Een zeldzaamheid, het Boekenbal werd geopend en na afloop geen zuur dat ’t weer niks was. Ongekend, op het podium ook andere talen dan Nederlands: Twents, Zeeuws, Surinaams, Turks en veel Limburgs. CPNB-voorzitter Eveline Aendekerk sprak het moeilijkste publiek van het land toe in haar moedertaal, het Roermonds.
Geen idéé welke taal zij sprak, zei een schrijver. Limburgs had ze nooit gehoord. En gek is dat niet. Van alle regionale talen in Nederland is er geen waarvan de gebruikers zich buiten de eigen contreien zo besmuikt bedienen.
Over de auteur
Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant. Ze presenteerde Buitenhof en werkte zes jaar in Afrika. Ook schreef Luyten onder meer Het geluk van Limburg en de biografie Moederland, de jonge jaren van Máxima Zorreguieta.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Eenmaal student bleek mijn moedertaal een bananenschil. Huisgenoten brulden van de lach toen ik vroeg voortaan ‘de wc af te trekken’. Mijn laatste onbevangenheid verdampte toen ik een provinciegenoot in het Limburgs aansprak. Een verbijsterde medestudent zei: ‘Nog nooit zag ik een mooie vrouw zo snel lelijk worden.’
Je weet genoeg. Steek het compliment in je zak en laat je moerstaal thuis. Hier werken granieten vooroordelen. Accent en dialect definiëren status en intelligentie, al zijn de associaties bullshit. Dat werkt lang diep door, een beetje als het manipulatieve gaslighting: de dialectspreker, de Limburger, twijfelt aan zichzelf, denigreert zichzelf. Uit onderzoek blijkt dat veel Amerikanen die een Brits accent horen, onbewust de spreker hogere intelligentie toedichten. Een Limburgse vertelde me dat wanneer op landelijke radio of tv iemand met Limburgs accent praat, zij denkt: man, wat klinkt dat dom.
Terwijl het spreken van een lokale taal aantoonbare en grote voordelen heeft. Het is een vrachtschip vol cultuur en identiteit, superlijm voor gemeenschappen. De regionale eerste taal is verankerd in de linkerhersenhelft, cruciaal voor intuïtie en emotionele verwerking. Tweede en derde talen zijn meer afhankelijk van de rechterhersenhelft en rationeler, afstandelijker. Ik woonde in Kampala, sprak thuis Nederlands en verder Engels, maar er viel een steen op mijn teen en ik vloekte Limburgs. Zooo, dacht ik, terwijl het bloed uit mijn teen spoot, dat zit diep.
Meertaligheid geeft grotere taalgevoeligheid; mensen met een lokale taal of dialect verwerven makkelijker andere talen en zijn vaak beter in spelling. Ik was 7 toen mijn moeder me leerde welke Nederlandse woorden je schrijft met ij of ei: klinkt in het Limburgs ‘ie’, dan schrijf je ‘ij’. Het sterkste Limburgse accent in het Nederlands hoor je bij mensen die geen Limburgs kunnen. Voor wie Nederlands de tweede taal is, voegt de klank zich al snel naar de omgeving. Identiteit is dan niet in het geding.
Eentaligheid is iets Europees, vertelt taalonderzoeker Leonie Cornips. Van de wereldbevolking is 75 procent meertalig, maar natiestaten fixeerden er één. In Nederland spreekt ongeveer 40 procent dialect (inclusief Amsterdams, Haags, Rotterdams), maar dat aantal daalt. Omdat in Groningen slechts 30 procent van de ouders met hun kinderen Gronings spreekt, ontwikkelde de universiteit een onlinecursus. In de Limburgse mijnstreek ontdeden mensen zich van hun taal toen de vooruitgang kwam met ingenieurs uit Delft. Wie hogerop wilde, sprak met zijn kinderen ‘Hollands’. Het resultaat: koelhollesj, een gemankeerd Nederlands met granieten accent. Achterstelling, achterstand, en het verlies van identiteit, (kerk)gemeenschappen en andere samenhang dreef mensen naar politieke bewegingen die identiteit en vijandsbeelden paren aan een nostalgische toekomst.
Als een collega uit het zuiden me in het Limburgs schrijft, antwoord ik stuntelig. Nieuwkomer in mijn moedertaal; nooit leerde ik schrijven in die rijke taal van mijn hart. Ook tegen de collega hield ik even stand – gewoon appen in het Nederlands. Hij hield vol en ik ben om. Ik spel hardop zinnen die zingen. Strooi accenten, trema’s en ae’s om de muziek van onze toontaal te vangen. En daar heb ik dus echt lol in, nondeju.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant