De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Aflevering 1: de Syriër Diyaa hoopt op een baan als laborant.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Als de telefoon rinkelt, veert Diyaa Ghanem hoopvol op. Maar na een blik op het scherm drukt hij de beller snel weg. Hij wacht op een belangrijker telefoontje: voor het eerst sinds Diyaa in Nederland woont, heeft hij gesolliciteerd op een baan op zijn niveau. ‘Ze zouden me vandaag bellen.’
De 52-jarige Syriër zit in de woonkamer van een eengezinswoning in Noordwijk, niet ver van het strand. De deur naar de tuin staat open, de zon schijnt uitbundig binnen. Diyaa deelt het huis met vier andere mannen, allemaal Syrische statushouders die net als hij wachten op gezinshereniging.
Diyaa heeft de aanvraag voor zijn vrouw en drie kinderen een jaar en negen maanden geleden ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). ‘De onzekerheid is erg moeilijk’, zegt hij op een toon die verraadt dat hij lang geleden al heeft besloten dat woede over de stroperigheid van de IND hem niet verder brengt. ‘Ik moet afwachten.’
En naast dat allesverterende wachten op zijn dierbaren, wacht Diyaa nu dus ook op een telefoontje van een Haags ziekenhuis waar hij aan de slag hoopt te gaan als cardiovasculair laborant. ‘Tijdens de sollicitatie kreeg ik een rondleiding over de afdeling’, vertelt hij. ‘Ze wilden weten of hun apparatuur hetzelfde is als die waar ik in Syrië mee werkte.’ Dat bleek zo te zijn.
‘Het gaf me een fantastisch gevoel om over die afdeling te lopen’, vertelt Diyaa met stralende ogen. ‘Het was alsof mijn geest terugkeerde in mijn lichaam. Ik heb mijn werk echt ontzettend gemist, ik hoor thuis in het ziekenhuis.’ Het is wel twee uur reizen, met bus en trein, want Diyaa heeft geen rijbewijs. ‘Maar dat heb ik er graag voor over.’
Diyaa komt uit As Suwayda, een stad in het zuiden van Syrië, waar hij op de hartafdeling van het lokale ziekenhuis werkte. Daarnaast was hij actief in een ondergrondse organisatie die zich verzette tegen dictator Bashar al-Assad en bood hij medische hulp aan vrijheidsstrijders. ‘Mijn vrienden werden een voor een opgepakt’, vertelt hij. ‘Ik zou ook gearresteerd zijn als ik niet was gevlucht.’
Naam: Diyaa Ghanem
Leeftijd: 52
Komt uit: Al Suwayda
Woont in: Noordwijk
Beroep: radiodiagnostisch assistent (werkzoekend)
In Nederland sinds: februari 2022
In februari 2022 arriveerde Diyaa in Nederland. Hij wachtte twee maanden op zijn eerste gesprek bij de IND, vervolgens een jaar op het tweede gesprek, weer een maand daarna kreeg hij zijn verblijfsvergunning. Een groot deel van die tijd woonde hij in een asielzoekerscentrum in Sneek, waar hij op eigen houtje Nederlands leerde en vrijwilligerswerk deed in de bibliotheek.
Het liefst wilde hij zo snel mogelijk terug naar zijn oude beroep, maar daarvoor moest hij eerst zijn Syrische diploma laten waarderen. Statushouders mogen een diploma gratis laten waarderen, maar dat kan pas als de inburgering is begonnen. En de inburgering kan in de meeste gemeenten pas beginnen als er woonruimte is gevonden.
Hoe dan ook, het is Diyaa gelukt. Zijn Syrische papieren zijn inmiddels omgezet naar een mbo 4-diploma, en met dit document kon hij reageren op de vacature in Den Haag. ‘Ze waren heel vriendelijk tijdens de sollicitatie’, vertelt hij. ‘Het was echt een prettig gesprek.’ Toch is hij er niet gerust op: ‘Mijn Nederlands is misschien niet goed genoeg?’
Met zijn telefoon binnen handbereik bespreekt hij met zijn huisgenoten de laatste ontwikkelingen in Syrië. De samenstelling van het huis is bijna net zo divers als hun thuisland zelf: drie soennitische moslims, een jonge Koerd, en Diyaa zelf is druzisch. Over de nieuwe regering zijn de meningen verdeeld, maar de pijn van het eindeloze wachten op de IND schept een band.
Diyaa neemt kleine hapjes van een koekje, hij is de enige in huis die niet aan de ramadan doet. De tv staat aan. Sportzender ESPN, zonder geluid. Ook nu Assad is gevallen, ziet Ghanem geen toekomst in Syrië. ‘Mijn vrouw en ik zijn niet gelovig, we hebben voor onszelf en onze kinderen altijd gedroomd van leven in een vrije democratie. Nu zijn islamisten aan de macht.’
Dat president Ahmed al-Sharaa belooft minderheden te respecteren, wuift Diyaa weg: ‘Ik heb daar geen enkel vertrouwen in, ik denk dat ze iedereen strenge islamitische regels gaan opleggen.’ Hij wil nog iets zeggen, maar dan gaat zijn telefoon: het ziekenhuis.
Diyaa loopt heen en weer in de betegelde achtertuin. De telefoon aan zijn oor, van de stoel naar het wasrekje en weer terug. Zijn huisgenoten werpen hem vanuit de huiskamer hoopvolle blikken toe. ‘Ik verwachtte het al’, zegt Diyaa in de telefoon. Hij luistert langdurig naar de persoon aan de andere kant van de lijn. ‘Dankjewel’, zegt hij dan. ‘Fijne dag nog.’
Terug op de bank zijn Diyaas ogen vochtig. Hij was geschikt voor de functie, vertelt hij, maar zijn Nederlands is nog niet goed genoeg. Ook omdat zich acute situaties kunnen voordoen op de afdeling. ‘Ik snap het wel’, zegt hij zacht. ‘Maar juist met een baan, door contact met collega’s, zou mijn Nederlands snel vooruitgaan.’
De hoop is nog niet helemaal vervlogen. ‘Ze gaan kijken of ze me kunnen helpen met een intensieve taalcursus’, aldus Diyaa. ‘Dus misschien kan ik er alsnog gaan werken.’ Hij loopt terug de tuin in en steekt een sigaret op. ‘Ongezond, ik weet het’, zegt hij. ‘Zodra mijn gezin er is, stop ik.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant