In de VS zie je de macht van de president samenkomen met die van big tech, in China is dat al langer het geval. Nu gaat het rechtse populisme AI inzetten ter versteviging van zijn machtspositie, verwacht socialemedia-expert Rudy van Belkom. ‘Europa moet tegenwicht bieden.’
‘De rode draad in alles wat ik heb ondernomen is: strijden tegen polarisatie en tegen simpel zwart-witdenken. Mijn hoop is dat we leren het beschaafder met elkaar oneens te zijn. Dat vereist wel een gedeelde realiteit. Daar ontbreekt het te vaak aan. Wellicht hebben we de objectiviteit van algoritmen nodig om die te bereiken.’
Een ‘techoptimist’ of ‘techfreak’ is hij zeker niet (‘ik ben helemaal niet van die snufjes, ik gebruik mijn telefoon tot hij uit elkaar valt’). Maar hij stelt zich wel kritisch op tegenover mensen die menen dat sociale media het grote kwaad vormen: ‘Ik deel die zwartgalligheid niet. Mensen die tot gemarginaliseerde groepen behoren hebben bijvoorbeeld dankzij sociale media contact met lotgenoten gekregen.’
Wel waarschuwt hij al jaren voor de gevaren van big tech: ‘Dat mensen opeens opgewonden raken omdat ze Zuckerberg en Musk op de eerste rij bij Trumps inauguratie zien zitten, vind ik eerlijk gezegd nogal naïef. De gevaren van Facebook en vergelijkbare platforms bestaan al decennia.’
Over de impact van sociale media op de democratie toont hij zich kritisch, maar alweer zonder in somberheid te vervallen. Veelzeggend is de ondertitel van zijn boek Alive and Clicking, namelijk: Er is hoop voor de democratie.
De 40-jarige Van Belkom is directeur van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek, een non-profitorganisatie die door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs is opgericht. De relatie tussen democratie en technologie ziet hij als zijn werkterrein. Hij heeft vooral interesse in verandering: ‘Technologie is een kwestie van ontwerpen. We moeten meer oog krijgen voor de verantwoordelijkheid die we daarvoor dragen.’
Aan ‘meer mogelijkheden’ voelde hij al behoefte toen hij in de jaren tachtig opgroeide in een gezin in het Brabantse Oirschot, met vader Gerard als inkoper en moeder Mien als huisvrouw. Hij herinnert zich de twijfel die toesloeg bij de ‘binaire keuze’ die hij kreeg als hij naar bed werd gebracht. ‘Dan kreeg ik de vraag: ‘Wil je dat je vader of je moeder het doet?’ Daar kon ik wakker van liggen. Waarom niet een verhaaltje door mijn vader en instoppen door mijn moeder?’
Grote moeite heeft hij ook met volwassenen die vragen beantwoorden met de dooddoener: ‘Zo zit het nu eenmaal.’ Als 15-jarige gaat dat mis bij een baantje in een Rabomagazijn wanneer hij dozen op pallets moet stapelen: ‘Dat kon veel efficiënter. Toen ik dat zei, antwoordde de magazijnbeheerder: ‘Je kunt het doen zoals we hier gewend zijn of naar huis.’ Weg was ik.’
Als scholier schrijft hij in 1999 een verslag: ‘Internet: vloek of zegen?’ Die binaire keuze omzeilt hij, ook nu nog: ‘Het is natuurlijk allebei.’ Zijn grootste zorg is de opmars van ‘autocratische leiders die de democratie willen ontmantelen, waarbij technologiebedrijven hun de middelen verschaffen om dat te doen’.
In 2012 waarschuwt u in een artikel dat Facebook ‘met alle winden meewaait’ en niet om zijn gebruikers maalt.
‘Een normaal bedrijf bekommert zich wel om zijn gebruikers, want dat zijn klanten. Maar de klanten van Facebook en X zijn adverteerders, het businessmodel van sociale media draait om hen.
‘Tegelijkertijd vervullen sociale media wel een functie in het maatschappelijk debat. Daar zit spanning. Want Facebook en X zijn op winst gericht en zien het helemaal niet als hun taak om democratische waarden te beschermen.
‘Dat zien we goed nu ze meewaaien met de huidige politieke wind die gunstig is voor populistische, in potentie autocratische leiders. Sociale media zijn bereid algoritmen in te zetten die de democratie ondermijnen en de autoritaire dreiging versterken. Het beeld van Zuckerberg en Musk op de eerste rij bij Trump maakt dat zichtbaar.
‘Ik zie in dat samengaan van big tech met big politics, het rechtse populisme, de voornaamste bedreiging voor de democratie.’
Welke rol speelt technologie in uw ogen in dat krachtenveld?
‘Ik ben niet geneigd technologie als de kern van het probleem te zien, maar wel als een versterkende en versnellende factor. Je kunt de vergelijking maken met de opkomst van radio in de jaren dertig van de vorige eeuw. Goebbels, de minister van Propaganda van Hitler, heeft destijds aangegeven dat de nazipropaganda zonder die nieuwe technologie, de radio, zich nooit zo goed had kunnen verspreiden.
‘Nu zijn sociale media in theorie anders, omdat er tegenspraak mogelijk is, maar in de praktijk is dat verschil klein. Online verkeren mensen graag in echokamers: plekken waar je op zich wel uit kan – dus het zijn geen gesloten filterbubbels – maar dat doen ze maar af en toe, omdat ze graag onder gelijkgestemden verkeren.
‘Iemand gaat er vooral uit om zich op te winden over meningen die hij erbuiten aantreft en daar vervolgens bij terugkeer in zijn echokamer schande van te spreken. Dat is de confirmation bias waarvan we allemaal last hebben: de neiging op zoek te gaan naar informatie die overeenkomt met onze eigen opvattingen.
‘Techbedrijven spelen heel bewust in op dat aspect van de menselijke natuur. Net zoals ze inspelen op ons denken in termen van in and out – een binnen- en een buitengroep – en op ons fysieke ongemak wanneer we met andersdenkenden in aanraking komen. Dat zit allemaal in onze natuur. Big tech voedt dat.
‘Maak mensen boos, dan blijven ze langer op je platform – wat je aan je adverteerders kunt verkopen. Dat is hun strategie, vandaar hun algoritmes die tot haat aanzetten.
‘Maar het kan ook anders. Je kunt technologie ook zo ontwerpen dat die tot meer consensus aanzet. Ik ben daarom eerder geneigd het probleem bij de menselijke natuur te zoeken en bij de manier waarop big tech daarop inspeelt, dan bij de technologie als zodanig.’
Het resultaat van de huidige algoritmen is dat we het over basale feiten niet meer eens zijn. U schrijft daarover: ‘Zonder gedeelde realiteit is samenleven enorm lastig.’
‘Tot voor kort ging onze onenigheid alleen over de oplossingen van problemen. Nu zijn we terechtgekomen in de situatie dat er twijfel wordt gezaaid over het bestaan van een probleem.
‘Ontken je dat er een coronavirus rondgaat, dan kun je het ook niet hebben over oplossingen. Ontken je de invloed van de mens op het klimaat dan kun je daarover niet meer met elkaar in gesprek. Aan de belangrijke vraag of ons democratisch systeem wel tot oplossingen van dit soort problemen in staat is, kom je dan niet eens toe.
‘Sociale media spelen niet alleen een rol in de snelle verspreiding van dit soort ontkenningen, maar ook in het doordringen ervan tot het nationale debat. In de coronatijd zag je opvattingen die kort daarvoor nog als geklets van een gekke oom op een familiefeestje konden worden afgedaan, doordringen tot de talkshowtafels. Sociale media vormen in dat proces de katalysator.’
Wat valt ertegen te beginnen?
‘Het ligt voor de hand er feiten tegenover te stellen. Maar daarmee los je het probleem niet op. Ga je uitleggen dat de aarde toch echt rond is, dan zul je flat earth-aanhangers met die feiten niet overtuigen. Met de desinformatie van Trump op zijn Twitter-account valt de bestorming van het Capitool ook niet simpelweg te verklaren: zijn aanhangers kregen daarmee hooguit een bevestiging van wat ze toch al dachten.
‘Om uit te komen bij de essentie van het probleem moet je dieper gaan. Dan kom ik uit bij: wantrouwen tegenover de overheid. In alle eerlijkheid valt daar wel begrip voor op te brengen. Kijk in Nederland maar naar de toeslagenaffaire, de gasboringen in Groningen en nog zowat. Als ik zelf slachtoffer van zo’n probleem zou zijn geweest, zou ik mogelijk ook een proteststem hebben uitgebracht.
‘De opkomst van big politics is dan ook vooral een maatschappelijk probleem, waarbij technologie een ondersteunende rol speelt. Big politics maakt handig gebruik van de behoefte aan polarisatie van big tech door met digitale broodkruimels te strooien.’
Beide krachten, big politics en big tech, gaan met investeringen van honderden miljarden zwaar inzetten op kunstmatige intelligentie (AI). Hoe ziet u dat op termijn doorwerken?
‘Big politics zal AI willen gebruiken om zijn eigen machtspositie verder te versterken, zowel economisch als ideologisch, het is de grootste klant van big tech.
‘In de Verenigde Staten zie je de macht van de president samenkomen met die van de klassieke bigtechbedrijven, zoals Meta, Amazon, X en Google. In China is dat al langer het geval. De Chinese regering stuurt techgiganten als ByteDance/TikTok, Tencent/WeChat en Alibaba aan.
‘Als je daar de impact van AI aan toevoegt, kunnen de gevolgen enorm zijn: denk aan de verspreiding van desinformatie, aan censuur, aan burgers in de gaten houden. Denk ook aan de ondermijning van voor een democratie wezenlijke instituten, zoals de rechterlijke macht en de journalistiek: AI kun je inzetten om vonnissen te vertellen en artikelen te schrijven. Je hebt het dan eerder over een totalitaire dan een autoritaire verleiding.’
Blijft de vraag: wat valt ertegen te beginnen?
‘Europa moet door middel van regulering tegenwicht bieden. Bijna alle problemen die we met big tech hebben, zijn tot het verdienmodel te herleiden. Dat zou je op Europees niveau moeten aanpakken. Verbied bigtechbedrijven de toegang tot advertentie-inkomsten en verplicht ze van abonnementen te leven; als gebruiker betaal je dan bijvoorbeeld abonnementsgeld voor Instagram.
‘Dat zou enorme veranderingen in gang zetten. De perverse prikkels tot haat en polarisatie vallen dan weg. Bigtechbedrijven zouden hun gebruikers toegevoegde waarde moeten bieden, anders stappen ze naar een ander. Dat overstappen moet sowieso mogelijk worden. Nu doen ze er alles aan gebruikers afhankelijk te maken van hun ecosysteem, vooral Apple.
‘Of het afdwingen van zo’n ander verdienmodel haalbaar is? Dat lijkt me wel, maar ik ben geen jurist. We moeten hoe dan ook radicaal durven denken om deze ondermijning van de democratie het hoofd te bieden. Het zal ingewikkeld zijn, maar Europa moet proberen gebruikers van sociale media tot klanten te maken, in plaats van koopwaren.’
Wat geeft u hoop?
‘Als ik naar Nederland kijk, blijkt uit onderzoek dat de feitelijke polarisatie veel minder groot is dan de ervaren polarisatie, de meningsverschillen zijn nauwelijks toegenomen. Dat we de ervaren polarisatie voor waar aannemen, heeft alles te maken met de algoritmen van sociale media.
‘Wat mij hoop geeft, is dat er ook andere algoritmes bestaan die juist tot consensus aanzetten. Je hebt bijvoorbeeld Polis, een opensourcesysteem waarmee maatschappelijke vraagstukken aan burgers kunnen worden voorgelegd.
‘Dat is in Taiwan al succesvol toegepast. Daar is gebleken dat consensus op sterk gepolariseerde onderwerpen haalbaar is, ook tussen sterk van mening verschillende groepen. Daarbij helpt de objectiviteit van algoritmen.
‘Zet je klimaatactivisten en boeren in een zaaltje dan krijgen ze geheid ruzie, maar breng ze samen op zo’n Polis-platform en je ziet ze op verrassend veel punten het met elkaar eens worden. Met behulp van zo’n algoritme kunnen ze zien dat ze meer belangen met elkaar delen dan ze vanuit hun emotie willen toegeven.
‘De politiek moet de uitkomsten van zo’n consultatie serieus nemen door op basis van de uitkomsten tot actie over te gaan. Zo kan het vertrouwen in de overheid zich herstellen. Dat zie ik als een weg voorwaarts.’
‘Achttien experts op het gebied van kunstmatige intelligentie geven uiteenlopende visies op AI-gerelateerde uitdagingen en ethische kwesties. Dat is waardevol, maar belangrijker vind ik: hun voorspellingen over het tijdstip van het bereiken van menselijke intelligentie (‘general AI’) lopen uiteen van 2029 tot 2200. Alle twijfel op dit vlak is gerechtvaardigd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant