Home

Bij het staatsbezoek aan Kenia is de omslag meteen duidelijk: het gaat niet meer om hulp maar om handel

De omslag in het denken over ontwikkelingshulp is tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Kenia overal merkbaar. ‘We zijn te afhankelijk geweest van westerse ngo’s en overheden.’

is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

‘Kenia vanuit de lucht zien is gewoonweg magisch,’ zegt koning Willem-Alexander op het podium bij het staatsbanket in het State House, de ambtswoning van de Keniaanse president William Ruto. De avond ervoor zette de koning zelf het regeringsvliegtuig aan de grond. ‘Het licht, de kleuren, de weidse vergezichten,’ gaat hij verder – op de achtergrond klinkt het piepende kikkergeluid van gekko’s. ‘Maar Kenia vanaf de grond is nog indrukwekkender. Want daar ervaar je de ongelooflijke kracht van de mensen die hier wonen en het land bewerken.’

Het driedaagse staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima dat donderdag werd afgesloten, kreeg veel kritiek van Keniaanse jongeren. Zij vinden dat de Nederlandse regering hiermee het repressieve beleid van president Ruto legitimeert. Dat het bezoek toch plaatsvond, heeft volgens de delegatie alles te maken met de belangrijke handelsbetrekkingen die Kenia en Nederland onderhouden. Kenia exporteert jaarlijks voor ongeveer een half miljard euro aan producten naar Nederland. Andersom exporteert Nederland voor bijna hetzelfde bedrag naar Kenia. Niet voor niets reisden in het kielzog van het koningspaar naast drie ministers meer dan vijftig ondernemers mee. De koninklijke delegatie en de deelnemers aan de handelsmissie bezochten drie dagen lang bedrijven en instanties.

Kenia staat echter ook te boek als de ngo-hoofstad van Afrika. Veel (Nederlandse) ontwikkelingsorganisaties houden kantoor in Nairobi. En ook de Verenigde Naties hebben een enorme uitvalsbasis in de Keniaanse hoofdstad, vanwaaruit 34 VN-agentschappen worden aangestuurd. Een bezoek aan die ngo’s stond niet op het programma van het koningspaar, noch op de agenda van de meereizende minister Reinette Klever (PVV) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

De focus op handelsbelangen en de afgenomen aandacht voor ontwikkelingshulp passen in een wereldwijde trend. Overheden bezuinigen fors op ontwikkelingsprogramma’s, met voorop president Donald Trump en de ontmanteling van Usaid, de hulporganisatie van de VS. In een beleidsbrief kondigde Klever vorige maand haar ontwikkelingsbeleid aan. Met name op lobbyprogramma’s wordt fors bezuinigd. De financiering van bijvoorbeeld UN Women, de organisatie van de Verenigde Naties voor vrouwenrechten en gendergelijkheid, wordt geschrapt. Het kabinet-Schoof had eerder afgesproken om vanaf 2027 structureel 2,4 miljard euro te bezuinigen op ontwikkelingshulp.

Meisjesbesnijdenis

De gevolgen van de wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingshulp worden al gevoeld in Kajiado, een stad die ongeveer 80 kilometer ten zuiden van Nairobi ligt. ‘Doordat Trump de geldkraan heeft dichtgedraaid, moeten mensen hier plotseling betalen voor de zorg’, zegt Antonia Milanoi, die als maatschappelijk werker en theatermaker voor de stichting Ewanga’n in de sloppenwijk Majengo werkt. De jonge vrouw, gestoken in een rode jurk versierd met traditionele Maasai-kraaltjes, ziet dat de bezuinigingen vooral effect op de vrouwen hebben.

‘Zwangere vrouwen gaan niet meer naar het ziekenhuis om te bevallen’, zegt Milanoi, ‘maar bevallen thuis. Dat kan levensgevaarlijk zijn.’ Die thuisbevallingen kunnen tevens leiden tot meer meisjesbesnijdenissen, een ritueel dat zowel in de islamitische als de semi-nomadische (voornamelijk christelijke) Maasai-gemeenschap voorkomt. ‘Geregeld worden meisjes al als baby’s besneden. En als vrouwen buiten het zicht van de overheid en ngo’s bevallen, zal het aantal besnijdenissen toenemen.’

Om meisjesbesnijdenis, maar ook andere vrouwenrechtenzaken als kindhuwelijken en tienerzwangerschappen tegen te gaan, is Milanoi ook lid van een theatergezelschap. ‘Ik wil niet worden uitgehuwelijkt’, roept haar collega-acteur Sophy op een drassig veldje, dat ligt ingeklemd tussen een kleine gemeenschapsruimte en een felroze bougainvillea-struik. Voor bescherming tegen de ‘dronken’ acteur zoekt de vrouw bescherming bij een agent.

Terwijl de agent de dronkaard toespreekt en uiteindelijk inrekent, zijn er op het veldje zo’n tien mensen komen kijken naar het rumoerige toneelstuk. ‘We brengen entertainment’, zegt Ramadhan Shim, de leider van het theatergezelschap. ‘Maar we proberen ook altijd een serieuze boodschap in de voorstellingen te verpakken.’

De theatergroep wordt gefinancierd door het Power to Youth-project, dat meisjes en jonge vrouwen leert hoe ze hun rechten kunnen opeisen en zaken als meisjesbesnijdenis en kindhuwelijken op de politieke agenda kunnen krijgen. Het uiteindelijke doel van het project is om het maatschappelijk middenveld te versterken.

Het project wordt in zijn geheel betaald door de Nederlandse overheid en onder meer uitgevoerd door Amref Health Africa (voorheen Amref Flying Doctors). Dat is de ngo waar koning Willem-Alexander in de jaren tachtig als piloot voor vloog – een tijd waaraan hij memoreerde tijdens zijn toespraak op het staatsbanket. Van 1999 tot zijn kroning in 2013 was hij beschermheer van Amref.

De Nederlandse financiering voor het door Amref gesteunde theaterproject stopt eind dit jaar. ‘Het loopt al vier jaar’, zegt Shim, ‘dus we hebben veel geleerd over de gemeenschap en hoe we stigma’s kunnen bestrijden.’ Voor gedrags- en systeemverandering is volgens hem een lange adem nodig.

Shim en Milanoi vrezen echter dat het project wordt beëindigd. ‘We hebben tijdens de coronapandemie kunnen zien wat er dan gebeurt,’ zucht Milanoi. ‘Toen moesten we onze activiteiten ook staken, waardoor geweld tegen vrouwen, meisjesbesnijdenis, tienerzwangerschappen en gedwongen huwelijken direct weer toenamen.’

Pijnlijke keuzen

In Nairobi hoeft minister Klever niet lang na te denken over het lot van het theaterproject. ‘Nee, dat doen we niet meer’, zegt ze resoluut. ‘Van zulke projecten is het heel moeilijk vast te stellen hoe nuttig die zijn.’ In haar brief aan de Kamer verwoordt de bewindsvrouw het zo: Nederland is ‘een land met sterke schouders’, maar het kan niet ‘alle problemen van de wereld met ontwikkelingshulp oplossen’. Klever verlegt de focus daarom ‘naar de Nederlandse belangen’.

Bij haar bezoek aan Kenia ligt de nadruk op buitenlandse handel en niet op ontwikkelingshulp. Volgens Klever is handel duurzamer dan ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld door te investeren in de landbouwsector. ‘Daarvan profiteert het land, maar ook de Nederlandse burger. Want een derde van onze inkomsten komt uit de handel.’

Zaken als vrouwenrechten worden tijdens het bezoek dus niet direct besproken. Wel zegt de minister dat vrouwen bij het zakendoen moeten worden betrokken. ‘Wat ze verdienen, stoppen ze in hun gezin of vloeit terug in hun bedrijf en dat komt de maatschappij ten goede.’ De minister zegt dat vrouwenrechten ‘ontzettend belangrijk’ blijven, maar dat ze ook 2,4 miljard euro moet bezuinigen. ‘Er moeten dan ook pijnlijke keuzen worden gemaakt.’

Van ‘aid’ naar ‘trade’

Koning Willem-Alexander zegt niet te kunnen reageren op de bezuinigingen op ontwikkelingshulp, omdat de uitwerking van Klevers plannen nog niet rond is. Wel zegt hij zich geen zorgen te maken over de toekomst van Amref Health Africa. ‘Met name een organisatie als Amref is heel sterk door Amref Nederland’, zegt hij tijdens een persmoment in de tuin van de Nederlandse ambassadeur in Kenia. ‘Zo hebben ze in allerlei landen eigen organisaties die fondsen werven voor Amref hier. En ik weet zeker dat Amref met zijn reputatie en zijn kennis, en de manier waarop het geworteld is over het hele continent, zeker fondsen zal vinden om de goede projecten door te zetten.’

Op een ‘zakenforum’, een aaneenschakeling van witte tenten en stands op een grasveld aan de rand van Nairobi, bezoekt Klever samen met het koningspaar een reeks bedrijven en organisaties die al in Kenia actief is. Onder de bedrijven zitten ook een paar sociale ondernemingen, die deels of nog helemaal worden gefinancierd door ngo’s. ‘We weten dat de wereldorde aan het verschuiven is’, zegt Kennedy Omwaka, de projectleider van Waterstarters, een bedrijf dat kleine ondernemers helpt om waterpunten aan te leggen waar mensen uit de gemeenschap in de buurt water kunnen kopen. Met het bedrijf probeert hij op de ‘aid to trade’-verschuiving in te spelen. ‘We worden nu nog helemaal gefinancierd door Amref Health Africa’, zegt hij, ‘maar het is de bedoeling dat we op korte termijn een zelfstandig bedrijf worden.’

‘Eigen broek ophouden’

Meer non-profits zijn bezig om die draai van ontwikkelingshulp naar het bedrijfsleven te maken. Zo bracht minister Klever een bezoek aan Carepay. Dat bedrijf werkt samen met de ngo Pharmaccess, die zich richt op betere toegang tot gezondheidszorg.
‘Bij vorige ministers lag de focus meer op het belang van solidariteit om arme mensen te bereiken’, zegt Pharmaccess-bestuursvoorzitter Nicole Spieker. ‘Maar voor onze ontmoeting met minister Klever richten we ons juist op de zakelijke kant van onze aanpak.’ Het door Carepay ontwikkelde systeem, dat uitbetalingen door zorgverzekering moet vergemakkelijken, is volgens Spieker ook interessant voor Nederlandse verzekeraars en overheids- en zorginstellingen.

Door die ‘transactionele manier van zakendoen’ die ontwikkelingshulp grotendeels moet vervangen, ziet projectleider Omwaka kansen voor Afrikaanse landen. ‘De bittere waarheid is dat er door de bezuinigingen mensen zullen sterven’, zegt hij. Maar de transitie biedt volgens hem ook kansen. ‘Kenianen moeten begrijpen dat water en gezondheidszorg niet gratis zijn. We zijn te lang afhankelijk geweest van westerse ngo’s en overheden. Het is tijd dat we onze eigen broek gaan ophouden.’ Hij pauzeert even. ‘We hebben simpelweg geen andere keus.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next