Home

Ik droom al tijden van een digitale wolk die om je heen hangt en die je met zachte hand naar plekken duwt waar je heen moet

is columnist voor de Volkskrant.

Er komt een moment in je leven dat je niet meer genoeg hebt aan een agenda om je eraan te herinneren wat je moet doen op een dag. Want je moet je dan ook herinneren dat je in je agenda moet kijken, en dat lukt niet altijd. En natuurlijk: ik heb een digitale agenda in mijn telefoon die constant meldingen geeft, maar juist omdat dat vrij vaak gebeurt, neem ik die meldingen niet meer zo heel bewust waar.

Een tijdlang onderving ik dit alles met het waterdichte systeem ‘met een stukje plakband een stukje papier op de telefoon plakken waarop de dingen staan die je moet doen’, maar dat systeem bleek minder waterdicht dan het leek, want het papiertje viel vaak van mijn telefoon af, of ik raakte gewend aan het papiertje, net als aan al die meldingen, en dan zag ik het niet meer.

Ik droom al tijden van een soort digitale wolk die om je heen hangt, het liefst met een gezichtje en armpjes, die je met zachte hand naar afspraken of plekken duwt waar je heen moet – naar de Etos omdat je tandenborstel al twee weken kapot is, of naar je laptop omdat er een deadline wacht.

Maar die wolk bestaat nog niet.

Mijn nieuwe, meest waterdichte methode tot nu toe was: wekkers zetten. Een wekker kun je niet negeren, en die wekker is dan verbonden aan iets wat moet. Maar al gauw merkte ik dat als de wekker ging, ik niet meer wist waarom ik hem had gezet, en daarom begon ik dat in de notities in mijn telefoon te zetten: ‘Wekker: apotheek’ of ‘Wekker: huisarts’. Feilloos systeem.

Behalve als ik toch vergeet te noteren met welke taak de wekker correspondeert. 4 uur ’s middags ging de wekker, hard en doordringend, en tegen de vriendin met wie ik had afgesproken zei ik: ‘Ik moet nu iets doen.’ Maar nergens had ik opgeschreven wat, en ik wist het niet meer.

Dan maar doorgekletst en hopen dat het me vanzelf zou gaan dagen dat ik een gerepareerde fiets moest ophalen, dringend een rekening moest betalen of deze werkdag nog een onlineformulier moest invullen.

‘Hoe is het met Wally?’, vroeg de vriendin na een uur. Wally! Mijn hond! Die zat in haar eentje op mij te wachten in het huis van de oppas. Dat was die wekker. Ik had haar allang moeten ophalen.

Vol sorry’s rende ik weg, vol sorry’s kwam ik aan bij Wally. Geheel tegen haar natuur in zat ze niet keihard te blaffen uit angst dat ze voor eeuwig aan haar lot was overgelaten, iets wat ze normaal al doet als je haar vijf minuten alleen laat. Ze had eens moeten weten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next