Op haar 17de wordt Marielle hevig verliefd op een Israëliër. Ze blijven elkaar brieven schrijven, en op een dag staat hij ineens voor de deur. Maar na zijn vertrek blijft het oorverdovend stil. Waarom laat hij niets meer van zich horen?
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Marielle (67): ‘In de warme zomer van 1975 was ik 17 jaar oud. Ik had net eindexamen gedaan, deed vakantiewerk bij de KLM en vloog daarna voor een week naar Athene. Stel je voor: we zaten in het staartje van de flowerpowertijd, in het hostel waar ik logeerde keek ik mijn ogen uit. Allemaal wereldreizigers, uit allerlei windrichtingen, op weg naar nog onbekende bestemmingen. Ik was opgegroeid in een beschermd milieu, een gezin met een vader en een moeder en zusjes in een niet al te grote stad. Het leek me geweldig om te kunnen leven als deze mensen en natuurlijk werd ik al snel verliefd. Niet op de man met de meeste bravoure, maar op een introverte, knappe Israëliër met een tenger postuur.
‘Dagenlang zaten we op het gloeiend hete dakterras van het hostel en hadden het over geen idee meer wat, maar ieder woord brandde als het ware een klein gaatje in mijn ziel. Alsof het leven nu pas echt begon. Athene was nieuw voor mij, de hitte, de stoffige straten, ik was klaar met school en nu was er ook nog deze man. Op een of andere manier riep hij niet mijn onmiddellijke liefde op, maar eerder zorgzaamheid en ontferming, wat de verliefdheid nog heviger maakte. Hij had me nodig. Zijn houding van eeuwige reiziger, de sensitiviteit en de littekens op zijn rug, waren voor een 17-jarige als ik romantiek ten top. Ik had zicht op een betekenisvolle rol in het leven van een man die iets had meegemaakt en klom meteen een paar treden op de ladder van volwassenwording en zelfstandigheid. Daarbij vergeleken was het halen van een vwo-diploma helemaal niks. Aan het einde van mijn korte vakantie ging ik weer naar huis en reisde hij weer terug naar Israël. Hij beloofde te gaan schrijven en hield zich aan die belofte.
‘Een intense correspondentie volgde, en weer: geen idee wat ik allemaal schreef, want in een opruimwoede – nee, niet uit rancune – heb ik ze vele jaren later allemaal weggegooid. Nu denk ik weleens: wat was het nu precies wat me zo gek op hem maakte? Waarom kon ik niet denken: leuk voor een paar dagen vakantieliefde, maar niks voor de lange termijn? Ik was naïef, jong, onervaren, maar die verklaring is te gebrekkig. Er was meer. Deze man was lief en zijn liefde was niet flirterig maar echt. Misschien dat ik dat voor het eerst zo ervoer. Zijn behoefte zich tot mij te verhouden was serieus. Waarom anders bleef hij me schrijven? Zeker drie maanden lang, elke week. Het werd een routine: thuiskomen, naar de brievenbus rennen, de brief openmaken op mijn kamer, terugschrijven op luchtpostpapier en dan hop weer op de bus naar Israël waar hij in een kibboetsachtige omgeving woonde.
‘Maar na drie maanden hield de stroom brieven op. Plots. Zonder enige aankondiging. Ik was ontdaan, bleef wachten bij de brievenbus, maar het bleef stil. Ik begon zijn eerdere brieven na te lezen op aanwijzingen dat hij er genoeg van had, maar vond niks. Van alles wat ik toen voelde, overheerste de verbazing. Ik begreep het niet, praatte erover met vriendinnen. Ik hoopte en wist bijna zeker dat er op een dag een passende verklaring zou komen. De gedachte dat ik me in hem vergist had, liet ik niet eens toe.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘En toen, rond kerst datzelfde jaar, stond hij ineens in de tuin. Hij liep kalm naar de voordeur en nog voor hij kon aanbellen deed ik open. En daar was de hoop weer. Alsof die niet net zwaar op de proef was gesteld, alsof hoop niet amechtig in een hoekje van mijn kamer had liggen kwijnen, vlamde die op met in het kielzog liefde, vergevingsgezindheid. Ik hoorde trompetjes bazuinen over een gezamenlijke toekomst, een gezin, kinderen. Pats. Alles tegelijk. Een stortbui aan gevoelens en vergezichten. Zonder dat hij nog iets had kunnen zeggen.
‘Met geen woord sprak ik over zijn nalatigheid, waarom zou ik. Hij was er nu toch? Een man die van het onrustige Israël voor een vrouw naar een provinciestadje in Nederland reist, moet wel erg gek op haar zijn. Mijn ouders stonden ook in de huiskamer. Zij waren van het oude stempel, de emancipatiegolf had ons gezin nog niet bereikt, vriendjes werden niet geacht in dezelfde kamer te slapen als wij zusjes. Maar nu komt het: mijn Israëliër kwam binnen en mijn vader, moeder, iedereen smolt. Het hele gezin kende de hel waar ik doorheen was gegaan toen hij stopte met schrijven, maar niemand deed gereserveerd, iedereen was verguld met de kleine cadeautjes die uit zijn tas kwamen.
‘Ja hoor, zei mijn vader genereus, natuurlijk kan-ie bij ons logeren. En mijn oudere zus die in een studentenstad woonde, zei: als hij hier volgend jaar wil studeren, dan kan hij best bij ons een kamer krijgen. Ik kreeg zelfs geld om met hem uit eten te gaan. Geen van ons kende deze man echt, dat zou na niet al te lange tijd wel blijken, maar als het een trucje of flemende woorden waren waarmee hij ons inpakte, dan had dat bij één van ons zeker argwaan gewekt. We werden niet ingepakt, we hielden van hem. Allemaal. En de trompetjes begonnen steeds luider en vrolijker muziek te maken.
‘Toen kwam de dag van het afscheid. Hij moest terug naar het vaderland omdat hij voor militaire dienst werd opgeroepen. Met zwaar gemoed bracht ik hem maar het station. Hij beloofde zodra hij kon weer naar Nederland te komen en daar hield ik me aan vast. Maar weer bleven de brieven uit. Niet één ontving ik er. Mijn ouders, mijn zusjes, niemand snapte er iets van.
‘Pas een half jaar later kwam een bericht, geschreven vanuit een Duitse gevangenis. Hij was opgepakt wegens drugssmokkel, hij werd al een tijdje gezocht en was in afwachting van zijn vonnis. Het speet hem dat hij mij had voorgelogen, hij wilde heel graag contact maar begreep het als dat er niet meer in zat. Even nog was ik in tweestrijd, maar de toekomstmuziek was ineens verstomd, de hoop verdween even snel als die was ontstaan. En toch: de liefde bleef en al die jaren later denk ik aan hem met datzelfde gevoel van mededogen als toen, op het eerste moment. Het moet de situatie zijn geweest die van hem een drugscrimineel gemaakt heeft, hijzelf was echt een goed mens.
Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant