‘Verbluffend’, ‘prachtig’, ‘aanstekelijk’: boekenkaften zijn bezaaid met loftuitingen van andere schrijvers. Achter die ‘blurbs’ schuilt een circuit waar vriendjespolitiek op de loer ligt en blurbers de boeken niet altijd hebben gelezen. ‘Het woord vertelt precies wat er aan de hand is: je schijt een compliment uit.’
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
In het voorjaar van 2017 mailt schrijver Jan van Mersbergen zijn collega Peter Buwalda met een verzoek. Of Buwalda zin heeft om de nieuwe thriller van Van Mersbergen, Dagboek uit de rivier, te lezen en aan te prijzen? Op het omslag een ronkende loftuiting afdrukken van Buwalda, een literair fenomeen dankzij zijn in 2010 verschenen debuutroman Bonita Avenue, is een fijn kwaliteitskeurmerk en zal de verkoop helpen, hopen Van Mersbergen en zijn uitgeverij.
‘Van Mersbergen is geen vriend van me’, zegt Buwalda, ‘maar ook zeker geen vijand. Als we elkaar zien, zijn we aardig voor elkaar. Dus als hij zoiets aan me vraagt, is het moeilijk nee zeggen.’
Er is wel een probleem. Dagboek uit de rivier gaat al bijna richting drukker en Buwalda heeft geen tijd om de 216 bladzijden nog te lezen. Hij belandt in een spagaat, want hij wil zijn ‘halve vriend’ helpen, maar als hij zijn boek ongelezen de hemel in prijst, bedriegt hij de lezer. Toch doet Buwalda dat. Terugblikkend noemt hij dat ‘gênant’.
De aanprijzingen-op-aanvraag staan in de boekenwereld bekend als ‘blurbs’. Een ‘vies woord’, zegt Buwalda. ‘Een blurb is een onomatopee, het woord vertelt precies wat er aan de hand is: je schijt een compliment uit. Laat ik het helder stellen: als iemand zijn kaft graag onder mijn reet houdt, wil ik daar best op kakken.’
Blurbs kunnen lastig te onderscheiden zijn van ‘quotes’, eveneens juichkreten die op boekomslagen staan, maar daartussen bestaat een cruciaal verschil, zegt Buwalda. Quotes zijn bijvoorbeeld afkomstig uit recensies of interviews. ‘Die worden spontaan gegeven en dus is het een uitstekende zaak om die op een boek te zetten. Maar als ik jou vooraf vraag om iets aardigs over mijn boek te zeggen, wat bij een blurb gebeurt, is dat natuurlijk corrupt.’
Toch mailt Buwalda aan Van Mersbergen, die Dagboek uit de rivier heeft geschreven onder het pseudoniem Frederik Baas, uiteindelijk de volgende blurb: ‘Baas bouwt spanning en suggestie op zoals een bever een dam: gestaag, waterdicht, met verbluffend resultaat’.
Van Mersbergen was er blij mee, zegt hij telefonisch over Buwalda’s blurb. ‘Goeie tekst, toch?’
Achteraf kreeg Buwalda geen spijt. ‘Omdat ik het een goed boek vond, ben ik het gaan lezen. Toen bleek het gelukkig inderdaad een goed boek te zijn.’
Het blurbcircuit is een moreel mijnenveld, zegt Buwalda. De vijf à tien verzoeken die hij jaarlijks krijgt, worden vaak vergezeld door de mededeling dat de aanvrager een liefhebber is van Buwalda’s werk. ‘Met glijmiddel word je er ingetrokken. Zie dan maar te weigeren. Bovendien wil je niet arrogant overkomen.’
IJdelheid speelt ook mee. ‘Je geeft jezelf een compliment door er een te geven’, zegt Buwalda. ‘Een schrijver die niet serieus wordt genomen, krijgt dit soort verzoeken niet.’
Bij een slecht boek gaat Buwalda al tijdens het lezen door een ‘zelfverkozen mangel’. ‘Want na zo’n eervol verzoek wil ik niet de boel verstieren. Stel je voor dat ik het manuscript van Bonita Avenue aan Thomas Rosenboom had gegeven en een dag voordat het naar de drukker gaat, laat hij me weten dat hij het niks vindt. Dat is een flinke domper.’
Dus heeft Buwalda flink wat ‘huichelachtige’ blurbs gegeven. ‘Je kunt natuurlijk niet op het omslag schrijven: ‘Dit is een wanstaltig boek’ – Peter Buwalda. Dus schrijf ik wat iemand wil horen. Zo misleidend is het. Eigenlijk ben ik groot voorstander van het besluit van Simon & Schuster. Schaf ze gewoon af.’
Simon & Schuster vraagt haar auteurs niet langer om blurbs te ronselen. Dat maakte de Amerikaanse uitgeverij in januari bekend. Zowel het vragen als het geven van blurbs kost tijd, schreef uitgever Jonathan Karp in vakblad Publishers Weekly. Tijd die beter kan worden besteed aan het schrijven van zo goed mogelijke boeken. Bovendien zijn blurbs volgens Karp vriendendiensten die leiden tot een ‘incestueus en onmeritocratisch literair ecosysteem’ waarin netwerk belangrijker is dan talent.
Ook in de Nederlandse boekhandel zijn blurbs overal. Boeken worden aangeprezen als ‘ijzersterk’, ‘prachtig’, ‘pakkend’, ‘een boek dat je niet mag missen’, ‘geweldig aanstekelijk’, ‘een uitnodiging om groots te denken’, ‘een enorme inspiratiebron’, ‘een diepgaand perspectief op het doel van het leven’, ‘krachtig en inspirerend’, ‘een grote bron van inspiratie’, ‘een wake-upcall’, ‘fantastisch’, ‘overtuigend’, ‘fucking interessant’ – en dit gaat alleen nog maar over Morele ambitie, het laatste boek van Rutger Bregman.
De term werd in 1907 gemunt door de Amerikaanse schrijver Frank Gelett Burgess, schrijft de Britse copywriter Louise Willder in haar boek Blurb Your Enthusiasm – An A-Z of Literary Persuasion. Bij een advertentie van een van zijn boeken beeldde hij een vrouw af, Belinda Blurb, die zegt dat het werk van Burgess je aanzet om ‘door dertig mijl tropisch regenwoud te kruipen en iemand in de nek te bijten’.
Op omslagen van Amerikaanse ‘sensatieromans’, zoals die over detective Nick Carter (vanaf 1886), verschenen al rond de eeuwwisseling flapteksten en blurbs, zegt Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In Nederland, waar op het omslag dan nog uitsluitend ruimte is voor de naam van de auteur en het boek, werd daar toen nog op neergekeken.
Maar Amsterdam, waar de grote Nederlandse uitgevers zijn gevestigd, was niet immuun voor ‘bestselleritis’. Volgens Joost Nijsen, oud-uitgever en schrijver van ABC van de literaire uitgeverij, begon de commercialisering in 1964 toen Jan Cremer op het omslag van zijn schelmenroman Ik Jan Cremer pontificaal ‘de onverbiddelijke bestseller’ afdrukte – ook op de eerste druk, toen er nog nul exemplaren over de toonbank waren gegaan.
Cremer, die vorig jaar overleed, beweerde eens tegenover Peter Buwalda dat er op de Amerikaanse uitgave van zijn boek een blurb stond van niemand minder dan Elvis Presley. Cremer zou een blurbverzoek hebben verstuurd naar Colonel Tom Parker, de in Breda geboren manager van Elvis.
Op Ebay speurt Buwalda sindsdien naar oude uitgaven van I, Jan Cremer om te kijken of de lof van Elvis erop staat. Tot dusver zonder resultaat. ‘Cremer, die wist dat ik Elvis-bewonderaar ben, zou het ook gewoon verzonnen kunnen hebben’, zegt Buwalda. ‘Zo niet, dan vind ik het echt de opperblurb.’
De eerste blurbs op Nederlandse boeken verschenen een stuk later, pas in de jaren negentig, vermoedt hoogleraar Kuitert. Dat is ook een gevolg van techniek. In Nederland staan blurbs vaak op buikbandjes, smalle stroken papier die om een boek worden gewikkeld, en die bestonden volgens haar in de jaren tachtig nog niet. ‘Maar misschien heb ik die gemist.’
Ze herinnert zich een ‘visuele blurb’ op De overval, een roman van Rogi Wieg uit 1997. Die lag in de winkel met een buikbandje met daarop een foto van Wieg, geflankeerd door Joost Zwagerman en Leon de Winter, met daaronder hun juichende citaten – ‘Groucho Marx leeft’, aldus De Winter.
Kuitert: ‘Dat twee schrijvers het zo opnamen voor een andere schrijver die maar niet door wilde breken, is me altijd bijgebleven als een bijzonder moment in de Nederlandse literatuurgeschiedenis.’
Ook Joost Nijsen plaatst het begin van de blurb in Nederland in de jaren negentig. In 1993 kreeg hij van journalist Liesbeth Koenen het e-mailadres van de Britse neuroloog Oliver Sacks, met het verzoek een blurb te regelen voor haar boek over gebarentaal. ‘Tot mijn verrassing was hij daartoe bereid’, zegt Nijsen, ‘al verbond hij daar wel een geldbedrag aan: 500 dollar. Ik meen dat we dat toen hebben betaald.’
In de Verenigde Staten bestaat een heuse blurbindustrie. ‘Salman Rushdie verdient er goed aan’, zegt Connie Palmen. Van Nederlandse collega’s die er een dergelijk handeltje op na houden, heeft ze geen weet. ‘Anders zou ik ze onmiddellijk verraden.’
Begin jaren negentig brak Palmen door met haar debuutroman De wetten. Sindsdien wordt ze onder aanvragen bedolven. ‘Ik krijg denk ik elke week wel een verzoek voor een blurb.’ De aandacht streelt haar ego niet. ‘Ik weet wel dat mensen blij zouden zijn met een blurb van mij. Ik hoef mijn status niet door anderen bevestigd te krijgen.’
Vrijwel alle aanvragers krijgen hetzelfde antwoord. ‘Ik ben iemand die goed haar grenzen kan aangeven. Mijn favoriete woord is nee.’ Bij haar uitgeverij Prometheus ligt een standaardafwijzing klaar. ‘Ik ben daar consequent in.’
‘Enorme stampij’ heeft ze dan ook gemaakt toen ze boven op het omslag van Naar de overkant van de nacht, een roman uit 2011 van Jan van Mersbergen, zag staan dat Connie Palmen dat ‘de meest tedere roman’ vond die ze ooit las. ‘Eva Cossée, de uitgever van Jan, heeft daar nooit toestemming voor gevraagd en nooit persoonlijk excuses voor aangeboden. Terwijl ze mijn integriteit heeft aangetast en mijn naam misbruikt.’
Palmen heeft die bewoordingen gebruikt op het filmfestival van Vlissingen tijdens een ‘mooi, persoonlijk gesprek waar veel tranen vloeiden’, zegt Van Mersbergen. ‘Ik vond dat leuk om te horen en in mijn enthousiasme deelde ik dat met mijn uitgeverij. Die wilde het als blurb gebruiken, wat ik natuurlijk prima vond, mits daar toestemming voor werd gevraagd. Blijkbaar is daar iets misgegaan.’
Aanvankelijk was Palmen wel akkoord met de blurb, mailt Eva Cossée, van uitgeverij Cossee, al kan ze dat niet ondersteunen met bewijs. Hoe Palmen dat zou hebben laten weten – schriftelijk of mondeling – kan ze zich niet meer herinneren. Toen Palmen er bezwaren tegen heeft gemaakt, heeft Cossée de blurb van de volgende druk verwijderd en haar excuses aangeboden aan de uitgeverij van Palmen.
Palmen wantrouwt blurbs en waakt voor het bedrijven van vriendjespolitiek. ‘Daarom zit ik ook nooit in jury’s. Want een schrijver die ik niet mag, zal ik nooit een prijs geven, al heeft die het beste boek ter wereld geschreven. Zo grootmoedig ben ik niet.’
Gearriveerde schrijvers een blurb vragen is ‘ongelofelijk gênant', zegt Malou Holshuijsen, die in 2021 debuteerde met Zachtop lachen, een ‘ontroerend en bij vlagen ontluisterend’ boek volgens Ronald Giphart. ‘Je vraagt toch om vriendendiensten aan mensen die vaak niet eens vrienden van je zijn.’
De schrijvers die nieuwe stemmen ‘in de etalage zetten’ is Holshuijsen dankbaar. ‘Door mensen als Herman Koch en Ronald Giphart oogt de boekenwereld toegankelijk. Wees welkom, zeggen ze eigenlijk.’
Herman Koch staat niet overal voor open. Een jonge schrijver stuurde hem eens ongevraagd een pak papier op dat niet door zijn brievenbus paste. ‘Daar werd ik heel onwillig van’, zegt hij. ‘Vraag eerst even of ik het wil lezen.’ Welwillend wordt hij als iemand eerst een lief briefje schrijft. ‘Dan ga ik in elk geval de eerste twee hoofdstukken lezen. Als het dan goed is, lees ik door.’
Soms schrijft de aanvrager dat Koch het boek überhaupt niet hoeft te lezen. ‘Dat heb ik, om eerlijk te zijn, één keer gedaan. Ik wist dat die schrijver goed was en vertrouwde erop dat zijn boek dat ook zou zijn. Toen heeft zijn uitgeverij me een blurb voorgelegd en heb ik gezegd dat ik me daarin kon vinden.’
Als hij wel zelf een blurb schrijft, snijden uitgevers daar vaak stevig in. ‘Van een langere tekst blijft soms alleen nog ‘geestig en ontroerend’ over. Ik zeg altijd wel dat ze mijn blurb mogen inkorten, maar dan vergeet ik er ‘liever niet tot drie woorden’ bij te zeggen.’
Zeker na het internationale succes van The Dinner kreeg Koch geregeld blurbaanvragen voor Engelstalige uitgaven, onder meer van de Amerikaanse schrijver David Vann. ‘An instant literary classic, loaded with suspense’, zei Koch op de Britse uitgave van Buwalda’s Bonita Avenue. Koch: ‘Voor mezelf is het ook goed om daarop te staan. Het is toch een soort affiche waar Britten naar zullen kijken en denken: (met Engels accent) Herman Kotsj, die moeten we blijkbaar kennen.’
Onlangs heeft Koch besloten dat hij ermee ophoudt – uitzonderingen daargelaten. ‘Een gemiddeld boek is 250 pagina’s. Daar ben ik al gauw een week mee bezig. Er zijn nog zoveel boeken die ik wil lezen en als dit daar ook nog bijkomt, wordt het een beetje veel. Ik heb weleens meegemaakt dat ik een boekhandel binnenliep en daar vier boeken zag liggen met een blurb van mij erop.’
Dat de naam van Koch lang niet alleen op zijn eigen boeken stond, viel ook anderen op. ‘Ik zie bij iedere blurb vooral het in verlegenheid gebrachte hoofd van Koch voor me’, schreef Marja Pruis in 2010 in De Groene Amsterdammer. ‘Uit pure opgelatenheid of vage vriendendienst hoest hij maar weer een dooddoener op.’
Koch, nu: ‘Ja, daar heeft ze groot gelijk in.’
Hoewel blurbs vaak bol staan van de clichés – Koch heeft altijd geprobeerd ‘betoverend’ te vermijden ‘maar dat is lastig, want blijkbaar werkt zo’n woord toch betoverend’ – zijn ze niet zonder betekenis.
Ze onthullen iets over de Nederlandse literaire cultuur, zegt Connie Palmen. ‘Vaak lees je dat een roman ‘je van begin tot einde vastpakt’ of dat soort kletskoek. Een roman moet hier vooral een plot hebben. In Nederland trek je geen lezers met ‘de nieuwe James Joyce’ of ‘de nieuwe William Faulkner’. Integendeel. Daarmee jaag je ze weg.’
Uit blurbs blijkt ook dat een bepaalde mening nog altijd als superieur wordt gezien, schrijft Gaea Schoeters in de essaybundel Optimistische woede – Fix het seksisme in de literatuur. ‘Een blurb van een mannelijke collega is goud waard voor een vrouwelijke auteur, maar geen man die een aanbeveling van een vrouw op zijn cover zet’, aldus Schoeters. ‘Voor je het weet is je roman een vrouwenboek.’
En blurbs onthullen ook een hiërarchie. ‘Het omslag is een slagveld. Alleen de bekendste namen zijn zeker van hun plek’, zegt Malou Holshuijsen. Op de eerste druk van Zachtop lachen stond nog een inhoudelijke aanbeveling van haar vriendin, Volkskrant-journalist Cécile Koekkoek, maar die verdween nadat Splinter Chabot tijdens een talkshow had gezegd dat hij het boek ‘snel en erg grappig’ vond.
Hoewel blurbers vaak schromelijk overdrijven en soms zelfs jokken, hoeft dat niet altijd het geval te zijn, zegt Milou Klein Lankhorst, uitgever bij journalistiek platform De Correspondent, dat ook boeken uitgeeft. Vriendendiensten ondermijnen de geloofwaardigheid van blurbs, erkent ze. ‘Daarom vragen wij lang niet altijd collega-auteurs, maar juist experts uit andere hoeken: de wetenschap, politiek, media’, mailt ze. ‘Wij hopen dat onze boeken beoordeeld worden op de inhoud.’
Bij ieder boek stelt De Correspondent een lijstje kandidaten op. ‘Mensen die inhoudelijk iets met het onderwerp hebben, daar iets geloofwaardigs over kunnen zeggen én aansprekend zijn.’ Het is moeilijk te achterhalen hoeveel boeken er extra worden verkocht door een blurb van Joris Luyendijk, Arjen Lubach of Roxane van Iperen – de meest begeerde blurbers voor De Correspondent volgens Klein Lankhorst. ‘Maar ik kan me goed voorstellen dat een lovend oordeel van een expert de lezer of boekhandelaar overtuigt.’
Geen van de benaderde uitgevers overweegt om net als Simon & Schuster te stoppen met het vragen om blurbs. Verstandig, vindt literair agent Lolies van Grunsven. ‘Boekenkaternen worden dunner, er zijn weinig boekenprogramma’s op tv, de cultuur staat onder druk. Elke mogelijkheid die we hebben om het boek in de aandacht te zetten, moeten we aangrijpen. Waarom zouden we elkaar niet een beetje helpen?’
Peter Buwalda pleit wel voor afschaffing. ‘De redenatie is altijd dat de blurb goed is voor je boek’, zegt hij. ‘Maar er is maar één ding dat je boek helpt en dat is je boek zelf.’ Blurbs kunnen zich zelfs ‘als een boemerang’ tegen je boek keren, zegt hij. ‘Ik zag eens zoveel poëtische aanbevelingen dat ik vooral concludeerde dat de schrijver een ontzettende ritselaar moest zijn.’
Als bekroond auteur heeft hij nu makkelijk praten, beseft hij. ‘Maar ik ben altijd tegen blurbs geweest. De eerste druk van Bonita Avenue is mooi maagdelijk.’ Nadat hij recensies heeft geoogst, zet hij wel graag quotes daaruit op de tweede druk, inclusief vindplaatsen. Maar blurbs, bezweert Buwalda, zul je nooit op zijn Nederlandstalige boeken aantreffen. Hoewel, er is één uitzondering. ‘De enige blurb die ik zou nemen, zou die van Elvis zijn, zoals bekend een groot lezer.’
Source: Volkskrant