrecht, ‘de hotspot waar jongeren de baas zijn’. Tientallen jongerenorganisaties zullen Karremans een manifest overhandigen om meer ruimte voor sport te regelen, zowel in woongebieden als voor sportclubs. Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Mona Keijzer geeft eveneens acte de présence, net als wethouders uit Utrecht en vertegenwoordigers van NOCNSF en KNVB.
Als zijn autodeur openzwaait, waait het enthousiasme de sporthal in. Karremans herkent mensen uit de sportwereld, en de forehand-swing wordt met gelijke levendigheid beantwoord. Mona Keijzer wordt zo hartelijk begroet, dat haar bril er scheef van komt te staan.
Na de speeches is het tijd voor een clinic 3x3 basketbal van olympisch kampioen Worthy de Jong, en Karremans heeft er zin in. Hij geeft zijn jas en telefoon af, en Worthy ziet de geopende hand van de staatssecretaris tot hem komen. ‘Hé man, ik was één van de dertig Nederlanders die erbij was in Parijs toen jij de winnende scoorde.’
Als een jonge hond rent hij op en af naar de basket. ‘Zag je dat, ik heb al twee keer gescoord.’ Ook BBB-kopstuk Keijzer wordt gemaand zich van haar sportiefste kant te laten zien: ‘Kom op, Mona!’
Er dient een echt partijtje te worden gespeeld, de twee wethouders van Utrecht tegen de twee afgevaardigden van het kabinet van Dick Schoof, beide teams aangevuld met jongeren. Karremans scoort de meeste punten, die hij telkens jubelend viert. Dan zit het erop, de winst is binnen voor het kabinet.
‘Mona’, zegt Karremans, en houdt de Volendamse viceminister-president even vast. ‘Dick zal trots op ons zijn.’
12 november 1986 Geboren in Den Haag.
1999-2005 Rijnland Gymnasium.
2005-2013 Erasmus Universiteit, Financiële Economie en Ondernemingsrecht.
2011 Oprichting Magnet.me.
2018 Lijsttrekker VVD-Rotterdam.
2018 Verkiezing beste politicus van Rotterdam.
2021-2024 Wethouder Rotterdam.
2024 Staatssecretaris kabinet-Schoof.
Vincent Karremans is getrouwd en heeft twee kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant