Home

Greenpeace vreest voor bankroet vanwege toegekende schadeclaim van 667 miljoen dollar in de VS

Een jury in North Dakota heeft Greenpeace schuldig bevonden aan smaad tegen het Texaanse energiebedrijf Energy Transfer. De milieubeweging vestigt haar hoop op een hoger beroep en een rechtszaak die zij zelf in Nederland heeft aangespannen tegen het concern.

Energy Transfer is eigenaar van een omstreden oliepijpleiding die in 2017 werd aangelegd in de Amerikaanse staat North Dakota. De leiding voert dwars door een reservaat van de Standing Rock Sioux, een indianenstam. Zij vreesden voor vervuiling van hun land. Aan protesten tegen de aanleg in 2016 en 2017 namen duizenden mensen deel, in sommige gevallen werd geweld gepleegd.

Aan de protesten tegen de Dakota-pijplijn werd in februari 2017 een einde gemaakt door de politie en de National Guard, de reservestrijdkrachten die door de federale regering en de staten worden ingezet als ondersteuning voor lokale troepen of het leger. Hoewel de pijpleiding werd afgebouwd, is zij nog niet in gebruik. Energy Transfer mist nog een cruciale vergunning om olie te transporteren onder Lake Oahe, een meer in South Dakota.

Volgens Energy Transfer heeft Greenpeace mensen tegen het bedrijf opgehitst met een misleidende campagne. Eerder wilde het Texaanse bedrijf via een federale rechtszaak 300 miljoen dollar (275 miljoen euro) van Greenpeace, maar die zaak werd afgewezen. Vervolgens spande Energy Transfer een rechtszaak aan in North Dakota bij een lokale rechtbank.

Zes keer jaarbudget

De advocaat van Energy Transfer zegt dat het bedrijf door de protesten een schade heeft opgelopen tussen de 265 en 340 miljoen dollar. Hij vroeg de jury dit bedrag te verdubbelen en te verhogen met bijkomende kosten. Het bedrag waar de jury nu op is uitgekomen komt neer op zes keer het jaarbudget van de milieugroepering.

Greenpeace voerde vergeefs aan de protesten niet te hebben georganiseerd. De milieu-organisatie beschuldigt Energy Transfer ervan de beweging met misleidende claims te belasteren, met als doel kritische stemmen het zwijgen op te leggen. In de VS wordt wel gesproken van een Slapp-rechtszaak (Strategic Lawsuits Against Public Participation), die door ondernemingen worden gebruikt om activisten monddood te maken. Meestal worden zulke rechtszaken niet aangespannen om te winnen, maar om tegenstanders af te schrikken.

Vorig jaar stemde het Europese Parlement in met een richtlijn waarmee lidstaten Slapp-processen kunnen verhinderen. De richtlijn is evenwel niet bindend. Toch heeft Greenpeace op basis van de richtlijn een rechtszaak in Nederland aangespannen tegen Energy Transfer. De zaak begint in juli bij de rechtbank in Amsterdam.

In beroep

In de VS gaat Greenpace in beroep tegen het vonnis. Deepa Padmanabha, jurist voor Greenpeace USA, zegt dat rechtszaken als die over de protesten in Dakota de vrijheid van meningsuiting en het recht om te protesteren dreigen in te perken. ‘Greenpeace zal zich blijven inzetten voor de bescherming van deze fundamentele rechten voor iedereen.’

Het vonnis raakt het Amerikaanse en het internationale kantoor van Greenpeace, dat in Amsterdam is gevestigd, en het Greenpeace Fund. Andere buitenlandse vestigingen van de organisatie blijven buiten schot. Greenpeace vreest voor een bankroet, als het ook in hoger beroep de schadeclaim niet van tafel krijgt. Aan giften en andere inkomsten ontvangt Greenpeace jaarlijks iets meer dan 100 miljoen euro. Greenpeace heeft zo’n 85 miljoen euro aan bezittingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next