De beste vriendin van Anne Frank ergerde zich aan mensen die zich ten onrechte voordeden als goede vriendin van Anne.
‘Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank.’ Zo begon volgens Jacqueline van Maarsen haar vriendschap met het meisje dat het bekendste slachtoffer van de Holocaust zou worden. Anne haalde haar in toen de 12-jarige Jacqueline met de fiets van het Joods Lyceum in Amsterdam op weg was naar huis. ‘Een klein sprietig meisje met glanzend zwart haar en een spits gezichtje kwam buiten adem naast mij rijden’, noteerde Van Maarsen in haar memoires. Aan het eind van het schooljaar in 1942 schreef Anne in haar dagboek over Jacqueline: ‘Wij zijn veel samen en zij is nu mijn beste vriendin.’
De meisjes zagen elkaar bijna dagelijks. Ze maakten samen huiswerk, logeerden bij elkaar en lazen dezelfde Joop ter Heul-boeken. Jacqueline was op het feestje voor de 13de verjaardag van Anne, die toen van haar ouders het roodgeruite dagboek kreeg dat haar wereldberoemd heeft gemaakt. De hechte vriendschap duurde tien maanden, tot het gezin Frank in juli 1942 onderdook in het Achterhuis.
Van Maarsen heeft lang gezwegen over haar band met Anne. ‘De eerste 25 jaar na de bevrijding werd er weinig over de oorlog gepraat’, vertelt haar zoon Maarten Sanders. ‘Je wilde niet laten merken dat je een Joodse achtergrond hebt. Mijn moeder zag het ook niet als een kwaliteit van zichzelf dat ze klasgenootje van Anne was geweest.’
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Ze koos voor openbaarheid nadat de stiefdochter van Anne’s vader Otto Frank haar levensverhaal had gepubliceerd, waarin zij verwees naar haar contact met Anne. Volgens Van Maarsen had deze stiefdochter Anne nooit gekend. ‘Zij vond dat er misbruik werd gemaakt van de bekendheid van Anne Frank’, zegt Sanders. ‘Dat stak haar.’ Uit verontwaardiging nam ook zij de pen op.
In 1990 verscheen Anne en Jopie, waarin ze haar vriendschap met Anne beschrijft. Dat boek trok veel belangstelling, vooral in het buitenland. Daarna volgden meer publicaties en talloze vertalingen. In De erflaters (2004) liet ze zich kritisch uit over de ‘Anne Frank-industrie’ en over degenen die zich ten onrechte voordeden als goede vriendin van Anne.
Haar jeugdboek Je beste vriendin Anne werd in 2012 bekroond met de Zilveren Griffel. Het gezin waarin Jacqueline opgroeide, had de oorlog overleefd dankzij doortastend ingrijpen van haar moeder. Die slaagde erin de registratie als Jood voor zichzelf en haar dochters ongedaan te maken. Zo ontkwamen ze aan deportatie. Met zijn ‘arische’ echtgenote en een vals bewijs van sterilisatie, werd ook Jacqueline’s vader gespaard. Het grootste deel van diens familie vond daarentegen de dood in de vernietigingskampen.
Toen Anne zat ondergedoken in het Achterhuis schreef ze een afscheidsbrief aan Jacqueline, die nooit is verstuurd. ‘Ik hoop dat we elkaar spoedig weer zullen zien, maar het zal vermoedelijk toch niet voor het einde van de oorlog zijn.’ Na de bevrijding kreeg Jacqueline de brief uit handen van Otto Frank, de enige overlevende van het gezin. De twee hielden contact tot de dood van Frank in 1980.
Van Maarsen trouwde in 1954 met Ruud Sanders, met wie ze drie kinderen kreeg. Toen die hun jongste jaren achter de rug hadden, ging ze aan de slag als boekbinder. Met succes. Voor haar originele ontwerpen ontving ze tal van prijzen. Sinds de jaren tachtig reisde ze de wereld over om lezingen te geven over de Tweede Wereldoorlog, antisemitisme en haar vriendschap met Anne.
Tot op hoge leeftijd bleef Van Maarsen voordrachten houden op Nederlandse en Duitse scholen. Vorig jaar schonk ze haar gekoesterde poesiealbum, met daarin een handgeschreven versje van Anne, aan het Anne Frank Huis. Haar laatste levensjaar bracht ze door in het verzorgingshuis Beth Shalom in Amsterdam. Ze overleed 13 februari, op 96-jarige leeftijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant