Home

Als Schoof van zijn enerzijds-anderzijds-dooiedienderproza af wil, heb ik nog wel wat tips

‘Noem mij Ron’ had zomaar de beroemdste korte openingszin uit de wereldliteratuur kunnen worden, als Herman Melville de verteller in Moby Dick niet Ishmael had genoemd, naar de zoon van Abraham, maar Ron, naar Ron König, de burgemeester van Deventer. Ron König is gek op korte zinnen. En die liefde breng hij graag over op zijn ambtenaren. In een reportage van Pieter Hotse Smit op de Volkskrant-site werd beschreven hoe in verschillende gemeenten uit alle macht de communicatie (brieven) tussen overheid (zakkenvullers) en burgers (gewone mensen) trachten (proberen) te vereenvoudigen (voor iedereen begrijpelijk te maken). Vaak zijn gemeentebrieven meerdere kantjes lang en staan ze vol met ambtelijke woordgoochelarij als ‘wortelopdruk’ en ‘parkeerproduct’. Parkeerproduct… Sommige woorden verdienen een taakstraf.

Ook Dick Schoof was lang ambtenaar. ‘Hoge ambtenaar’, wordt er altijd bij vermeld. Dat we niet denken dat er zomaar iemand achter het loket persoonsbewijzen vandaan is gevist. Mogelijk houdt in die achtergrond zich de verklaring schuil van Schoofs tweet na de Israëlische bombardementen op Gaza deze week.

Ik citeer hem even helemaal: ‘Verontrustende en trieste berichten uit Gaza waar opnieuw heel veel dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. Het is in het belang van de Palestijnse en Israëlische bevolking, in het bijzonder de families van de gegijzelden, dat alle partijen zich houden aan de afgesproken voorwaarden. Dat betekent een staakt-het-vuren, het vrijlaten van de gijzelaars en humanitaire hulp voor de bevolking van Gaza. Nederland blijft alle partijen met klem oproepen zich aan de afspraken te houden.’

Allemachtig. Dan toch liever ‘parkeerproduct’.

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De feiten: om enkele Hamas-bazen te kunnen raken werden overal in Gaza vele honderden slachtoffers gemaakt. Onder hen: meer dan honderd kinderen. De bombardementen vormden het einde van een bestand, en zijn geen goed nieuws voor de Israëlische gijzelaars, maar wel voor Netanyahu’s politieke positie. Voor de beelden van de gevolgen verwijs ik naar een van de foto’s bij het artikel van Thom Canters en Gabriel Eisenmeier, ook op de site van deze krant: een kleuter in een bordeauxrode pyjama, de blote voeten op de vuile tegels en het gezicht met bloed besmeurd. Daarnaast: een baby in een berenpakje op een brancard.

Ze lijken allebei niet meer te leven.

Die foto’s… Je kijkt ernaar en je hebt geen idee wat te zeggen, te schrijven – je betwijfelt of je op korte termijn nog aan iets anders zult kunnen denken. Al gaat dat laatste vaak opvallend snel. Iedereen past zich aan, voortdurend. Steeds nieuwe morele loopings, nieuwe dimensies van ellende, en altijd is er wel een politicus die de boel in zulk enerzijds-anderzijds-afspraak-is-afspraak-liever-geen-dader-benoemen-waar-er-één-vecht-hebben-er-twee-schuld-dooiediender-proza giet dat diplomatie vanzelf lafheid wordt en dat ‘genocide’ klinkt als ‘parkeerproduct’.

En voor je er erg in hebt, ben je er alweer aan gewend. Maud Vanhauwaert schreef in De Morgen: ‘Al snel worden de feiten weer geklasseerd, slaan we de bladzijde om, en pakken we onze eigen draad weer op.’ Die eigen draad, dat is onze premier. Aan zijn ambtelijk gezwam trek je je op uit de onvoorstelbare actualiteit en denk je onwillekeurig: zo even plaatsnemen in een vorm van energie van het stralingsproduct van een middelgrote type G hoofdreeksster (spectraalklasse 2GV).

Misschien, schreef Vanhauwaert, is het tijd voor een wereldwijde werkonderbreking. Tegen de oorlog. Prima. Ik stel daarnaast voor: een dagelijkse mini-werkonderbreking voor onze politiek leiders waarin ze kort voor zichzelf kunnen oefen-formuleren wat er in de wereld gebeurt. Tips: gebruik korte zinnen. Wees duidelijk. En noem het wat het is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next