En weer ging het mis. Zeker, het is hoopgevend dat er in Amsterdam op Internationale Vrouwendag meer dan 10 duizend feministen (m/v) kwamen demonstreren. Dat het feminisme leeft is reden voor een luid ‘hoera!’. Maar meteen daarop volgt de vraag wat dat feminisme eigenlijk inhoudt.
Op de Dam aangekomen werden de demonstranten namelijk niet alleen toegesproken over vrouwenrechten maar – in het Engels – ook over Black Lives Matter, Zwarte Piet, transgenders en andere linkse hobby’s die met feminisme niets te maken hebben en de beweging niet versterken maar verdelen. Wie zou zich niet uit de voeten maken bij een confrontatie met een bord ‘Abolish Israel’?
Over de auteur
Jolande Withuis is socioloog en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Feminisme is niet links. Grote feministen als Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs waren niet links. De betreurde VVD’ster Annelien Kappeyne van de Coppello (1936-1990) was een prima staatssecretaris van Emancipatie, niet minder feministisch dan haar PvdA-voorgangster Hedy d’Ancona. Zulke vrouwen hebben we nodig. De Thunbergs kunnen we missen als kiespijn.
Het ging in de lange geschiedenis van Vrouwendag al vaker niet over vrouwen. Het standaardverhaal dat ‘Acht maart’ ooit begon met een staking van Amerikaanse textielarbeidsters schijnt een mythe te zijn. Vast staat dat het vanaf vroeg in de 20ste eeuw een communistische traditie werd. Ik heb ooit de naoorlogse 8 maart-vieringen geanalyseerd. In 1951, tijdens de Koude Oorlog, verruilden de Nederlandse communistes hun jaarlijkse protest tegen het ontslag van gehuwde vrouwen voor ‘strijd tegen de West-Duitse herbewapening’. In 1953 stond Vrouwendag in het teken van rouw om de dood van de ‘geliefde leider en leraar’ Stalin, drie dagen eerder.
Feministisch werd de traditie pas door de tweede golf. In 1981 bijvoorbeeld ging 8 maart over vrijheid van abortus. De afgelopen jaren werd de vrouwenmars gekaapt door ‘intersectionele feministen’, voor wie de vrouwenzaak slechts een van de activistische stokpaardjes is. Feminisme, zo luidt de mantra, ‘gaat over alle vormen van onderdrukking’. ‘From the River to the Sea’ schalde het door de straten. De hoop was dat de tocht dit jaar van die ellende verschoond zou blijven. Niet dus.
Feminisme gaat niet over ‘alle vormen van onderdrukking’. Feminisme gaat over vrouwen. Tegen de macht van mannen. Waarom kunnen vrouwen niet voor hun rechten strijden zonder het alibi dat ze daar lopen voor ‘alle onderdrukten’? Ging er ooit een manifestatie van Kick Out Zwarte Piet tegelijk over vrouwenrechten? Opkomen voor ‘alle onderdrukten’ is bovendien een leugenachtig streven aangezien die vermeende onderdrukten nogal vaak mede-onderdrukten onderdrukken. In de jaren zeventig en tachtig verboden Hollandse arbeiders hun vrouwen nog te werken en hielden Marokkaanse gastarbeiders hun dochters thuis, tegen de leerplichtwet in. Anno nu bloeit in de Amerikaanse hip-hopscene de seksuele vrouwenmishandeling en vermoorden in Nederland Syrische vluchtelingen hun dochters en zusters als die een hoofddoek weigeren.
Met de stelling dat al deze ‘onderdrukte’ groepen slachtoffer zijn van één ‘systeem’ toont het intersectionalisme zich een waardig opvolger van het communisme, dat eveneens de discriminatie van arbeiders, Joden, vrouwen en zwarten op één hoop gooide als zijnde gevolg van het kapitalisme, daarmee implicerend dat zij allen dezelfde strijd streden.
Er is ook goed nieuws. Op de middag voor 8 maart riep de Wilhelmina Drucker Fundatie, die onderzoek naar de eerste golf stimuleert en onder meer een informatieve website onderhoudt, 2025 uit tot Wilhelmina Druckerjaar – toevalligerwijs net nadat enkele weken eerder de naar Drucker vernoemde beweging Dolle Mina haar wederopstanding had beleefd. Aanleiding tot het Jaar is Druckers honderdste sterfdag. De motivering is dat Drucker feministen van nu nog veel te zeggen heeft, speciaal over de noodzaak van een autonome vrouwenbeweging.
Wilhelmina Drucker (1847-1925) begon haar politieke engagement bij de socialisten. Maar haar eis van complete gelijkberechtiging ging hun te ver. Beseffend dat seksengelijkheid inzake politiek, arbeidsmarkt, onderwijs, huwelijk, gezin, huishouden en seksuele moraal noodzakelijkerwijs de privileges van mannen – alle mannen – aantast, richtte Drucker in 1889 de Vrije Vrouwenvereeniging op. Het kwam haar van socialistische zijde op een ongekend kwaadaardige lastercampagne te staan. ‘Mannenhaatster’ was een van de zachtaardigste scheldwoorden. Niet-socialisten sloten zich bij deze campagne gretig aan. Druckers radicale ‘seksenstrijd’ (haar woord)
bedreigde ook hun mannenmacht.
Druckers gelijk geldt nog steeds. De bevrijding van vrouwen uit hun stelselmatige onderschikking aan mannen vereist onafhankelijke feministische politiek die over vrouwen gaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant