Home

Zij hebben zich laten uitkopen door de overheid en zijn boer-af. Maar miljonair zijn ze er niet door geworden. Dat is een fabeltje

De een denkt dat ze miljonair worden, de ander dat ze zwichten voor dwang. Maar veehouders die zich laten uitkopen doen dat doorgaans uit eigen beweging, en willen vooral iets nieuws beginnen. ‘Eén ding weten we zeker, onze kinderen kunnen nooit meer boer worden.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Wie het erf op loopt van de familie Groote Wolthaar in het Sallandse Haarle, wordt nog altijd verwelkomd door een bord met een afbeelding van een koe en varken. ‘Vleesvarkens en melkveebedrijf’, staat erop. Maar behalve de zwarte labradoedel, die als de bel gaat wild tegen de deur opspringt, is er op het erf geen dier te bekennen.

Wat er wel is: een reusachtig gat in de grond waar ooit een stal voor 90 koeien stond. Een graafmachine raapt de brokstukken van de mestkelder bijeen, schudt de modder eraf en stort ze op een grote hoop. Af en toe komt de graafbak bij een deel van de vloer dat nog vastzit en wrikt dan tot het beton met een zachte krak meegeeft. Achter het huis zijn ook de stallen voor 3.000 varkens verdwenen. Boven de overgebleven mestkelders hangt de zurige geur van ammoniak nog in de lucht.

Ton (60) en Karin (55) Groote Wolthaar zijn boer-af. Ze doen mee aan de uitkoopregeling voor piekbelasters, die het vorige kabinet in het leven riep om de stikstofneerslag op natuurgebieden te verminderen. In mei vorig jaar zijn de laatste dieren vertrokken. Over een paar weken is de sloop klaar. Het zand om de gaten te vullen ligt er al.

Het was voor hen een logisch besluit. Tot zijn pensioen doorgaan zag Ton sowieso niet zitten. ‘Nog een paar jaar 70 uur in de week, dat had ik niet volgehouden’, vertelt hij aan de keukentafel. In het gezin met vier kinderen – twee zoons, twee dochters – was de jongste zoon van 18 de laatste hoop voor de opvolging. In coronatijd liep hij een paar weken met zijn vader mee, omdat hij vanwege de pandemie elders geen stage kon krijgen. Het was geen succes. ‘De liefhebberij die ik heb, zit er bij hem niet in. Dan moet je er ook niet aan beginnen.’ De zoon wil politieagent of buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) worden.

Weggezet als judassen

De komende jaren had de familie Groote Wolthaar flinke investeringen moeten doen in uitstootbeperking en dierenwelzijn. Investeringen die niet in een paar jaar zijn terugverdiend. Dus toen toenmalig minister van Natuur en Stikstof Christianne van der Wal (VVD) in juni 2023 een uitkoopregeling voor veehouders aankondigde, sloegen Ton en Karin aan het rekenen. Nu meedoen? Of nog een paar jaar door en dan verkopen? ‘Het was vrij snel duidelijk dat we mee gingen doen’, zegt Ton.

Bijna 1.700 aanmeldingen zijn er voor Van der Wals uitkoopregelingen, 5 procent van alle veehouders in Nederland. Het verhaal van Ton en Karin Groote Wolthaar is typerend. Een groot deel van de stoppers nadert de pensioenleeftijd of is die gepasseerd, heeft geen opvolger en ziet het niet zitten om de investeringen te doen die nodig zijn om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Uitkoop is een manier om hun eigen zaken netjes af te ronden en tegelijkertijd ruimte te scheppen voor boeren die wel door willen.

Toch zijn weinig stoppers bereid in de krant te vertellen waarom ze dat doen. Buiten de sector leeft het idee dat stoppers dankzij de ‘woest aantrekkelijke regeling’ (dixit Van der Wal) zorgeloos kunnen gaan rentenieren. Collega-boeren nemen het hun juist kwalijk dat ze zwichten voor maatschappelijke druk. Farmers Defence Force-voorman Mark van den Oever noemde veehouders die zich laten uitkopen ooit ‘judassen’. Ook zakenrelaties trekken hun handen af van stoppers – waarom tijd en geld investeren in iemand met wie je over een paar maanden toch geen zaken meer kan doen?

Dit alles maakt je uitspreken over stoppen onaantrekkelijk. Zelf schiet de boer er weinig mee op. Niemand is trots dat zijn levenswerk – en in veel gevallen ook dat van ouders en grootouders – wordt afgebroken.

Toch zijn er een paar veehouders die in de Volkskrant hun verhaal willen doen, om misvattingen uit de wereld te helpen. Rijk worden ze er niet van: wat overblijft na de sloop en aflossing van leningen moet worden opgegeven voor de inkomstenbelasting. Gedwongen tot stoppen zijn ze evenmin.

Vakantiewoningen

Zelfs een onverwacht bezoek van fokkerijcoöperatie CRV, die ook de melkproductie registreert, kon Ton en Karin niet op andere gedachten brengen. Met een jaarlijkse productie van 14.363 kilogram melk per koe waren hun koeien de productiefste van heel Nederland. Ze kregen taart en een bos bloemen. ‘We zijn letterlijk op ons hoogtepunt gestopt’, concludeert Ton.

Inmiddels heeft de familie Groote Wolthaar heel andere plannen. De ligging tussen twee natuurgebieden – de Sallandse Heuvelrug en het Boetelerveld – leverde ze het label piekbelaster op. Nu biedt die ligging plotseling kansen: op het erf willen Ton en Karin een camperstalling en vakantieappartementen bouwen.

Willen, want sinds een uitspraak van de Raad van State van december vorig jaar staan die plannen op losse schroeven.

‘We gaan straks terug van een stikstofdepositie van 2.980 mol, naar 0,04 mol’, schetst Ton. Een reductie van 99,999 procent. Middels intern salderen (binnen een locatie schuiven met stikstofruimte) mochten stoppers tot 15 procent van hun oude stikstofdepositie gebruiken voor nieuwe activiteiten. De Raad van State heeft intern salderen echter vrijwel onmogelijk gemaakt. Als reactie heeft de provincie Overijssel de verlening van natuurvergunningen op basis van intern salderen opgeschort tot 1 februari 2026.

‘Dat vind ik wel het meest frustrerend’, zucht Ton vertwijfeld. ‘Als ik niet oppas, sta ik weer een jaar stil.’ Hij knikt naar het gat waar ooit zijn koeienstal stond. ‘Je ziet hoever we nou zijn.’

Terug kunnen ze niet meer, maar ze mogen door de uitspraak ook niet vooruit. Ze zitten klem. Ze kunnen hun oude vergunning niet eens laten intrekken – een vereiste om 60 procent van het uitkoopbedrag te ontvangen. De sloop bekostigen ze van het eerste voorschot van 20 procent. Ondertussen loopt de hypotheek door.

Gevangen in wetgeving

Groote Wolthaar rekent erop dat er een oplossing komt. ‘Er zijn veel boeren die zich nog kunnen terugtrekken’, merkt hij op. Lang niet iedereen die zich heeft aangemeld, heeft al een handtekening gezet onder het uitkoopcontract. Trekken veel veehouders zich terug vanwege juridische onzekerheid, dan wordt de stikstofopgave voor het kabinet nog groter.

‘Er is echt een groot nieuw probleem ontstaan’, constateert Herbert Oldehinkel. Met zijn bedrijf De Erfontwikkelaar helpt hij (ex-)boeren met het herinrichten van hun erf. Zeventien van zijn klanten doen mee aan een uitkoopregeling, een groot aantal van hen heeft last van de nieuwe uitspraak. ‘We zitten gevangen in onze eigen wetgeving.’

Oldehinkel kan erover meepraten, ook hij en zijn vrouw Karin laten zich uitkopen. Op hun varkenshouderij in Radewijk, in het Overijsselse Vechtdal, zijn bouwvakkers al bezig hun oude kantoor om te bouwen tot woonhuis voor Herberts ouders. Ze doen hun verhaal daarom aan de keukentafel, waar Karin een stapel oude papieren uit haar handtas trekt. ‘Herberts ouders zijn aan het opruimen, die hebben dit bewijs van eigendom onlangs gevonden.’ Kort voor de oorlog vestigden Herberts grootouders zich er als eersten, op 26 april 1945 kregen ze de eigendomspapieren van de gemeente.

Oldehinkel (42) is op het bedrijf opgegroeid en wilde het van kinds af aan overnemen. ‘Boer worden was echt mijn droom.’ In 2006 stapte hij in bij het bedrijf van zijn ouders, dat binnen enkele jaren in omvang verdubbelde naar 4.500 varkens.

Tegelijkertijd werd Oldehinkel steeds vaker ingeschakeld door collega-boeren die iets anders met hun erf wilden. ‘Dat groeide en groeide’, vertelt hij. Het beviel hem beter dan boeren. ‘Ik ben heel creatief, boer zijn is best een eenzaam en eentonig beroep.’

In 2017 besloten hij en zijn vrouw Karin het bedrijf te verhuren. Vanaf dat moment zijn ze nog maar om het weekend verantwoordelijk voor de dieren op hun erf. Het maakt de stap naar helemaal stoppen aanzienlijk kleiner.

Toch is het wennen, vindt Oldehinkel. ‘Er zijn nu nog 500 varkens, dus het wordt stil op de boerderij, letterlijk stil. Het voelt een beetje un­heim­lich.’ Hij staat tussen de verlaten dierverblijven, met naast hem de gedemonteerde hokken, en strekt zijn armen wijd. ‘Deze stallen gaan allemaal weg.’

Creatief erf

Ook zijn vrouw Karin (38), opgegroeid op een melkveebedrijf, is gewend aan het leven op de boerderij. ‘Ik heb altijd gezegd: ik wil nooit een relatie met een boer.’ Het gebeurde toch, een varkensboer nota bene. Aan de geur op het erf is ze nooit gewend geraakt. ‘Dat ga ik niet missen.’

De Oldehinkels waren van plan hun bedrijf tot 2030 te verhuren, en dan opnieuw de balans op te maken. De uitkoopregeling haalde dat naar voren. Al snel begon het plannen maken. ‘Je gaat een beetje dromen samen. We zouden dit kunnen doen, of dat …’, vertelt Herbert. Terwijl zijn klanten goed nieuws kregen, moest Oldehinkel wachten. ‘Dat is toch wel een spannende periode.’

Door de grote animo voor de uitkoopregelingen was aanvankelijk niet duidelijk of iedereen kon meedoen. Begin 2024 verhoogde het kabinet het budget, naar 2,9 miljard euro. De aanmelding van de Oldehinkels werd uiteindelijk goedgekeurd.

‘Eén ding weten we zeker: onze kinderen kunnen nooit meer boer worden’, zegt Herbert. Hun zoon van 11 en dochter van 9 zeggen dat ze dat ook niet willen. ‘Moeten we het dan nog tien jaar volhouden voor het geval dat ze van gedachten veranderen?’

Als de stallen weg zijn willen de Oldehinkels een ‘creatief erf’ bouwen, met onder meer een groter kantoor en vergaderruimten. ‘Het moet een inspirerende plek zijn, waar we laten zien wat er mogelijk is.’ De zonnepanelen die nu nog op de stallen liggen, komen in een veldopstelling rond de gebouwen te liggen. In de oude mestkelders komt een vijver.

Daarvoor moeten eerst de laatste dieren nog weg. Eind maart gaan ze naar de slacht. Of dat een moeilijk moment wordt? ‘Varkens zijn altijd maar vier maanden bij ons’, zegt Herbert nuchter. ‘Ze komen en gaan, je hebt geen namen en rugnummers. Dat is heel anders dan wanneer je tachtig koeien hebt, die je allemaal kent.’

Nieuw evenwicht

Ton Groote Wolthaar denkt er net zo over. ‘Bij varkens is het niet moeilijk als ze weggaan, bij koeien echt wel. Op een paar na heb ik ze allemaal helpen wegbrengen naar collega-veehouders.’ Dat hij andere boeren blij heeft kunnen maken met zijn prijswinnende dieren, verzacht de pijn. ‘Het is heel anders als je ’s morgens de koeien melkt, en je weet dat ze twee uur later dood zijn.’

Het idee dat ze door iets of iemand gedwongen zijn te stoppen, willen beide families de wereld uithelpen. ‘We hebben hier met ons volle verstand voor gekozen’, stelt Karin Oldehinkel. Eindeloos hebben ze er aan deze keukentafel met elkaar over gesproken de afgelopen jaren. Door te stoppen, hopen ze boeren uit de omgeving die wel door willen een kans te bieden.

‘Ik vind het superknap van de jonge varkenshouders die doorgaan, want die krijgen echt wat voor de kiezen. Ze doen het voor de buitenwereld nooit goed’, vindt Herbert. ‘Terwijl we het helemaal niet zo verkeerd doen. Alleen zitten we in een heel klein landje, in een delta, met veel grote opgaven. We moeten een nieuw evenwicht vinden tussen landbouw, natuur en andere behoeften.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next