Het is niet realistisch om te verwachten dat iedere politieagent zomaar wijkagent kan zijn. Want die rol betekent niet enkel criminaliteit bestrijden en de wet handhaven, maar ook het respectvol en rechtvaardig omgaan met burgers in hun dagelijkse activiteiten.
Op 13 maart verscheen een opiniestuk van onze collega-onderzoeker Tim Verlaan, getiteld ‘Meer blauw op straat helpt nauwelijks de criminaliteit terug te dringen’. Hoewel dit stuk uitnodigt tot reflectie over hoe de politie te werk gaat en wat we nu eigenlijk van de politie verwachten, zijn er toch enkele belangrijke nuances die nader belicht moeten worden in dit debat.
Allereerst is het van belang om een onderscheid te maken tussen ‘meer blauw op straat’ en ‘meer politie in de wijken’. Deze begrippen worden in het opiniestuk gelijkgesteld, maar er zijn essentiële verschillen tussen de twee. ‘Meer politie in de wijken’ duidt op een specifieke maatschappelijke benadering van politiewerk, vaak samengevat onder de noemer ‘gebiedsgebonden politiewerk’. Dit model benadrukt de noodzaak van een politieorganisatie die zowel fysiek als sociaal dichtbij de burger staat.
De politie ontleent in dit kader haar democratische legitimiteit niet alleen aan haar bevoegdheden, maar vooral aan haar zichtbare en betrokken aanwezigheid in de publieke ruimte en mogelijk ook bij uitbreiding in haar online aanwezigheid. Hierin fungeert zij niet louter als verlengstuk van de staat, maar juist als een essentiële verbindingsschakel tussen burger en overheid.
Over de auteurs
Jasper De Paepe is promovendus Team Politiestudies (Institute of Security and Global Affairs) aan Universiteit Leiden en Universiteit Gent. Joery Matthys is universitair docent Team Politiestudies (Institute of Security and Global Affairs) aan Universiteit Leiden.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
‘Meer blauw op straat’ verwijst vooral naar de zichtbaarheid van politieagenten in de openbare ruimte. Dit roept de vraag op wat er precies van de politie wordt verwacht tijdens hun aanwezigheid in het publieke domein. Het kan bijvoorbeeld gaan om ‘proactive policing’, een aanpak die door Verlaan wordt bekritiseerd. Hierbij wordt van agenten verwacht dat zij actief criminaliteit bestrijden door te surveilleren en informatie te verzamelen die later mogelijk kan bijdragen aan strafrechtelijke onderzoeken. Dit benadrukt de noodzaak van een doorlopend en hernieuwd debat over de rol en functie van de politie in onze samenleving.
In de Strategische Agenda van de Nationale Politie wordt gesteld dat de organisatie bewuste keuzes moet maken over haar taken en verantwoordelijkheden. Er wordt daarbij gepleit dat politie zich niet uitsluitend hoeft te richten op criminaliteitsbestrijding, maar ook haar signaalfunctie moet vervullen door maatschappelijke ontwikkelingen en knelpunten te registreren en door te geven.
In diezelfde Strategische Agenda wordt ook de nadruk gelegd op een ‘verbonden politie’, met een rol in preventie, bemiddeling en maatschappelijke stabiliteit. Haar aanwezigheid in de wijken is dus niet alleen gericht op repressie of criminaliteitsbestrijding, maar ook op het versterken van sociale cohesie en het
opbouwen van vertrouwen tussen burger en overheid.
Dit alles lijkt een veel grotere nadruk te leggen op gebiedsgebonden politiewerk, en niet zozeer op proactive policing. Dit brengt ons bij de laatste zin van het opiniestuk: ‘Is het niet beter eerst de huidige problemen op te lossen, voordat we toekomstige problemen proberen te voorkomen?’ Deze vraag is interessant, maar suggereert een keuze tussen het aanpakken van dringende kwesties enerzijds en het investeren in langetermijnoplossingen anderzijds. De strategische agenda lijkt te pleiten voor een evenwichtige combinatie van beide.
Misschien toont het opiniestuk van Tim Verlaan, alsook dit opiniestuk, vooral aan hoe breed en veelzijdig het takenpakket van de politie is, en daardoor de noodzaak aan een veelheid van vaardigheden en competenties. Het is dan ook niet realistisch om te verwachten dat iedere politieagent zomaar wijkagent kan zijn, of zelfs moet zijn. Maar agenten moeten zich er wel van bewust zijn dat hun legitimiteit niet alleen gebaseerd is op hun formele bevoegdheden, maar ook op hun positie binnen de samenleving.
Dat betekent niet enkel criminaliteit bestrijden en de wet handhaven, maar ook het respectvol en rechtvaardig omgaan met burgers in hun dagelijkse activiteiten. Dat impliceert dus veel meer dan ‘er gewoon zijn’, en is moeilijk in meetbare termen uit te drukken. Maar in de huidige tijden van polarisering en wantrouwen tegenover publieke diensten, kan het wel degelijk een groot verschil maken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant