Het lukt het kabinet maar niet om bindende klimaatafspraken te maken met de grootste industriebedrijven van Nederland. Ondanks jaren van onderhandelingen staat slechts één van de geplande vijftien afspraken op papier. Het is de vraag of daar nog veel bij komen.
In de Nederlandse industrie regent het slecht nieuws. Deze week verdwenen in de Rotterdamse haven honderden banen door de sluiting van chemie- en pigmentfabrieken. Bedrijven klagen steen en been over hoge energiekosten en weggevallen subsidies.
Ook op het verduurzamingsfront is weinig positiefs te melden. De vergroening van de industrie komt nog nauwelijks op gang, bleek vorig jaar uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit. De vermindering van de uitstoot tot nu toe komt vooral door krimp. Ondertussen zijn de klimaatdoelen voor 2030 uit beeld geraakt.
De zogeheten maatwerkafspraken tussen het kabinet en de industrie moesten uitkomst bieden. In ruil voor extra verduurzaming zou de overheid zorgen voor subsidies en andere steun, zoals een versnelde aanleg van de benodigde infrastructuur. Het moest leiden tot 3,5 miljoen ton aan extra CO2-besparing en een toekomstbestendige industrie.
Toenmalig minister Micky Adriaansens zei de maatwerkafspraken voor het eind van 2023 te willen afronden. Maar de eerste bindende afspraak werd pas eind vorig jaar getekend, met zoutwinner Nobian. Nog eens tien bedrijven hebben met het kabinet een intentieverklaring getekend, maar het is onduidelijk of daar nog afspraken uit zullen rollen.
In een Kamerbrief schreef klimaatminister Sophie Hermans (VVD) deze week dat ze niet wil ingaan op de voortgang met individuele bedrijven. Volgens haar vinden er nog "bepalende gesprekken" plaats over de "concretisering van enkele maatwerktrajecten". Een aantal noemde ze niet.
Daarom deed NU.nl een rondgang langs alle dertien bedrijven die nog in beeld zijn voor maatwerksubsidies. Van de negen bedrijven die op onze vragen reageerden, zeggen er slechts twee iets concreets over de planning van de onderhandelingen. AnQore, onderdeel van het Limburgse chemiecomplex Chemelot, streeft naar een bindende klimaatafspraak in het derde kwartaal van dit jaar. Zeeland Refinery hoopt op een afspraak voor het eind van het jaar.
De overige zeven bedrijven zeggen met het kabinet in gesprek te blijven, maar noemen geen datums. In sommige gevallen lijkt een klimaatafspraak uitgesloten of hoogst onzeker. BP zegt dat extra verduurzaming niet mogelijk is door problemen met waterstof- en CO2-infrastructuur, een trage vergunningverlening en hoge kosten.
Veel andere bedrijven houden de status van de gesprekken vaag. Shell blijft in "goed overleg" met de overheid, maar citeert ook een eerdere uitspraak van Hermans: "De transitie naar een klimaatneutrale industrie is in een uitdagende fase terechtgekomen."
Kunstmestfabrikant Yara noemt het gebruik van groene waterstof voorlopig "niet haalbaar en ook nog eens onbetaalbaar". "Over de gevolgen daarvan spreken we", zegt woordvoerder Gijsbrecht Gunter. Het duurzame gas maakte minder dan twee jaar geleden nog wel deel uit van de intentieverklaring in aanloop naar een klimaatafspraak.
Afspraak of niet, de gesprekken met het kabinet werpen volgens Gunter wel hun vruchten af. Door "schouder aan schouder" met de overheid te werken, houdt Den Haag beter rekening met de zorgen van de industrie over de beperkte ruimte op het stroomnet, trage vergunningverlening en hoge energiekosten.
Het zijn juist die onzekerheden die er nu voor zorgen dat bedrijven niet willen investeren in verduurzaming, constateerden ambtenaren van Hermans' ministerie afgelopen december in een interne presentatie. Daardoor gaat de uitstoot van de grootste industriebedrijven in 2030 met slechts 9 miljoen ton omlaag, terwijl het doel 16,5 miljoen ton was.
Omdat 2030 al dichtbij komt, valt daar vermoedelijk weinig meer aan te doen. Daarom wordt in de klimaatafspraken nu ook gekeken naar verduurzaming ná 2030, blijkt uit het ambtelijke document waar NRC eerder over schreef. Het ministerie wil de onderhandelingen uiterlijk dit jaar afronden.
De gesprekken met staalfabrikant Tata Steel zijn het bepalendst voor de verduurzaming van de Nederlandse industrie. Het bedrijf is verreweg de grootste uitstoter van het land en de plannen om 'groen staal' te maken, kunnen in één keer miljoenen tonnen aan CO2-besparing opleveren.
Hoe het met de onderhandelingen staat, is voor de buitenwereld een mysterie. Tweede Kamerleden zijn hier onlangs over bijgepraat, maar pas nadat zij een geheimhoudingsverklaring hadden ondertekend. Tata Steel zelf zegt alleen dat de gesprekken "op een constructieve manier" doorgaan.
Er is ook kritiek op de plannen om de zware industrie met overheidssteun overeind te houden. Een groep hoogleraren schrijft donderdag in een open brief dat het kabinet eerst goed moet nadenken over welke industrieën van economisch en strategisch belang zijn voor Nederland en Europa. Ook de Raad van State riep het kabinet onlangs op om met zo'n visie te komen.
Volgens de experts hebben de energie-intensiefste bedrijven de afgelopen tijd juist veel winst uitgekeerd aan aandeelhouders in plaats van te investeren in verduurzaming. Ze vormen een relatief klein deel van de economie, maar een groot deel van de nationale energiebehoefte. "Geld, ruimte, netcapaciteit, duurzame energie en arbeid zijn schaars en moeten strategisch worden ingezet", schrijven de hoogleraren.
Zij betwijfelen of een bedrijf als Tata Steel überhaupt nog een toekomst heeft in Nederland als duurzame energie elders goedkoper kan worden opgewekt. Tegelijk is het van strategisch belang om een Europese staalindustrie te behouden, vinden de experts. "Dat vraagt om keuzes op Europees en nationaal niveau."
De Tweede Kamer debatteert donderdagavond over de verduurzaming van de industrie.
Source: Nu.nl economisch