Home

Tandeloze honingberen en geredde orang-oetans vinden een veilig thuis bij Femke den Haas

Femke den Haas groeide in twintig jaar tijd uit tot de bekendste redder van wilde dieren in Indonesië. Haar speurhonden vinden jaarlijks duizenden gesmokkelde beesten – van schildpadden tot gibbon-apen – die uiteindelijk weer worden vrijgelaten.

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont op Bali.

Er zijn in Indonesië wel meer westerlingen die zich bekommeren om dierenwelzijn. Geen overbodige luxe in een land waar geverfde kuikens worden verkocht op schoolpleinen, geketende apen dansen voor toeristen en zeldzame diersoorten worden verhandeld door smokkelaars.

Maar hun acties beperken zich doorgaans tot een geldinzameling voor zwerfhonden of een strandschoonmaak voor zeeschildpadden. Maar zoals Femke den Haas, die door heel Indonesië zes opvangcentra runt voor geredde dieren – van orang-oetans tot dolfijnen –, en speurhonden traint om gesmokkelde dieren te vinden op vliegvelden en in zeehavens, is er niemand.

Prominente dierenbeschermer

De 47-jarige Femke den Haas, een tengere vrouw met getatoeëerde armen en vingers, begon ooit als tiener met vrijwilligerswerk op Borneo en groeide uit tot een prominente dierenbeschermer in Indonesië. Zeldzame dieren als gibbon-apen, orang-oetangs, Brahmaanse wouwen (een havik-achtige, red.), honingberen of zeeschildpadden die de Indonesische politie onderschept, worden overgedragen aan Den Haas en na rehabilitatie weer vrijgelaten.

Haar stichting JAAN (Jakarta Animal Aid Network) is een soort Indonesische versie van de Nederlandse Stichting AAP, waar zij ook als vrijwilliger werkte. Maar dan groter en exotischer.

Zo snel mogelijk van school af

Den Haas wordt in 1977 geboren in Kameroen, waar haar vader ontwikkelingswerk doet. Haar lagere school staat in Den Haag, tot haar vader een baan krijgt op de Nederlandse ambassade in Algerije. Daar voelt zij zich naar eigen zeggen niet vrij. ‘Ik mocht daar niet alleen over straat, de Franse school was zeer streng, heel anders dan mijn oude montessorischool’, zegt Den Haas in een interview op Bali, waar zij met haar Indonesische man en hun 13-jarige zoon woont.

Als zij 12 is, vertrekt Den Haas op eigen verzoek naar een internaat in Zeeland. ‘Ik koos voor de mavo, want ik wilde zo snel mogelijk van school af.’ Op haar 16de verhuist ze naar een Haags kraakpand.

Haar ouders, inmiddels gestationeerd in Indonesië, nodigen hun dochter uit op bezoek te komen. Ze vraagt de vermaarde orang-oetangredder Willie Smits, eveneens een Nederlander, of zij mag helpen in diens opvangcentrum in Kalimantan.

Dat is inmiddels een populaire bestemming voor (betalende) vrijwilligers, maar in 1995 is het niet meer dan een verzameling houten barakken in het regenwoud, waar geen westerling het lang uithoudt. Den Haas leert ter plekke Indonesisch en blijft een halfjaar. ‘Ik volgde de apen door het bos en leerde ongelooflijk veel.’ Terug in Nederland gaat ze aan de slag bij Stichting AAP; ‘s avonds haalt ze haar havodiploma en volgt een tweejarige opleiding tot dierenartsassistent.

Eigen project

De kans om een eigen project op te zetten komt na een telefoontje van Smits, die haar naar een ziekenhuiskamer in Amsterdam dirigeert. Daar vraagt filantroop en dierenbeschermer Paulina Schmutzer – terminaal ziek – of Den Haas haar werk met primaten in Indonesië wil voortzetten. ‘Ik voelde me zeer vereerd, ik had haar maar één keer eerder ontmoet’, zegt Den Haas.

Onder leiding van Smits en gesteund door een royaal legaat, helpt Den Haas de apenverblijven verbouwen in de dierentuin van Jakarta tot het internationaal geprezen Schmutzer Primate Center. Een chimpansee bijt een deel van haar duim af, maar dat was volgens Den Haas haar eigen schuld. Tegelijkertijd helpt ze een opvang opzetten voor in beslag genomen dieren, naast de luchthaven van Jakarta. Later volgen nog vijf centra bij vliegvelden en havens.

Eigen weg

Den Haas gaat in 2002 haar eigen weg, als de erven Schmutzer zich na een conflict met de Indonesische regering terugtrekken. Van haar mentor Smits is ze steeds meer verwijderd geraakt. ‘Hij vond dat ik mij moest beperken tot bedreigde dieren. Maar ja, hij staat niet in het veld. Als ik een makaak (een niet-bedreigde apensoort, red.) tegenkom aan een ketting, dan neem ik die ook mee.’

Het typeert volgens oud-directeur David van Gennep van Stichting AAP zijn voormalige vrijwilliger. ‘Femke denkt niet in ecosystemen, zoals veel natuurbeschermers, maar in individuele dieren’, zegt hij telefonisch. Ieder dier krijgt van haar een naam. Zoals makaak Rina, die geen armen meer heeft, of de tandeloze honingbeer Billy.

Zulke dieren, die niet meer terug kunnen naar het wild, krijgen een permanente plek in het recent geopende Ellis Park op Sumatra, genoemd naar de Australische muzikant Warren Ellis die het project sponsort.

Ook typerend voor Den Haas: ze kan goed omgaan met de Indonesische overheid. Weinig wetenschappers en natuurbeschermers kunnen een minister een appje sturen als er wat geregeld moet worden. Haar vader prijst haar aanpak. ‘Ze stelt zich als buitenlander bescheiden op, anders kom je in Indonesië niet ver.’

Fotogenieke momenten

Wat ook helpt: Den Haas biedt een praktische (en voor de overheid gratis) oplossing voor in beslag genomen dieren. Eerder kregen smokkelaars na het betalen van een boete hun bedreigde dieren gewoon terug. Den Haas levert geen openlijke kritiek en nodigt politici uit voor fotogenieke momenten. Zoals de vrijlating van een groep voormalige dansapen, de opening van een zeeschildpadden-kliniek of het drijvende rehabilitatiecentrum voor dolfijnen op zee (het eerste ter wereld). Allemaal tot stand gekomen, stelt haar vader, ondanks jarenlange tegenslagen. ‘Ze heeft een enorm incasseringsvermogen.’

Die gedrevenheid is volgens Van Gennep tevens haar achilleshiel. ‘Femke wil ieder dier redden en daardoor schiet haar organisatie alle kanten op. We hebben daar weleens een scherp gesprek over gehad, ik vind dat zij zich beter kan beperken.’

Kwetsbare financiën

Nog een valkuil: Den Haas staat liever tot haar middel in zee om schildpadden vrij te laten dan dat zij een vuistdik financieringsvoorstel schrijft voor een potentiële sponsor.

JAAN heeft geen fondsenwervers in dienst. Hoe kwetsbaar de financiën zijn, bleek onlangs toen de VS alle betalingen stopzetten. ‘Ons team in de haven van Jakarta – zes speurhonden, twaalf begeleiders en twee dierenartsen – vond afgelopen vier jaar duizenden gesmokkelde dieren. Dat werk ligt nu helemaal stil.’

Op de vraag of zij toch niet liever had doorgeleerd voor dierenarts, zegt Den Haas stellig nee. ‘Daar zijn er genoeg van. We hebben juist meer mensen nodig die het veld ingaan om concreet dieren te redden; die de confrontatie aangaan met eigenaren, die vissers en boeren voorlichten en lobbyen bij de overheid voor betere wetgeving.’

Ze bedoelt: mensen zoals zij.

Bekenden over Femke den Haas

Vader Dick den Haas:

‘Geen maaltijd verliep thuis vreedzaam. Totdat we allemaal vegetariër waren.’

Oud-directeur David van Gennep van Stichting AAP:

‘Femke is een ijzervreter, ze bijt zich vast en laat niet meer los.’

Muzikant Warren Ellis op de website van Ellis Park:

‘Binnen 30 seconden besloot ik Femke te steunen. Ze blies me omver met haar prestaties, ze is een natuurkracht. ’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next