De vergroening van de Nederlandse industrie moet even wachten, vindt een Kamermeerderheid. De sector zucht onder hoge energieprijzen, dus van VVD-minister Hermans wordt nu een reddingsplan verwacht.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
In een half jaar kan er veel veranderen. Eind oktober zei minister Sophie Hermans (VVD, Klimaat en Groene Groei) vastberaden dat ze in het voorjaar extra klimaatmaatregelen zou aankondigen om de klimaatdoelen binnen bereik te houden. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) had toen net gerapporteerd dat de kans dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 haalt minder dan 5 procent is.
Om dat klimaatdoel te halen, moet de Nederlandse industrie zijn broeikasgasuitstoot met 16,5 megaton verminderen. Ambtenaren van Hermans’ ministerie berekenden eind november dat 9 megaton het maximaal haalbare is, gezien de trage voortgang van de verduurzaming in de sector. In die – toen nog – vertrouwelijke notitie lieten Hermans’ ambtenaren het klimaatdoel al voorzichtig los. ‘De veranderde omstandigheden vragen om realisme, waarbij we de horizon deels verlengen.’
Donderdagavond sprak Hermans in de Tweede Kamer niet meer over een doelstelling in megatonnen CO2. Aan het behalen van de klimaatdoelen bewees ze tijdens het debat over de verduurzaming van de industrie slechts lippendienst.
Wel somde ze een reeks mogelijke maatregelen op die het kabinet volgende maand overweegt voor het voorjaarspakket, zoals het schrappen van de nationale CO2-heffing en het verlagen van de energiebelasting. Andere opties zijn de herinvoering van een korting op de nettarieven voor grootverbruikers van elektriciteit (VCR) en de heropenstelling van de indirecte kostencompensatie ETS, een fossiele subsidie die in 2023 was afgeschaft. Dit zijn allemaal maatregelen die verduurzaming juist ontmoedigen, in plaats van stimuleren.
Hermans heeft weinig keus, want vrijwel de hele Tweede Kamer staat in meer of mindere mate achter deze ommezwaai. De mailboxen van Kamerleden stromen al enige tijd vol met noodkreten van de Nederlandse industrie, die ook de media goed weet te vinden. De energie-intensieve bedrijven beweren in koor dat ze wel willen, maar niet kunnen verduurzamen. Ondertussen gaan ze naar eigen zeggen kapot aan de hoge energieprijzen in Nederland.
De klagende bedrijven hebben een punt. In Nederland zijn de energieprijzen twee tot drie keer zo hoog als in de omringende landen die de netwerktarieven laag houden met subsidie. Ook de energiebelasting is hier hoger. Het vorige kabinet heeft die verhoogd om energiebesparing en vergroening te stimuleren, maar dat zadelt Nederlandse bedrijven op met een concurrentienadeel.
Veel industriële bedrijven kunnen bovendien niet elektrificeren, omdat er geen ruimte is op het Nederlandse stroomnet. Er is ook veel minder groene waterstof beschikbaar dan een paar jaar geleden werd aangenomen, en die waterstof is bovendien duurder dan verwacht. Tot slot valt ook de vraag naar duurzame industriële producten tegen. Het verdienmodel achter veel verduurzamingsplannen klopt daardoor niet meer.
Op Europees niveau speelt dit ook. China, dat zijn staalindustrie fors subsidieert en veel minder aan klimaatbeleid doet dan de EU, overspoelt Europa met goedkoop staal. De Verenigde Staten doen onder president Donald Trump niet meer aan klimaatbeleid. Het land zet vol in op de winning van (goedkope) fossiele brandstoffen.
Alles over politiek vindt u hier.
Het Nederlandse kabinet heeft het klimaatdoel voor 2030 feitelijk laten varen. Hermans houdt vol dat ze het nog steeds nastreeft, maar zolang ze daar geen beleid op maakt is dat een loze kreet. Het klimaatdoel vergt een flinke extra inspanning, maar een groot deel van de Tweede Kamer wil de kermende industrie niet lastig vallen met nieuw klimaatbeleid.
Kamerleden zijn geschrokken van het bericht, eerder deze week, dat twee chemische fabrieken in de regio Rotterdam gaan sluiten vanwege mondiale overproductie en de hoge energiekosten in Nederland. Als industriële bedrijven uit Nederland vertrekken, gaat de landelijke broeikasgasuitstoot omlaag. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn, zei ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis tijdens het debat: ‘Willen we echt de klimaatdoelen halen door te de-industrialiseren?’
Ook de linkse oppositie wil de industrie en de bijbehorende werkgelegenheid behouden. GL-PvdA, D66, Volt en SP slaan daarom niet aan het ‘klimaatdrammen’, maar vroegen Hermans of zij bedrijven met een slechte verduurzamingsmoraal wil uitzonderen van hulpacties. Hermans ziet daartoe weinig mogelijkheden.
Ines Kostic van de Partij voor de Dieren gaf als enige tegengas. Het Kamerlid zwaaide donderdag met een open brief van dertien economen die schrijven dat de energie-intensieve industrie in Nederland sowieso geen toekomst heeft. Het zou daarom onverstandig zijn miljarden euro’s belastinggeld te steken in het ‘kunstmatig verlengen van de levensduur van sectoren zonder toekomst’.
Kostic’ waarschuwing vond geen gehoor. Hoewel: Joris Thijssen (GL-PvdA) noemde het een ‘probleem’ dat Nederland zo veel energie-intensieve bedrijven telt, omdat die decennia geleden allemaal afkwamen op het goedkope gas uit Groningen. Nu die gasbel is afgesloten, is dat kostenvoordeel verdwenen en passen die bedrijven hier eigenlijk niet meer. Maar de Tweede Kamer wil behouden wat er is.
Henri Bontenbal (CDA) diende met SGP’er André Flach een motie in om de nationale CO2-heffing zo snel mogelijk af te schaffen. Wytske Postma (NSC) wees Bontenbal erop dat dit 4,6 megaton CO2-reductie scheelt, waardoor de klimaatdoelen nóg verder uit zicht raken. Ze vroeg hoe zij dat ‘klimaatgat’ denkt te repareren.
Bontenbal kaatste terug dat het verlagen van de energiebelasting, waar NSC voorstander van is, en de herintroductie van fossiele subsidies die het kabinet overweegt ook allemaal negatief zullen inwerken op de Planbureau-klimaatramingen. De CDA-leider vindt dat klimaatbeleid vooral op Europees niveau geformuleerd moet worden, om te waarborgen dat er in de EU ‘een gelijk speelveld’ is.
Er was tijdens het debat niemand die zich openlijk afvroeg of klimaatbeleid zo geen race naar de bodem wordt. Europa moet immers waken voor een ‘gelijk speelveld’ met China en de VS, teneinde Europese bedrijven te beschermen. Als economische competitiviteit de leidraad is, worden de laagste klimaat- en milieustandaarden ter wereld uiteindelijk altijd de norm.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant