Op de Tweede Maasvlakte is Portlantis verrezen, een state-of-the-art ervaringscentrum met panoramadak, ontworpen door architectenbureau MVRDV. In een interactieve expositie vertelt het Havenbedrijf Rotterdam het brede verhaal van de haven.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Met de drie kwartier durende rit per touringcar vanuit het centrum van Rotterdam naar de Tweede Maasvlakte, langs rokende schoorstenen, raffinaderijen en containerschepen van flatformaat, is het internationale persbezoek aan ervaringscentrum Portlantis eigenlijk al begonnen. Want over dat voorbijkomende industrielandschap, de goederen die er vervoerd en verwerkt worden, en de betekenis daarvan voor de stad, de EU en ons dagelijks leven, wil het Havenbedrijf Rotterdam in Portlantis vertellen.
Architectenbureau MVRDV, onder meer bekend van de Markthal en het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, maakte het spectaculaire ontwerp: een stapeling van vijf grijze ‘dozen’, die lijken op de loodsen die je overal in het havengebied ziet. De dozen zijn ten opzichte van elkaar verdraaid, waardoor balkons zijn ontstaan. Daarlangs kronkelen knalrode trappen richting het uitkijkplatform op het dak, terwijl vanaf de bushalte een betonnen rode loper naar de entree voert.
Zaterdag opent Portlantis de deuren voor publiek, als opvolger van Futureland, het paviljoen dat in 2009, tegelijk met de Tweede Maasvlakte, werd gebouwd om mensen te informeren over de aanleg van het gigantische havencomplex. Bedacht als tijdelijke voorziening, bleef het uiteindelijk zestien jaar staan. ‘Er bleek veel animo’, zegt Eileen Niks, communicatiemanager bij het Havenbedrijf. Het idee ontstond om – op een nieuwe locatie pal aan zee – een permanent expositiegebouw te realiseren, waar ook groepen en relaties kunnen worden ontvangen.
Samen met ontwerpbureau Kossmanndejong ontwikkelde het Havenbedrijf een ‘bezoekerservaring’ waarin je op ‘expeditie’ wordt meegenomen door de haven, met behulp van VR, augmented reality en games. Rondom de tentoonstelling tekende MVRDV het gebouw van 2.500 vierkante meter, dat zich van het archetypische white box-museum onderscheidt door de verdiepingshoge ramen. Daardoor heb je afwisselend uitzicht op het havencomplex, de spaghetti van snelwegen, de rivier en de zee.
Portlantis biedt ‘een leuk dagje uit’, aldus Niks, ‘maar educatie, voorlichting bieden over een carrière in de haven, en het betrekken van belanghebbenden is ook een doel van het centrum.’ De ambitie is om jaarlijks 150 duizend bezoekers te trekken. Een ticket kost 12 euro.
Welke ervaring biedt dat? De expeditie begint bij de twee liften in de hal, gevat in zwarte ‘schoorstenen’, waardoorheen je – terwijl er licht flitst en geluid klinkt – omhoog wordt ‘geschoten’ naar de eerste verdieping. Daar stap je uit in het centrale atrium: een metershoge ruimte waarin een bewegende mobile hangt, met levensgrote, knalgele objecten uit de haven. Een windmolen, een scheepsschroef, een zeecontainer. In het midden staat een reusachtige digitale presentatietafel met daarop een plattegrond van het havengebied.
Met een van de twee glazen liften of de trap ga je verder naar boven, waar je een overzicht krijgt van hoe de haven werkt. Een enorme maquette geeft inzicht in de schaal van de olie- en containerindustrie, en omvat een ijskoude lng-buis. In een game stap je in de schoenen van een cargadoor, of kun je de lading van een schip onderzoeken. Scholieren kunnen in de werkplaatsen petflessen recyclen tot stuiterballen en de werking van een windmolen testen.
Tegen een zeecontainer staan allerhande geïmporteerde producten uit de haven uitgestald, van speelgoed tot hoofdkussens en fruit. Om duidelijk te maken hoe een leven zonder al die spullen eruit zou zien, worden in de container videobeelden van een gezinswoning getoond. Daarin grissen blauwe mannetjes alles wat door de haven is binnengekomen – 60 procent van de inboedel – uit de woonkamer, terwijl de bewoners geschokt toekijken.
Verderop in Portlantis wordt de laatste hand gelegd aan een lichtgevende poort naar een 4D-bioscoopzaal. Wat deze attractie precies behelst, wil Niks niet verklappen, wel dat het ‘Eftelingwaardig’ wordt.
Architect Winy Maas van MVRDV is vooral blij met de zitbankjes bij de ramen, waar de bezoeker zijn blik naar buiten kan richten. Hij hoopt dat Portlantis de discussie op gang brengt over de haven als poort naar de wereld, in een tijd van geopolitieke verandering: ‘Meer of minder transport en export, economische groei versus ontgroeien, van aardolie en schroot naar recycling en schone energie: de haven staat voor grote en paradoxale vraagstukken.’ Hierover wordt gespeculeerd in het laatste deel van de expositie, dat gaat over de toekomst van de haven, waar je doorheen beweegt met een VR-apparaat.
De Engelse journalist Senay Boztas vraagt tijdens het persbezoek waar ze meer te weten kan komen over (drugs)criminaliteit in de haven; ook een groot thema. Niks antwoordt dat de zeehavenpolitie en douane daarvoor verantwoordelijk zijn; de tentoonstelling laat hierover niets zien.
De rondgang eindigt in het restaurant op de bovenste verdieping van het gebouw, dat ook via de buitentrap bereikbaar is. Die trap stond niet in de opdracht, maar is op voorstel van MVRDV toegevoegd. De architecten hebben geleerd van het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen: de daktuin die ze daarvoor ontwierpen had vrij toegankelijk moeten worden, maar is in de praktijk alleen bereikbaar voor bezoekers van het museum. Bij Portlantis kan iedereen gratis het dak op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant