S.K. werkte als arts in haar geboorteland, een regio die al jarenlang wordt geteisterd door gewapende conflicten en humanitaire crises. Ze werkte in ziekenhuizen waar medicijntekorten en stroomuitval aan de orde van de dag waren. Toen de situatie onhoudbaar werd, moest zij vluchten. Sinds haar komst naar Nederland heeft zij alles gedaan om ook in ons land als arts aan het werk te kunnen, maar tot op heden is dat niet gelukt. ‘Ik begin de hoop te verliezen dat ik ooit kan werken in het vakgebied waar mijn passie ligt’, vertrouwde ze mij toe.
Het is nauwelijks te bevatten dat, hoewel op steeds meer plekken artsentekorten bestaan en beleidsmakers met elkaar steggelen over oplossingen, hoogopgeleide artsen uit niet-Europese landen aan de zijlijn staan. Niet omdat ze niet wíllen werken, maar omdat het hun praktisch onmogelijk wordt gemaakt.
Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De weg naar een officiële registratie voor artsen van buiten de Europese Unie is lang, kostbaar en ontmoedigend. Eerst moeten zij aantonen dat ze de Nederlandse taal op hoog niveau beheersen. Tot januari 2024 moesten zij daarna vier algemene kennis- en vaardigheidstoetsen afleggen, gevolgd door drie zware beroepsinhoudelijke toetsen: een dag lang durende toets over honderd klinische casussen, een intensieve medische kennistoets, die ook alle Nederlandse medische studenten moeten afleggen, en ten slotte een praktijktoets met acht simulatiepatiënten.
Op basis van de uitkomst wordt bepaald of iemand coschappen moet lopen in een opleidingsziekenhuis of, zoals bij 80 procent van de deelnemers het geval is, enkele maanden onder supervisie moet werken voordat registratie als arts mogelijk is.
Begin 2024 werd geprobeerd de procedure te versoepelen. De vier algemene kennis- en vaardighedentoetsen werden afgeschaft en de taaleisen aangescherpt. Hierdoor kunnen buitenlandse artsen sneller doorstromen naar de hierboven beschreven beroepsinhoudelijke toetsen. In theorie, want in de praktijk leidde dit tot een plotselinge toestroom van kandidaten. Hierdoor is de wachttijd voor de beroepsinhoudelijke toetsen, die pas ingaat als de taaltoetsen behaald zijn, inmiddels opgelopen tot 22 maanden.
De stichting Onderwijs voor Buitenlandse Artsen (OBUA), gedragen door vrijwilligers, biedt buitenlandse artsen onderwijs en begeleiding om passende stages te vinden. Al in april vorig jaar waarschuwde de OBUA, samen met andere opleidingsorganisaties, het ministerie voor de groeiende wachtlijst. Een waarschuwing die inmiddels gegrond blijkt.
Toch houdt de overheid vol dat uitbreiding van de toetscapaciteit niet mogelijk is. Met name de praktijktoets vormt een knelpunt: het trainen en vergoeden van extra simulatiepatiënten kost geld, en dat geld zou er niet zijn. Een andere mogelijke oplossing, zoals het verkorten van de toets van acht naar zes consulten, waardoor méér artsen beoordeeld kunnen worden zonder extra kosten, blijft onbesproken.
Zelfs artsen die de beroepsinhoudelijke toetsen mogen overslaan, lopen vast in bureaucratische procedures. Zo kreeg een in de Verenigde Staten opgeleide huisarts vrijstelling van vakinhoudelijke examens, hoefde hij alleen een taaltoets te doen en drie maanden supervisie te doorlopen. Ruim een half jaar na het behalen van de taaltoets lukt het hem nog steeds niet zijn artsen-registratie te voltooien.
De overheid eist documenten in een vorm die vrijwel onmogelijk te verkrijgen is, en de communicatie is traag en onduidelijk. Het verbaast dan ook niet dat op verschillende fora buitenlandse artsen hun collega’s waarschuwen: probeer niet in Nederland te werken, het is onbegonnen werk.
Gezien de werkdruk in de zorg kunnen we het ons niet permitteren om buitenlands talent te verspillen, of zelfs te verliezen aan andere Europese landen, zoals Duitsland, waar de erkenningsprocedures sneller en soepeler verlopen. De lange wachttijden voor erkenning van artsen vormen bovendien een risico voor de continuïteit en kwaliteit van zorg. Hoe langer een arts niet praktiseert, hoe lastiger het wordt om terug te keren in het vak. Medische kennis moet voortdurend worden bijgehouden en vaardigheden moeten worden geoefend, maar zonder toegang tot werkervaring wordt dat vrijwel onmogelijk.
Investeren in een soepeler traject voor artsen van buiten de EU is geen luxe, maar een dringende noodzaak. Het zal niet alleen de werkdruk kunnen verlichten in de zorg, maar ook een systeem creëren dat talent waardeert en benut, in plaats van het te frustreren en te verspillen. Zolang we vasthouden aan de huidige trage aanpak, doen we niet alleen deze buitenlandse zorgprofessionals, maar ook de Nederlandse zorg en samenleving tekort.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant