Na 100 miljoen verkochte exemplaren van haar Hongerspelen-boekenreeks komt Suzanne Collins met een nieuw deel: een prequel. Is het nog spannend als je weet hoe het afloopt?
schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.
In de langverwachte prequel van de populaire reeks De hongerspelen bedankt schrijver Suzanne Collins haar lezers voor het meeleven: ‘ook al wist je hoe het zou aflopen’. Logisch, want dat de 16-jarige hoofdpersoon Haymitch Abernathy als enige van 48 generatiegenoten een arena overleeft die gruwelijker is dan ooit tevoren, dat weten de fans al. Kennelijk is Collins dit keer op iets anders uit dan spanning. Maar wat?
De eerste delen van de serie, waarvan volgens de uitgever wereldwijd meer dan honderd miljoen exemplaren zijn verkocht, vertellen hoe Katniss Everdeen na het winnen van haar editie van de spelen wordt gedwongen nóg een keer mee te doen. Op dat moment breekt er een opstand uit tegen het Capitool, dat al 75 jaar lang jongens en meisjes uit de twaalf arme districten van het post-apocalyptische Panem tegen elkaar laat vechten in een live uitgezonden, flitsend gemonteerd televisieprogramma van meerdere dagen. Waarom komt die opstand niet veel eerder?
Dageraad boven de boete speelt zich 25 jaar eerder af tijdens de hoogtijdagen van de onderdrukking en stelt precies die kritische vraag: is een meerderheid die zich weigert te verzetten niet medeschuldig aan de leugens en schaamteloze macht van een minderheid? Een interessante en dringende kwestie, zeker in het licht van de huidige grimmige ontwikkelingen in Amerika, waarnaar Collins nog openlijker dan in haar eerdere boeken verwijst.
En dat is nu net waar de tienerserie – de enige die het verkoopsucces van de veel bravere Harry Potter benadert – haar aantrekkelijkheid aan dankt: de duistere vergelijking met onze eigen tijd.
Op het vlakke opstelproza van Collins is wel het nodige aan te merken. Met twaalf districten en 48 deelnemers heeft ze het zichzelf onnodig moeilijk gemaakt. Dat zijn veel te veel landschappen, achtergronden en personages om een gezicht te krijgen dat beklijft. Karikaturale personages die maar een paar alinea’s blijven leven, worden op een gegeven moment met murw schouderophalen begroet.
Het is de grootmoedige schelm Haymitch die ervoor zorgt dat het verhaal toch blijft boeien. We leren hem kennen op weg van een illegale drankstokerij naar zijn grote liefde, vernoemd naar de onbereikbare Lenore uit het sombere The Raven van Edgar Allan Poe; daaruit citeert Collins overvloedig.
Haymitch, die vast ook niet toevallig dezelfde achternaam heeft als de mensenrechtenactivist Ralph Abernathy, wordt rebel tegen wil en dank. Hij vecht voor Lenore omdat hij ertoe gedwongen wordt. De kans die hij krijgt om de Hongerspelen te saboteren, neemt hij op de koop toe. Dat komt hem duur te staan.
In dat betekenisvol balanceren tussen kracht en kwetsbaarheid, lichtvoetigheid en zelfopoffering, is de prequel wél geslaagd. Wie zich verzet wacht vernedering en de dood, wie zich niet verzet ook. Wat kies je? En maakt dat uit? Daar laat het indrukwekkend wrange Dageraad boven de boete de lezers zich 450 bladzijden ongemakkelijk over voelen. Want die weten al: dit komt pas over 25 jaar goed.
Suzanne Collins: De Hongerspelen 5 – Dageraad boven de boete. Uit het Engels vertaald door Maria Postema. Van Goor; 464 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant