In de indringende documentaire Ik was een kind van Geertjan Lassche gaat Anneloes van ’t Licht openhartig met betrokkenen in gesprek over het seksueel misbruik in haar jeugd. ‘Het gaat om de ontschuldiging van mezelf.’
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Er waren voor Anneloes van ’t Licht twee directe aanleidingen om haar verleden van seksueel misbruik te onderzoeken. ‘Een paar jaar geleden ging het slecht met mijn dochter. Iets drukte op haar, ze had mogelijk last van míjn trauma en was regelmatig boos, met name op mij. Ze zei: mama, als ik jou zie, dan zie ik alles wat ik aan mezelf haat. Ik vroeg wat ze dan zag, en ze zei: kijk maar in de spiegel. Het is jouw probleem, niet dat van mij.’
En dan was er het verhaal van die vriendin die haar partner verdacht van vreemdgaan. Zij confronteerde hem, hij ontkende. ‘Jaren later, toen ze in scheiding lagen, bleek het toch waar te zijn geweest. Die vriendin vertelde me hoe zijn manipulaties haar hadden beïnvloed, en ik realiseerde me ineens: dit is wat papa deed.
‘Het is haast ongelooflijk om te bedenken dat ik mezelf tot drie jaar geleden wijsmaakte dat mijn vader mij de maximale vorm van liefde wilde geven. En dat hij daarin was doorgeslagen. Verder kon en wilde ik niet denken. Ik had de deur achter me dichtgedaan. Het moest en zou bij het verleden horen.’
Maar met de prijswinnende documentairemaker en onderzoeksjournalist Geertjan Lassche (Hemelbestormers, Zwart ijs, Louis) deed Van ’t Licht (43) de deur weer open. De documentaire Ik was een kind laat de schadelijke dynamiek waarin ze belandde nadat ze melding had gemaakt van het seksueel misbruik dat van haar 12de tot haar 16de had geduurd: ze kwam in een juridische en psychiatrische molen terecht.
In 2000 deed de toen 18-jarige Anneloes aangifte van seksueel misbruik door haar vader, die destijds een hoge functie bekleedde bij de SGP en ouderling was binnen de gereformeerde gemeente. In 2001 werd er twee jaar onvoorwaardelijk tegen hem geëist, maar hij werd vrijgesproken, ook in hoger beroep. De verklaring tijdens een gezinstherapiesessie ‘dat hij aan haar borsten heeft gelikt en gezogen en tussen haar benen heeft gelikt’, mocht vanwege het beroepsgeheim van de therapeut niet als bekentenis worden gebruikt.
Na een verblijf in twee gastgezinnen, een opname in diverse gesloten psychiatrische klinieken, een verblijf in de gevangenis, het Pieter Baan Centrum en de daklozenopvang, verbrak Anneloes, na de dood van haar vader in 2015, het contact met haar familie. Tot ze tweeënhalf jaar geleden besloot toch die reis naar haar verleden te maken, aan de hand van een-op-eengesprekken met betrokkenen.
‘Mijn zicht was lang vertroebeld. Ik wilde weten hoe het was gegaan. Het ging me niet zozeer om erkenning. Ik wilde antwoorden vinden op de vele vragen die ik had.’
Geertjan Lassche (48), die via via met Van ’t Licht in contact was gekomen, twijfelde in eerste instantie of hij de film wel wilde maken. ‘Al mijn collega’s zeiden dat ik mijn vingers er niet aan moest branden, ook vanwege het feit dat haar vader twee keer was vrijgesproken en je nooit achter de hele waarheid kunt komen.
‘Maar Anneloes’ verhaal overdonderde me. Ik werd bijna op een niet-rationeel niveau overtuigd dat ik hier iets mee moest. Niet om alsnog te bewijzen dat het misbruik had plaatsgevonden, maar om te laten zien hoe instellingen als de kerk en de rechtspraak Anneloes’ ondergang niet konden stoppen. Daardoor kwam ze als kind helemaal alleen te staan.’
Hij koos voor een simpele, maar uitermate indringende cameravoering. Alleen het gezicht van Anneloes is te zien, terwijl haar gesprekspartners consistent van achteren zijn gefilmd. Lassche: ‘Niet iedereen wilde met zijn gezicht vol in beeld. En door naar Anneloes te kijken, kun je zien wat er met haar gebeurt als mensen over haar vertellen. Haar gezicht vertelt het verhaal.’
En dat verhaal schrijnt. Wanneer Van ’t Licht zich rechtstreeks via de camera wendt tot haar moeder, die niet wilde komen praten, zegt ze met onderdrukte verbetenheid: ‘Ma, u weet dat ik de waarheid spreek.’
De gezinstherapeut, de rechercheur, de groepsleider van het Pieter Baan Centrum, de officier van justitie, allemaal gaan ze het openhartige gesprek met Van ’t Licht aan. Maar haar naaste familieleden, haar moeder, broers en zussen, gingen niet in op de uitnodiging.
Een nicht en de broer van je vader waren de enige familieleden die wilden praten. Jouw oom betuigt spijt.
‘Ik ben hem heel dankbaar, en ik vind het ongelooflijk dapper dat hij heeft meegewerkt. Maar het knaagde ook. Ik had zo gehoopt dat hij in de afgelopen 25 jaar uit zichzelf met mij contact zou zoeken.’
In de film reageert iemand met een mailtje op jouw oproep: ‘Probeer je moeilijkheden voor de Heere neer te leggen en vergeving te vragen voor datgene wat jij verkeerd hebt gedaan.’
‘Het gaat mij niet om het beschuldigingen van hem of mijn oudste broer, tegen wie ik ook aangifte had gedaan. Het gaat om de ontschuldiging van mezelf, iets wat ik heel moeilijk heb gevonden...
‘Toen mijn vader op zijn sterfbed lag, vroeg mijn broertje aan mij: ‘Voel je je nou niet vreselijk schuldig? Door jou is papa zijn baan kwijtgeraakt, heeft hij nooit meer kunnen werken en is hij in twee jaar tijd twintig jaar ouder geworden.
‘Er lag een onmenselijke zwaarte in ons gezin die op mijn bord werd geschoven. Meermalen heb ik geprobeerd dat eraf te halen, en op een gegeven moment heb ik het geaccepteerd. Dat was mijn lot dan maar. Daar moest ik omheen bewegen om onderdeel van het gezin te kunnen blijven.
‘Totdat mijn vader overleed. In een gesprek met de rest van het gezin zei iedereen dat ze mij erbij wilden hebben, graag zelfs, maar dan mocht het nooit meer gaan over de eerste twintig jaar van mijn leven. Toen wist ik: dit kan ik niet. Dan zou ik mijn ziel verkopen.’
Een onderzoek door de kerkenraad sloot niet uit dat jij seksuele toenadering tot je vader had gezocht. Een ouderling zei tegen jou: ‘Zelfs als hij het gedaan had, mag je zulke dingen niet over je vader zeggen.’ Ben je geofferd voor de goede naam van de familie en de kerk?
‘Mijn ouders hadden een geheim dat koste wat het kost in het donker moest blijven, ook al zagen ze dat hun kind eraan te gronde ging. Het seksueel misbruik is niet het ergste wat me is overkomen. Dat was de manier hoe erop gereageerd werd: door mijn familie, de kerk, de hulpverleners en het rechtssysteem.
‘Ik ben het slachtoffer geworden van de mechanismen waarmee systemen zichzelf proberen in te dekken. Dat zie je in de documentaire. Er waren een heleboel zaken die niet meehielpen. Het feit dat mijn vader voorzitter was van de kerkenraad en dat diezelfde raad onderzoek naar mijn vader deed, dat is absurd. In die zin kun je zeggen dat ik me geofferd heb gevoeld.’
Jouw vader heeft beweerd dat het initiatief tot intiem contact van jou kwam.
‘Er is geen kind dat op een seksuele wijze toenadering zoekt als het niet eerder met seks in aanraking is geweest. Opvoeden is niets anders dan voordoen, en mij was dit voorgedaan. Ik dacht dat het liefde was. Dat was wat ik had geleerd.’
Je bent ontzettend openhartig in de film. Je vertelt zelfs dat je in de prostitutie terecht bent gekomen.
‘Vergeet niet dat veel mensen in de prostitutie belanden als gevolg van emotionele en psychische schade. We zouden steil achterover slaan als we wisten hoeveel sekswerkers eerder in hun leven met misbruik te maken hebben gehad. Geloof me, er is geen meisje ter wereld dat in een vriendenboekje schrijft dat ze later prostituee wil worden.’
Was je niet bang dat die informatie zou worden gepresenteerd als bewijs dat jij tot seks zou hebben aangespoord, en dat daarmee het slachtoffer de schuld zou krijgen?
‘Dit is wat victimblaming doet: het verschuiven van de schuld en de schaamte van dader naar slachtoffer. Dat is precies wat het voor lotgenoten zo moeilijk maakt. Ik heb het hele verhaal willen vertellen, zo compleet en waarachtig mogelijk. Misschien is mijn verhaal wel de uitvergrote versie van wat er kan gebeuren. Door daarmee naar buiten te komen hoop ik de drempel te verlagen voor anderen.’
Noch van de dader noch van het slachtoffer wordt een zwart-wit beeld geschetst. Aan het eind zeg je zelfs over je vader: ‘Wat heb ik van die man gehouden.’
‘Dat kwam uit de grond van mijn hart, en het maakt het verhaal ook zo complex. Kinderen die misbruikt of mishandeld worden door hun ouders, stoppen niet met van hun ouders te houden. Ze stoppen met van zichzelf te houden.
‘Daarbij speelde de dynamiek binnen ons gezin een belangrijke rol. Het Pieter Baan Centrum schreef dat er sprake was van een extreem pathologisch gezin. De relatie tussen mij en mijn oudste broer was vijandig. Hij had kritiek op mijn hele doen en laten. De andere familieleden gingen hierin mee. Alleen mijn vader nam het voor mij op, wat tot frustratie leidde bij de rest van het gezin. Ik zou papa’s lievelingetje zijn geweest.
‘Mijn moeder zei met enige regelmaat: ‘Ik ben met je vader getrouwd, niet jij.’ Die woorden heb ik pas later kunnen plaatsen; het lijkt erop dat zij mij als haar concurrent beschouwde.
‘Dus als je mij als 16-jarige had gevraagd: noem de tien mensen bij wie je je het veiligst heb gevoeld, had ik tien keer ‘mijn vader’ gezegd. En juist dat feit maakte dat ik mijn eigen gevoel ontzettend ben gaan wantrouwen.’
Voor vrouwen is het vaak heel moeilijk om aangifte te doen van seksueel misbruik binnen het gezin. Ze zien zichzelf soms zelfs als medeschuldig. Gaat de documentaire daarin iets veranderen?
‘Ik hoop dat lotgenoten gesterkt worden om met hun verhaal naar buiten te komen. Voorbij schuld en schaamte. Dat ze worden gezien en gehoord, dat ze er niet alleen voor staan. En dat de omstanders, vanuit welke rol dan ook, niet wegkijken. De film biedt daartoe een opening, de gelegenheid om te laten zien wat er gezien moet worden.’
Ik was een kind (Doxy Films) gaat 22/3 in première op het Movies that Matter Festival in Den Haag.
Op 31/3 zendt de EO de documentaire uit in het kader van de Tien Geboden-reeks.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant