Home

Moet ik me zorgen maken over zilvervisjes in huis? Twaalf kriebelbeestjes onder het vergrootglas

Insecten en mensen leven al eeuwen samen in huis. Welke beestjes kun je beter de deur uit doen, en welke laat je het beste zitten? NRC praat je bij over de bekendste kriebelbeestjes; van muggen en spinnen tot het lieveheersbeestje.

Treft iemand een mug, een wesp of een zilvervisje in of rond huis, dan is het oordeel al snel: wat een rotbeest! Maar veel insecten dragen juist een hoop bij aan onze (huis)natuur, en doen eigenlijk weinig kwaad.

Welke beestjes lopen er allemaal in huis, en welke daarvan zijn wél slechte gasten? We zetten er twaalf op een rij in deze gids. En geven je tips hoe je óók diervriendelijk en duurzaam desgewenst van de beestjes af kan komen.

Nematocera, verschillende soortenMug

Denk je aan de mug, dan denk je waarschijnlijk aan de gewone steekmug (Culex pipiens). Maar Nederland kent wel 34 verschillende soorten muggen, die lang niet allemaal steken. Ook verschillende soorten langpootmuggen (Tipulidae) met hun lange poten en grote vleugels en de varenvouwmug (Sciara analis) zijn vaak geziene gasten in huis. Muggen leggen hun eitjes in water of vochtige grond.

Dat ligt aan de mug. De langpootmug bijvoorbeeld kan beter niet op dezelfde hoop gegooid worden als zijn soortgenoten – die doet geen vlieg kwaad. En sowieso zijn muggen fijn voor het ecosysteem. Ze dienen als voer voor vleermuizen en bepaalde vogelsoorten als zwaluwen – en hun larven houden het water schoon.

Bepaalde soorten muggen zoemen en bijten graag (steken doen steekmuggen dus niet, ondanks hun naam: ze hebben geen angel), zeker ’s nachts. Dat is vervelend.

Maar over een jeukende muggenbeet hoef je je vaak weinig zorgen te maken. De jeuk komt namelijk niet door gif, maar door een allergische reactie op het bloedstollingsmiddel dat de mug inspuit. In Nederland is het risico niet heel groot om ziek te worden van een mug, maar de kans is wel aanwezig.

De ‘gewone’ Nederlandse muggensoorten kunnen de ziekte van Lyme of, in zeer extreme gevallen, malaria verspreiden. De afgelopen jaren is ook de tijgermug (Aedes albopictus) in opmars: die kan het denguevirus (of knokkelkoorts), chikungunya en het zikavirus overbrengen. Deze mug overwintert voorlopig nog niet in Nederland, en kan gelukkig niet ver vliegen: maximaal zo’n tweehonderd meter.

De gemakkelijkste manier om van de mug af te komen, is preventie: zorg er gewoon voor dat er geen water beschikbaar is voor de larven en voorkom dat ze door het open raam naar binnen kunnen vliegen in de zomer.

Toch last van muggen? Er zijn muggenvallen beschikbaar, zowel voor de mug zelf als tegen de larven. Deze werken vaak door de mug aan te trekken met een lokstof en dan vast te zetten, maar ze hebben maar in een beperkte ruimte effect. Je rijkelijk insmeren met DEET is een slecht idee: daar zitten stoffen in die in hoge concentraties schadelijk kunnen zijn voor de mens.

Een klamboe boven je bed en/of horren voor de ramen zijn effectiever én diervriendelijker. En Japanse wetenschappers ontdekten dat zelfs kattenkruid kan helpen.

Tineidae, waaronder kledingmot Tineola bisselliellaMot

Wanneer noem je een vlinder een mot? Je zou kunnen zeggen: een ‘gewone’ vlinder is overdag actief, een mot, ofwel nachtvlinder, ’s nachts, maar in de brij van duizenden mottensoorten gaat dat niet altijd op. Eigenlijk herken je een mot alleen aan zijn twee antennes – vlinders hebben een knopje, motten niet.

Nachtvlinders zijn een hele grote familie, en elk lid is weer anders. De kledingmot bijvoorbeeld houdt niet van nectar, maar andere familieleden doen lekker mee met het bestuiven van bloemen. Anders dan andere vlinders hoeven ze zich niet op te warmen in de zon: ze wekken warmte op door flink met de vleugels te trillen. En sommige motten zijn natuurlijk ook gewoon heel erg mooi om te zien. Zo is de komeetstaartvlinder een soort felgele vlieger met kleuraccenten.

Vespula, verschillende soortenWesp

Limonadewesp, zo wordt een gewone wesp in Nederland wel genoemd: Vespula vulgaris. De geel-zwarte beestjes worden meestal geassocieerd met de zomer, wanneer ze op zoete dingen afkomen. Maar er zijn ook grotere wespen, zoals hoornaars.

Wespen zijn hele nuttige beesten. Het zijn goede vleesopruimers, insectenverdelgers en bloembestuivers (al zijn ze niet zo effectief in bestuiven als hommels en bijen). Zo heeft de natuur op veel vlakken heel erg veel aan de wesp.

Een nest verdwijnt dus vanzelf: daar hoef je niet per se iets voor te doen. Zit het wel in de weg, dan kun je overwegen de Wespenstichting te bellen: die verplaatst nesten zonder gif te gebruiken. Last van individuele wespen? Dek jampotjes en limonade goed af of zet ergens een ‘lokbekertje’ met zoet. Doorgaans zijn wespen alleen aan het einde van de zomer op zoek naar zoet.

Formicidae (verschillende soorten)Mier

De wegmier (Wetenschappelijke naam Lasius niger) is in Nederland een veel geziene gast in de tuin, waar ze hele gemeenschappen opbouwen. De mier is een sociaal wezen, en taken binnen een mierenkolonie worden doorgaans goed verdeeld. De afgelopen jaren kwamen echter ook steeds meer exotische mieren naar Nederland – zo’n veertig uitheemse soorten, waarvan een deel enorme superkolonies vormt die honderden vierkante meters in beslag kunnen nemen.

Inheemse mieren doen weinig kwaad. Ze zijn hoogstens vervelend als je voedsel in de zomer laat liggen. En ze zijn heel belangrijk voor de natuur: ze ruimen organisch afval op en maken de bodem gezond.

Een inheemse mier kun je dus prima laten zitten. Uitheemse soorten kunnen wel een probleem zijn: die stichten soms enorme kolonies onder tegels of binnenshuis en worden aangetrokken door elektrische velden. Een meterkast vol mieren is gevaarlijk. Is de mierenkolonie zo groot dat die honderden meters beslaat, dan spreken we van een superkolonie. Die worden alleen gevormd door exoten.

Isopoda (verschillende soorten)Pissebed

Til een bloempot of steen in je tuin op, en geheid zie je ze. Een pissebed is een zogenoemde ‘troglobiont’, een blind, vaak ondergronds levend insect. Er zijn maar liefst 36 verschillende soorten in Nederland.

Ze leven doorgaans in de tuin en ruimen daar dood bladmateriaal op. Ook zijn ze een populair maal voor egels. Pissebedden zijn de kangoeroes van de insectenwereld: ze dragen hun eitjes met zich mee in zogenoemde broedbuidels; gele bultjes aan de onderkant van het beestje.

Een pissebed vormt hoogstens een probleem voor andere bodemdieren die van bladeren gebruik maken. Is het beestje paars? Dan is die besmet met het voor pissebedden besmettelijke iridovirus en zal hij snel sterven.

Heb je last van pissebedden op een plek waar ze niet horen te zitten? Dan liggen daar waarschijnlijk dode bladeren of dood hout. Ruim je dat op, dan hebben de pissebedden daar ook niks te zoeken.

ZygentomaZilver- en papiervisjes

Zilvervisjes en papiervisjes zijn vleugelloze insecten die zich doorgaans in vochtige omgevingen ophouden. Het papiervisje eet (natuurlijk) papier, het zilvervisje is meer bezig met zetmeel, waaronder ook bijvoorbeeld behangplak. Ze hebben lange antennes en kunnen zichzelf repareren. Ze leven zo’n vijf jaar, en planten zich razendsnel voort.

Met een zilvervisje is eigenlijk niks mis: die eet vooral de rotzooi, zoals schimmels en de neergevallen kruimels van je boterham. Het zijn echte romantici, die elkaar met ‘kopjes’ en draadjes het hof maken. Bovendien heb je met zo’n visje een stukje oertijd in je huis: de franjestaarten, waar zilvervisjes toebehoren, bestaan al zo’n 300 miljoen jaar.

Het zien van een zilver- of papiervisje is voor veel mensen vaak even schrikken, maar ze richten betrekkelijk weinig schade aan, tenzij ze echt in grote getale aanwezig zijn. Ze knagen hoogstens een beetje aan boeken en kleding. Het ovenvisje, nog een variant, kan wel echt grote problemen opleveren: die eet graag lijm en behang. Maar die zijn zeldzaam. Het ovenvisje ontleent zijn naam aan de hete temperaturen waar die van houdt.

Er bestaan sprays en gif, maar die zijn lang niet altijd effectief én soms gevaarlijk voor de gezondheid. Zilver- en papiervisjes kunnen niet tegen hete temperaturen en lage luchtvochtigheid, dus aan stoken en ventileren heb je genoeg. Maar let op, het ovenvisje vindt hitte juist weer prettig: heb je dáár last van, dan kun je het beter koud houden in huis. En dus de ramen opendoen.

Cimex lectulariusBedwants

Met de meeste wantsen hebben we helemaal niks te maken: het zijn kleine insecten met een zuigsnuitje die hun eten leegzuigen, zoals bomen of zaden. Alleen voor de bedwants zijn wij het voedsel. Ze verstoppen zich in bed en bijten ’s nachts – het bewijs zie je ’s ochtends: rode, jeukende bultjes.

Heel erg prettig zijn ze niet om mee te leven, maar de bedwantsen inspireerden wel veel kunst. Zoals in horrorverhaal The Empire of the Ants (1905) van H.G. Wells, of in het liedje de ‘Mean Old Bed Bug Blues’ (1927), gezongen door onder meer Bessie Smith.

Vooropgesteld: bedwantsen verspreiden geen ziekten. Ze zijn wél heel vervelend. Het is dus beter de bedwants uit bed te gooien.

Musca domesticaHuisvlieg

De gewone huisvlieg zie je in elk huis wel af en toe. Ze leven een beetje als mensen: overdag actief (en veel in de keuken), ’s nachts slapen ze op een droog en veilig plekje.

Binnenshuis hebben we er misschien niet zo veel aan, maar de vlieg blijkt een zinnige bron van veevoer. Sowieso is deze eeuwige huisvriend een smakelijk hapje voor elke insectenvreter, van vogels tot reptielen. En de maden kunnen ook behulpzaam zijn: ze maken wonden goed schoon, al gebruiken we tegenwoordig liever antibiotica.

Huisvliegen kunnen best vies zijn: ze gaan op alles zitten, inclusief poep, en verspreiden allerlei bacteriën via hun poten. Bacteriën die zelfs kunnen leiden tot ziektes als cholera, tyfus, tuberculose en lepra. Maar voordat je helemaal begint te griezelen, een geruststelling – we weten helemaal niet in hoeverre ze echt een rol spelen in de verspreiding van deze ziektes. En veel van die bacteriën komen helemaal niet in Nederland voor, dus zitten ze ook niet op de vlieg. In het buitenland kunnen ze wel vervelende ziektes overdragen. Dat verschilt per land.

Er zijn weinig beestjes waarvoor we zoveel vallen hebben uitgevonden als de vlieg. Zelfs een potje azijn is eigenlijk al genoeg. Kies wel bij voorkeur een val zonder lijm of gif: dat is wel zo goed voor het milieu. Gebruik bij voorkeur horren om te voorkomen dat vliegen het huis in kunnen.

Araneae (verschillende soorten)Spin

Spinnen zijn geen insecten: het zijn wezens met meer dan zes poten (namelijk acht). Wereldwijd kennen we 50.000 verschillende spinnensoorten; in Nederland is de kruisspin het meest geziene spinnetje. Gemiddeld hebben we zo’n zes tot twaalf kruisspinnen per tuin. 

We vinden spinnen vaak eng, maar het zijn juist hele handige huisvrienden: ze jagen op vervelende insecten. Buitenshuis zijn ze dan weer lekkere hapjes voor vogels en andere dieren. Ze vervullen zo een zeer centrale functie in de natuur. Hoe minder spinnen, hoe slechter de plaatselijke natuur er waarschijnlijk aan toe is.

In Nederland kennen we eigenlijk geen gevaarlijke spinnen: hoogstens is er de valse wolfsspin, die wel bijt, maar weinig schade aan kan richten. Gewoon laten zitten, dus.

Een individuele spin kan je verwijderen door er voorzichtig een glas of jampotje overheen te zetten. Schuif ’m dan op een deksel of kartonnetje, en neem de spin mee naar buiten toe. Durf je dit niet en wil je liever helemaal niet in zijn buurt komen, dan zijn er speciale spinnenvangers met een steel te koop. Daarmee kun je een spin op afstand ‘oppakken’ (en buiten weer vrij laten). Maar het hoeft dus niet.

Sarcoptes scabieiSchurftmijt

De schurftmijt is een geleedpotige, en eigenlijk een spinnensoort. Ze hebben haakjes aan de poten, waarmee ze zich vasthouden aan een mens. De vrouwtjes hebben scherpe monddelen, die gebruikt worden om in de huid te graven.

Niks. Nou ja, misschien dit: schurft is een van de eerste ziekten waarvan de oorzaak bekend was.

Schurftmijten planten zich voort in de menselijke huid: het vrouwtje graaft een lange gang door huidcellen en legt onderweg eitjes. De larven graven zich weer verder in, voornamelijk in haarzakjes. Je krijgt dan veel rode vlekjes op je lijf. De uitwerpselen en het spuug van de schurftmijt veroorzaakt enorme jeuk, omdat het immuunsysteem van de mens er hard op reageert. Weg ermee, dus.

Heb je bewezen schurft? Neem dan eerst contact op met iedereen waar je direct huidcontact mee hebt gehad, en check of ze niet dezelfde verschijnselen hebben. Smeer jezelf helemaal in met Loxazol, een middel dat de mijt doodt en bij de drogist te verkrijgen is. Was daarna al je beddengoed en kleding die je in de afgelopen dagen hebt gedragen op 60 graden. Mag het niet gewassen worden? Stop het in een zak en laat het drie dagen in een ruimte op kamertemperatuur staan.

Coccinellidae (vele soorten)Lieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes zijn kevertjes, bekend van hun vaak felle kleuren – het zevenstippelige lieveheersbeestje kent iedereen vast wel, met zijn karakteristieke rode pantser en zwarte stippeltjes. Maar er zijn wel 6.000 soorten, verspreid over de hele wereld. Behalve op Antarctica.

Een lieveheersbeestje is een mooi gezicht, met al die kleuren. En een mens doen ze geen kwaad. Onder andere de in Nederland veel voorkomende zevenstippel eet dolgraag bladluis van de planten – dat is fijn voor de tuin.

In principe wel. Alleen in de winter kan het lieveheersbeestje soms vervelend worden: dan trekken ze naar binnen om te schuilen. Als je niet uitkijkt, heb je een kleine plaag in huis. Maar dat hoeft niet per se te betekenen dat die weg moet.

Het beste kun je vooraf goed maatregelen nemen: zorg ervoor dat er geen kieren zijn waardoor de lieveheersbeestjes in huis kunnen komen. Zijn ze er eenmaal, dan kun je beter gewoon wachten. Zodra het warmer wordt, gaan deze kevertjes weer naar buiten.

Pediculus humanus capitisHoofdluis

Hoofdluizen zijn kleine, grijze parasieten die leven in de haren van mensen. Ze kunnen twintig dagen oud worden. Het vrouwtje legt gemiddeld zo’n 5 eitjes per dag op de haren, met waterafstotende plakstof.

Kinderen zullen het niet per se vervelend vinden: die hoeven even niet naar school als er hoofdluis bij ze wordt aangetroffen. En historisch gezien is de hoofdluis ook interessant – wetenschappers vonden ’m al terug op mummies van meer dan 5.000 jaar oud.

Liever niet. De hoofdluis treft primair kinderen – waarschijnlijk omdat die vaker haar-tot-haar contact hebben. De luis bijt zich vast in de hoofdhuid en spuit een goedje in waardoor je hoofdhuid erg gaat jeuken. Niet fijn, en ook niet aan te raden. En voor je het weet heeft iedereen in huis luizen.

Er zijn nog wel bestrijdingsmiddelen tegen luizen te krijgen, maar veel zijn inmiddels verboden: te chemisch en vervuilend. Wat je het beste kan doen, is de haren twee weken lang kammen met een zogenoemde luizenkam. Controleer elke keer op eitjes en luizen – een luis die twee dagen buiten het lichaam verkeert, gaat vanzelf dood. Eventueel zet je het haar op dag 1 en dag 10 een kwartiertje in een goedje dat dimeticon heet, te koop bij de drogist. Daardoor stikken de luizen.

Verantwoording

Deze gids kwam tot stand met de medewerking van NRC-wetenschapsredacteur Gemma Venhuizen. Voor de totstandkoming putte de Slim Leven-redactie onder andere uit het omvangrijke NRC-archief en uit het boek Rotbeesten van Gemma Venhuizen en Tjarko van der Pol.Illustraties en animatie: Marike Knaapen

Source: NRC

Previous

Next